Repressie in Iran

De treiterneiging van het Iraanse regime rond president Ahmadinejad heeft weer een nieuwe vlucht genomen.

Gisteren werd bekend dat de autoriteiten in Teheran een paar weken geleden beslag hebben gelegd op een paar bankrekeningen van de gelauwerde mensenrechtenactivist Shirin Ebadi. In opdracht van de rechtbank werden uit een bankkluisje ook de medailles en oorkondes van de Nobelprijs voor de Vrede, die de Iraanse jurist in 2003 won, haar Franse Legion d’honneur uit 2006 en een ring van de Duitse journalistenbond meegenomen. Ebadi, die al een half jaar buiten Iran verblijft, zei bovendien dat ze fysiek wordt bedreigd.

Ook gisteren concludeerde directeur-generaal ElBaradei van het Internationaal agentschap voor atoomenergie (IAEA) dat het onderzoek naar het kernenergieprogramma nu echt „uitzichtloos” is geworden.

President Ahmadinejad probeert intussen zijn positie in de internationale arena wat allure te geven met een reeks staatsbezoeken aan landen die zich afficheren als meer of minder anti-Amerikaans. Afgelopen dagen was hij in Zuid-Amerika, waar hij gesprekken voerde met de collega’s Lula (Brazilië), Chávez (Venezuela) en Morales (Bolivia).

Het wijst erop dat het bewind in Iran steeds verbetener wil afrekenen met de oppositie. De machthebbers zijn daarin, cynisch geredeneerd, nogal succesvol. De gewelddadige repressie begint de oppositie eerder uiteen te drijven dan te verenigen. Meer seculier georiënteerde hervormers zien allengs minder heil in de tactiek om binnen de gebaande paden van de islamitische revolutie te blijven.

Maar dat wil niet zeggen dat het bewind zelf wel eenduidig is. De gewapende Revolutionaire Garde en paramilitaire Basij, die controle hebben over een soort militair industrieel complex, zijn in opmars. Ahmadinejad is hun pion. Islamitische ideologen en de meer pragmatische loyalisten hebben zich echter nog niet gewonnen gegeven. Mede daardoor kan Ahmadinejad geen doeltreffend economisch beleid voeren in dit olie-exporterende land waar benzine wegens schaarste op de bon is.

Op korte termijn is er natuurlijk weinig hoop op een doorbraak. De onderdrukking door het regime in Teheran zal, juist omdat het zelf ook op drift is, eerder verscherpen dan milder worden. Maar zolang Iran niet totaal is gelijkgeschakeld, bieden zelfs minimale haarscheurtjes enig uitzicht.

Ook voor de buitenwereld. Met name in het Westen is het atoomprogramma van Iran het eerste agendapunt. De aard van de internationale druk hangt samen met de angst dat dit energieproject een dekmantel is voor het ontwikkelen van een kernbom. Die pressie is nodig, zoals ElBaradei gisteren heeft onderstreept. Maar de pesterij van Nobelprijswinnaar Ebadi noopt wel tot een extra agenda: de mensenrechten.

Voor het Westen staan de burgerlijke vrijheden in Iran net iets te vaak op het tweede plan. De oppositionele beweging in Iran heeft andere prioriteiten. Het atoomprogramma wordt in brede kring gedragen als een patriottisch project. De mensenrechten daarentegen zijn wel een politiek issue.