Overbevolkte popconcerten

Te vol, te druk, geen lucht, geen ruimte. Het was weer dringen bij de laatste editie van London Calling. Als haringen in een ton stond het publiek bij het concert van Editors in een uitverkochte Melkweg. En vergeet het maar dat je bij Natalie Merchant op Crossing Border nog de zaal in kwam. Wie daar wel een plaats had weten te bemachtigen kon maar beter voorbereid zijn op een tropische temperatuur en hinderlijk geroezemoes van de geweigerden buiten de deur.

Oudere popliefhebbers nemen meer plaats in dan jongeren. Dat lijkt een open deur, maar het wordt een heikel punt wanneer een concert zo overbevolkt is als dat van Editors, onlangs in de meer dan bomvolle Melkweg Max. Nu die Engelse popgroep al ettelijke malen op de grote festivals heeft gestaan en er veel belangstelling was voor hun betrekkelijk intieme clubshow, trokken ze een wat ouder publiek van assertieve mensen die hun ruimte claimen als ze eenmaal hun plek hebben ingenomen. In de zuurstofarme atmosfeer van een zaal die tot elke laatste vierkante centimeter was volgepakt, moest je er niet aan denken dat er paniek zou uitbreken. Persoonlijk kies ik op zo’n avond een plaats bij de nooduitgang.

Des te vreemder was het dat het net zo uitverkochte concert van Grizzly Bear, enkele avonden later in dezelfde zaal, helemaal niet zo vol aanvoelde. Jongere, hippere, tolerantere mensen gaven elkaar de ruimte en je hoefde dit keer geen bodybuilder te zijn om de bar te bereiken. Wordt het niet eens tijd dat de Melkweg een publieksonderzoek houdt, naar de maximale capaciteit die de zaal zich kan veroorloven als de demografie van de doelgroep in acht wordt genomen? Nieuwe zalen als de Melkweg Max zijn zo efficiënt gebouwd, zo doelgericht op maximalisatie van het economisch rendement dat er niet bij wordt stilgestaan of het nog wel leuk is om daar naar een concert te gaan. Als je favoriete band er toevallig speelt, heb je pech gehad.

Festivals dekken zich van tevoren in voor klachten. London Calling in Paradiso toont de concerten in het kleine bovenzaaltje live op een videoscherm in de grote zaal. Het is er vol, maar niemand hoeft iets te missen. Het Haagse Crossing Border waarschuwt bezoekers dat er een grote druk is op gewilde concerten in de kleinere zalen. Als je een bepaalde act koste wat kost wilt zien, doe je er goed aan om ruim van tevoren aanwezig te zijn. Bij het veelgeroemde Mumford & Sons stond er zo lang vooraf zo’n rij, dat zelfs mensen met een vooruitziende blik er niet allemaal in konden. Ironisch genoeg was dat bij een zaaltje dat voor de gelegenheid ‘Paradise’ was gedoopt, boven in de nok van de Koninklijke Schouwburg.

Crossing Border eist exclusiviteit van artiesten die eigenlijk in grotere zalen of in meer steden zouden kunnen spelen. Daarmee creëert het een overspannen publieksdruk die niet bij zo’n deftig cultuurfestival hoort. Als groot bewonderaar van zangeres Natalie Merchant moest ik met bloedend hart vaststellen dat haar presentatie van nieuw materiaal vergooid was aan dit festival. Het zaaltje was te klein, er stond geen piano (terwijl Merchant achter de piano op haar best is) en het was er zo warm dat de zangeres het na zeven liedjes voor gezien hield.

Hier werd een grens overschreden, tussen de nobele bedoelingen van de festivalorganisatie en het belang van het publiek.