Tussen al die mijten

In een tweewekelijkse serie over boeken die bijna onopgemerkt bleven, deze week ‘wetenschappelijk leven’

Vroeger dacht ik dat het netjes was om ’s morgens na het opstaan je bed op te maken. Kam je haren, was je handen, recht je schouders, spreek met twee woorden, stel je netjes voor – in die reeks van leefregels hoorde ook: maak je bed op. Maar stiekem doe ik dat al jaren niet meer. In plaats van het op te maken haal ik het af. Ik laat het zelfs de hele dag open liggen. Daarbij blijven de slaapkamerramen ook nog eens de hele dag open. En waarom? Omdat ik, laten we zeggen uit mannelijke intuïtie, het gevoel kreeg dat het beter was om de boel daar overdag fris en koud te laten. Niet gezellig voor de microscopische beestjes, en dus ook niet bevorderlijk voor hun groei en voortplanting.

Ik veerde dus op toen ik zag dat er een boek was verschenen met de titel Maak nooit je bed op. En nog meer toen ik de ondertitel las:115 nieuwe wetenschappelijke tips voor het dagelijks leven’. En nog meer toen ik het titelstuk las, waarin ik een wetenschappelijk volledig bevredigende bevestiging van mijn lekenvermoeden vond. Geleerden van de Kingston University in Londen hadden het uitgezocht, en er in 2005 in een 13 pagina’s tellend artikel verslag van gedaan, en de journalisten Tonie Mudde en Rik Kuiper schreven daar nu een kort stuk over. De uitkomst: bed niet opmaken, dan geen vochtig bedmilieu, dan geen anderhalf miljoen huisstofmijten (het gemiddelde per bed), dan ook geen huisstofmijtuitwerpselen, geen eczeem of astma.

Ik groeide met elk woord dat ik hier over de vieze mijt las. Zie je wel: ik kon ook best wetenschappelijk leven. Om mijzelf nog eens op de schouder te kunnen kloppen ging ik het stuk nog een keer lezen. Maar van de weeromstuit kwamen er toen toch ook wat andere vragen opzetten. Als het allemaal zo erg is met die miljoenen stofmijten, hoe overleven al die andere mensen dat dan – de mensen die hun bed wel opmaken en dit boek niet lezen? Kan de huisstofmijt een nuttige functie hebben? Kan er in het koude en droge bedmilieu nu niet een ander, sterker microbeest tot ontwikkeling komen? Met tandjes? Zou er overdag door al die open ramen niet allerlei gevaarlijke onzichtbare fijnstof op onze open bedden neerdalen? Is het niet veel beter als we de hele dag in vacuüm gezogen plastic zakken in een steriel koelhuis worden gelegd, zodat ons niks kan overkomen?

Binnen een paar minuten was ik van een zelffeliciteerder weer een twijfelaar geworden. Zo gaat dat nu altijd met die leuke wetenschappelijke nieuwsberichten. ‘Sla het voorspel maar over’, ‘Eet vette pannenkoeken (en voel minder pijn)’, ‘Doe geen werk waar je te slim voor bent’, ‘Stop met piekeren over je penis’. Het zijn leuke titels, maar als je de stukken van Kuiper en Mudde gaat lezen roepen ze meer vragen op dan ze beantwoorden. De cijfers zijn vaak verrassend, maar de verklaringen zijn er meestal nog niet. Dit is een kenmerkende zin voor het genre: ‘De vermoedelijke oorzaak is simpel’. Zo lang een oorzaak niet zeker is, heb je niks aan de simpelheid ervan. Toch staan er veel van dit soort zinnen in dit boek. De vermoedelijke oorzaak is simpel: het is nu eenmaal leuker om te praten over vermoedens dan steeds maar weer te moeten zeggen dat je het ook niet weet.

Rik Kuiper & Tonie Mudde: Maak nooit je bed op. 115 nieuwe wetenschappelijke tips voor het dagelijks leven. Podium, 152 blz. € 10,-.