Onderzoek IAEA naar Iran 'vastgelopen'

Het onderzoek van het Internationaal Atoomenergie Agentschap naar het Iraanse nucleaire programma is vastgelopen, zo heeft het hoofd van het IAEA, Mohamed ElBaradei, gisteren gewaarschuwd.

ElBaradei vertrekt volgende week als chef van het IAEA. In een ongebruikelijk harde verklaring voor de bestuursraad van het IAEA in Wenen wees ElBaradei erop dat er al geruime tijd geen beweging is ten aanzien van vragen van het IAEA over aspecten van het atoomprogramma die Teheran moet ophelderen.

Daarnaast toonde hij zich teleurgesteld over de Iraanse afwijzing van een voorstel om het grootste deel van de Iraanse voorraad laag-verrijkt uranium naar het buitenland over te brengen voor verdere verrijking. Ten slotte wees hij erop dat de late Iraanse onthulling van de bouw van een tweede verrijkingsfabriek de Iraanse geloofwaardigheid heeft aangetast. Iran meldde de bouw in september bij het IAEA aan, vele jaren te laat volgens de regels.

In de buitenwereld leeft de verdenking dat Iran heimelijk een kernwapen ontwikkelt. De Iraanse leiders ontkennen dat met klem. De overbrenging van het Iraanse uranium naar het buitenland, waar het zou worden verrijkt tot brandstof voor de reactor in Teheran, zou betekenen dat Iran onvoldoende voorraad zou overhouden om eventueel voor een kernwapen te verrijken. De reactor in Teheran, die medische isotopen produceert, raakt volgend jaar door zijn brandstof heen.

De bestuursraad van het IAEA aanvaarde vanochtend met ruime meerderheid een resolutie waarin wordt geëist dat Iran onmiddellijk de bouw staakt van zijn tweede verrijkingsfabriek. De resolutie was ingediend door de ‘P5+1’: de permanente leden van de VN-Veiligheidsraad de VS, Rusland, China, Frankrijk en Groot-Brittannië plus Duitsland.

De steun van Rusland en China werd belangrijk geacht omdat deze twee vaak een soepeler houding innemen jegens Iran dan de westerse landen. Maar deze steun betekende volgens waarnemers nog niet dat Moskou en Peking ook zullen instemmen met eventuele hardere sancties tegen Iran. (Reuters, AFP, AP)