Smelt in je mond, niet in je hand

In iedere Brusselse straat worden je tenen platgereden en wordt je haarstuk afgeblazen in de uitlaatstroom terwijl je bezittingen in de handen van dieven wegvliegen. Behalve in de Aarschotstraat. Autobestuurders schuiven traag als slakken in elkaars slijmspoor. Veroorzaak je daar dan per ongeluk toch nog een ongeval, dan krijg je geld toe, zolang je het aanrijdingformulier maar niet invult. Geen man wil er immers gesignaleerd worden. De Aarschotstraat bij het Noordstation is de buurt waar het oudste beroep ter wereld wordt beoefend.

Natuurlijk ben ik helemaal te vinden voor artisanale beroepen als branding en pottenbakken en ben ik volledig gewonnen voor oude primitieve rituelen als het voetbalspel en de wieldopopblinking, maar het oudste beroep dat in de Aarschotstraat bedreven wordt, dat is geen beroep maar misbruik tegen betaling.

Ho, hoor ik al, feministe-met-een-probleem (waarschijnlijk een te dik gat), conservatieve zuurpruim. Yes, that’s me. Ik durf namelijk te beweren dat 99 procent van de prostituees misbruikt wordt in alle mogelijke betekenissen. Lichamelijk als stuk biefstuk om een lul in te rammen, sociaal omdat ze als uitschot bekeken worden, financieel omdat hun pooiers met de winst gaan lopen en algemeen-maatschappelijk omdat iedereen te laf is om voor een reglementering te zorgen.

Je overdrijft weer, werd me onlangs verteld. Juist, zoveel hoeren barsten van beroepsvreugde. Die mokkels staan achter hun vitrine te dansen en worden blij en bloedgeil als er weer een zwetende haarbal hen wil bespringen. Zij oefenen tenminste een beroep uit met nog echt sociaal contact.

Breng mij één iemand die dat soort van contact wil – niet uit wraak om een kapotgeneukte jeugd of uit totale miserie – maar toon mij iemand die als meisje of jongen droomde van een zorgeloze carrière als hoer. Je zal er geen vinden. Niet één. Hoer worden is in het beste geval een negatieve keuze. En akkoord, 90 procent van de ambtenaren loopt ook met een bakkes tot op de grond rond, maar zij kunnen nog naar de hoeren gaan, bijvoorbeeld naar het hoerenkot genaamd ‘Den Bureau’ zodat ze niet moeten liegen als het vrouwtje thuis vraagt waar ze zitten.

Onlangs zag ik in de Aarschotstraat een bloedende vrouw die zich verborg achter een wagen, met haar onderbroek nog op haar enkels. Toen ik haar wilde helpen, deed ze teken dat ik door moest gaan. Ik zou haar schuilplaats kunnen verraden.

Al sinds het begin van de beschaving bestaat prostitutie. Het is zogezegd een teken van progressieve ruimdenkendheid om dat te gedogen. Iets in stand houden dat al eeuwen leidt tot leed, misbruik, ellende en mensenhandel, getuigt volgens mij eerder van berustend conservatisme, een gebrek aan respect en lafheid. Punt.

saskia de coster