Techniek hoort bij het leven, van hamer tot Facebook

Een techniek verbieden werkt nooit, je kunt techniek hooguit uitstellen.

Veel ontwerpen doen trouwens uiteindelijk niet waarvoor ze zijn ontworpen.

De redactie in Rotterdam. Voor het gebouw een file op de A20. Links een metrolijn. Achter het spoor. Rechts nog meer betonnen gebouwen met tl-balken en blauwe schermen.

Als ik het leven in dit kale gebouw inventariseer kom ik uit op een stuk kantoorgroen (uit het rijk der planten), mij (uit het rijk der dieren) en het leven op mijn handen en in mijn darmen (het rijk van de bacteriën). Dat was het wel zo’n beetje.

Maar Kevin Kelly zou hier niet ophouden. Die zou wijzen op mijn computer, mijn mobieltje, mijn iPod. Techniek hoort óók bij het leven, zegt hij. Je mobieltje is net zo’n product van evolutie als het kantoorgroen en de oerwouden.

Kevin Kelly (57, internetgoeroe, schrijver, filosoof, journalist, oprichter van het invloedrijke technologieblad Wired, fotograaf en denker) heeft een ongewone visie op techniek. Vorige week werd hij onder luid gejoel en applaus ontvangen op de TEDx-conferentie in Amsterdam, waar hij sprak over ‘wat technologie wil’. Volgend jaar brengt hij een boek uit, The Technium, over de evolutie van techniek.

Kelly is net uit het vliegtuig uit de VS gestapt en drinkt in de lobby van zijn hotel in Amsterdam een cola light.

Techniek is deel van de natuur?

„Ja, de wortels van de techniek liggen al in de Big Bang.”

Kelly bedoelt dat het ontstaan van techniek – van hamer tot Facebook – in het grote verhaal van de evolutie van het heelal past. „In het universum ontstaan zelf-organiserende systemen zoals zonnestelsels, planeten, dieren. En ook techniek.”

Kelly ziet het technium – zo noemt hij alle gereedschappen en technologieën samen – als het zevende rijk in de biologie, naast die van de bacteriën, de planten, de schimmels en de dieren. Die vergelijking is handig, vindt hij, want we kunnen ermee voorspellen waar technologie heengaat. Daar zijn volgens hem nog maar weinig theorieën over.

Welke richting gaat het op?

„Het technium evolueert net als het leven richting diversiteit, energie-efficiëntie, gemeenschappelijkheid, complexiteit en specialisatie. Kijk maar, eerst was er één hamer, nu zijn er veel soorten hamers.”

Het technium is ontstaan uit mensen, maar heeft ook zijn eigen regels, zegt Kelly. Het stuwt zichzelf voort. De ene techniek (zoals de computer) maakt het mogelijk om de volgende techniek (bijvoorbeeld de spaceshuttle) te ontwerpen.

Het zijn toch mensen die techniek maken?

„De soort mens is onze eigen technische uitvinding. We zouden niet eens hebben bestaan zonder techniek. Zonder gereedschappen, zonder vuur waarmee we ons voedsel voor een deel verteren, waren we niet met zes miljard. Wij zijn biologisch afhankelijk van techniek.”

Techniek helpt ons overleven. Maar is het niet door techniek dat de aarde nu gevaarlijk opwarmt, dat we een wapenarsenaal hebben waarmee we de planeet kunnen opblazen?

Kunnen we sommige technieken niet beter verbieden, zoals de kernbom en de kolencentrale?

„Nee, een techniek verbieden werkt nooit. Je kunt het hooguit uitstellen.”

De komst van nieuwe technieken is onvermijdelijk, zegt Kelly. We zouden toch wel een keer ontdekken hoe je energie krijgt uit het splitsen van atomen. De vraag is hoe je de nieuwe techniek vormgeeft. Kies je voor een kernbom of voor lokaal geproduceerde kernenergie? Hoewel, voegt hij daaraan toe, „misschien hebben we voor kernsplitsing nog geen goede vorm, totdat we weten wat we met het afval moeten doen.”

Een goede vorm van een techniek vindt Kelly het internet van nu. „Dat is open, transparant en flexibel. We hadden ook een internet kunnen hebben dat gesloten, gereguleerd en ondoorzichtig was.” Een ander voorbeeld: „Het was een slecht idee om insectenverdelger DDT op grote schaal op katoen te spuiten. Maar lokaal rondom huizen tegen malaria werkt heel goed.”

Wat moeten we vinden van een nieuw apparaat, of een nieuwe techniek?

„We moeten er eerst even mee leven voordat we weten waar-ie goed voor is”, zegt Kelly. Niet gelijk nee zeggen. Veel ontwerpen doen volgens hem uiteindelijk toch niet waarvoor ze zijn ontworpen. Edison had een lijstje van tien dingen die je kon doen met zijn fonograaf, de voorloper van de grammofoon. Je kon er de laatste woorden van stervenden mee opnemen, audioboeken mee maken, sprekende klokken mee fabriceren. Muziek opnemen stond niet bovenaan. Veel dingen die het leger bijvoorbeeld bedenkt – voertuigen, materialen, het internet – worden vaker buiten het leger gebruikt. Kelly: „Een techniek komt, en onze taak is er een goede job voor te vinden.”

De oplossing voor een vervuilende techniek is niet afschaffen, maar vervangen door een schonere. Kelly is een techniekoptimist. Techniek is goed, en meer techniek is beter, vindt hij. Dat is omdat techniek de mogelijkheden van mensen om dingen te doen vergroot.

Waarom is dat goed?

„Dat is evident. Ik heb nog nooit iemand ontmoet die zich niet tot meer keuzevrijheid voelt aangetrokken. Je ziet het ook in de geschiedenis: mensen verlaten het platteland en trekken naar de stad, waar meer mogelijk is.”

Maar tegen een prijs.

„Dat hééft een prijs, maar mensen betalen die. Mensen waarderen keuzes, ze willen vrijheid. En dat is ook wat het leven biedt: vrijheid, ruimte om te handelen. We hebben de intuïtie dat leven goed is en meer leven nog beter. Daarmee zeggen we: meer keuzes, meer mogelijkheden is goed. Zo voelen we dat.”

Techniek lijkt toch vooral iets voor rijke mensen.

„Oh my goodness, no! Ik was vorige week nog in Bhutan. Daar zijn huizen zonder toilet, maar met mobiele telefoondekking en satelliet-tv. De snelheid waarmee technologie doordringt in arme landen is verbijsterend. In sommige dorpen hebben ze eerder zonne-energie dan een lichtnet. Wij zeggen niet: jullie hebben dit nodig. Ze grijpen het zelf. Om dezelfde reden als wij: meer mogelijkheden. Wij praten over de have’s en de have-not’s. Maar het zijn de have’s en de have-later’s.”

Hoe veranderen wij van al die techniek die we nu hebben?

„Van lezen en schrijven en autorijden en tv-kijken krijg je andere hersenen. We worden steeds socialer, we hebben steeds meer contacten per dag. En we zijn ons bewust van de maatschappij. Dat waren mensen tweehonderd jaar geleden niet.”

In de toekomst, voorspelt Kelly, gaan mensen meer zichzelf in de gaten houden met techniek. Hij doet mee met een project, The Quantified Self, dat methodes voor self-monitoring test. Hij kent een zieke vrouw die dagelijks 36 dingen van zichzelf meet: temperatuur, slaap, bloeddruk, gewicht, humeur. Als er één ding verandert, kan ze volgen wat mee verandert. Zo probeert ze zichzelf te genezen. Hij noemt David Duncan, die zijn bloed liet testen op honderden chemicaliën. Hij bleek chemische stoffen mee te dragen uit zijn jeugd in Kansas.

Als je jezelf de hele tijd volgt, heb je toch geen rust meer.

„Nee, als je dat ziet ga je je omgeving wel opruimen. Duncan heeft het maar één keer gedaan. Ik voorspel dat we het elke dag gaan doen. In de toekomst kunnen we ook heel goedkoop ons genoom uitlezen. Nu praten we over het duizenddollar genoom. Dat wordt honderd, en daarna één dollar. Mensen zullen hun genoom voortdurend testen. Als je dan schade merkt, mijd je de plek waar je bent geweest voortaan wel. Of je doet er wat aan.”

In ieder geval sluit techniek volgens hem zoiets menselijks als spiritualiteit niet uit. Kelly is overtuigd christen na een spirituele ervaring op de plek waar Jezus zou zijn gestorven. Hij zegt: „De trend van de natuur en de techniek is richting diversiteit, gezamenlijkheid, mogelijkheid. Woorden die we gebruiken om God te beschrijven.”

Technologie wijst naar God, zegt hij. Als techniek nog veel complexer wordt, dan zal het nog meer van Hem weerspiegelen. „Dan zien we op een dag meer van God in een mobieltje dan in een boom.”

Lees meer over Kevin Kelly via kk.org