Niemand heeft baat bij een opgejaagde pedo

Burgemeesters die daders van pedoseksuele delicten de deur wijzen, verkleinen de kans op recidive niet.

De samenleving heeft meer baat bij goede reïntegratie.

De zaak van de Eindhovense pedoseksueel Sytze van der V. heeft overweldigende aandacht gekregen in de media, vanwege het gebiedsverbod dat hem in Eindhoven en deze week ook in de gemeente Utrechtse Heuvelrug is opgelegd. De vraag is of dit ‘rondpompen’ van pedoseksuelen van stad tot stad tot minder of juist meer risico op recidive leidt.

Wat weten we over het recidiverisico van zedendaders? Gemiddeld wordt zo’n 30 procent over een periode van 25 jaar veroordeeld voor een nieuw zedendelict. We weten ook dat zedendelinquenten een zeer gemêleerde groep zijn: bij sommige (vaak jeugdige) daders is het eens en nooit weer, bij anderen is het risico hoog. In die laatste groep vinden we relatief veel daders van pedoseksuele delicten, maar dat wil niet zeggen dat deze hele groep permanent een hoog risico op recidive heeft.

Het is dus van groot belang een zo goed mogelijke inschatting te maken van het individuele risico op herhaling van het misdrijf. Vanwege de complexiteit van het te voorspellen gedrag is het overigens een illusie te veronderstellen dat men tot een 100 procent betrouwbare voorspelling kan komen.

Bij de inschatting van het risico wordt onder meer gekeken naar wat De Drie W’s wordt genoemd: Wonen, Wijf, Werk. Wat verfijnder uitgedrukt kan voor wijf de term ‘vaste relatie’ worden gebruikt. Behandeling van pedoseksuelen heeft een grotere kans van slagen wanneer zij op deze gebieden afdoende functioneren.

Een probleem voor veel pedoseksuelen – zeker wanneer zij exclusief op kinderen vallen – is dat een vaste relatie er niet inzit. Ze vallen immers niet op volwassenen en missen veelal ook de sociale vaardigheden om langdurige vriendschappen te sluiten. Voor hen is het dus des te belangrijker dat zij op het gebied van wonen, werk en sociaal netwerk wél stabiliteit hebben: een mate van zekerheid, inbedding en maatschappelijke status die men niet graag voor een nieuw delict op het spel zet.

Om recidive te voorkomen is het van groot belang dat veroordeelde pedoseksuelen in staat zijn om zelfbeheersingstechnieken te hanteren. Wanneer de zelfbeheersing tekortschiet kan deze versterkt worden via verplichte behandeling. Bij de pedoseksuelen bij wie dit niet goed is aan te leren, bijvoorbeeld vanwege beperkte verstandelijke vermogens, is extra veel externe beheersing noodzakelijk: een wijkagent die regelmatig langskomt, de reclassering die meekijkt. Wanneer de dader bovendien in een omgeving woont waar zijn gaan en staan gezien wordt, gaat hier ook een preventieve werking vanuit. Dit laatste kan natuurlijk alleen gebeuren wanneer dit niet de belangen van het slachtoffer schaadt, en van een preventieve werking kan alleen gesproken worden wanneer de dader niet uitgestoten wordt door die gemeenschap.

Als we nu kijken naar wat er gebeurt met Sytze van der V. die van de burgemeester niet in Eindhoven en de Utrechtse Heuvelrug mag wonen, dan is het niet erg waarschijnlijk dat dit soort maatregelen de kans op recidive verkleint. Immers, dit ‘not in my backyard’-beleid leidt er juist toe dat er geen stabiliteit komt op het gebied van wonen, werk en het sociale netwerk, en dat externe beheersing wordt bemoeilijkt. De samenleving zou meer gebaat zijn bij een goede reïntegratie van voormalige zedendelinquenten.

Jan Hendriks is werkzaam bij de forensisch psychiatrische polikliniek De Waag in Den Haag. Catrien Bijleveld is werkzaam bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.