Naziproces als pijnlijke maar noodzakelijke zelfkwelling

Maandag begint het proces tegen ex-SS’er Demjanjuk wegens medeplichtigheid aan moord op 27.900 joden. Duitsland verwerkt nog steeds het oorlogsverleden.

Het is een van de laatste grote naziprocessen in Duitsland en allerminst een gelopen race voor het Beierse Openbaar Ministerie, de aanklager in deze zaak. Duitse SS’ers die van soortgelijke daden als Demjanjuk werden verdacht en na de oorlog voor de rechter verantwoording moesten afleggen, werden alleen veroordeeld als verantwoordelijkheid voor een bepaalde moord of mishandeling kon worden bewezen. Het is mogelijk dat er tot op de dag van vandaag oud-nazi’s in Duitsland rondlopen die feitelijk meer op hun geweten hebben dan Demjanjuk.

De Nederlandse jurist Christiaan F. Rüter, deskundige op dit gebied, uitte enige tijd geleden twijfels over het proces tegen de van oorsprong Oekraïense Demjanjuk. Als hij veroordeeld wordt, is de vraag waarom duizenden Duitse kampbewakers niet zijn veroordeeld. En als hij niet wordt veroordeeld, zal de klacht luiden dat de Duitsers nog steeds nazi’s zijn.

De Duitse justitiële verwerking van nazimisdaden is vaak omschreven als een „kroniek van het falen”. De joodse filosofe Hannah Arendt heeft eens opgemerkt dat voor de misdaden van Hitlers Derde Rijk geen passende straf bestaat. De straffen die afgelopen decennia zijn uitgedeeld, waren volgens critici „te weinig en te laat”.

Anderzijds, merkt de Münchense historica Edith Raim op, valt het te prijzen dat de Duitse justitie steeds is blijven doorgaan met de tijdrovende en complexe gerechtelijke onderzoeken tegen nazimisdadigers; lange tijd tegen de heersende opvatting in. „In 1975 was driekwart van de West-Duitsers tegen vervolging van nationaal-socialistische misdaden”, zegt ze.

In de periode 1945-2005 zijn in West-Duitsland volgens haar ruim 36.000 onderzoeken en processen tegen meer dan 172.000 vermeende nazi’s geweest. Uiteindelijk werden 13.952 personen aangeklaagd, van wie slechts 6.656 veroordeeld zijn. De rest is vrijgesproken, voornamelijk wegens gebrek aan bewijs. De meeste veroordeelde nazi’s, ruim meer dan de helft, kwamen er volgens Raim vanaf „met geringe straffen van tussen de zes maanden en een jaar”.

De aanklacht tegen Demjanjuk is even eenvoudig als huiveringwekkend. Hij zou de handlanger van de dood zijn geweest; een knecht van de nazi’s belast met het doodknuppelen en naar de gaskamer jagen van joden in het Duitse vernietigingskamp Sobibor, gelegen in het bezette Polen.

Demjanjuk was ‘SS-Wachmann’, kampbewaker. Zijn veronderstelde medeplichtigheid aan moord betreft 27.900 joden die vanuit het Nederlandse concentratiekamp Westerbork naar Sobibor zijn gedeporteerd, in de periode van 26 maart tot 1 oktober 1943.

In Sobibor zijn van mei 1942 tot oktober ’43 tussen de 150.000 en 250.000 joden vermoord. Vanuit Nederland zijn 34.313 joden naar het vernietigingskamp overgebracht, van wie ongeveer 33.000 zijn vergast. Hun namen zijn bekend. Ze staan op transportlijsten die in Westerbork werden opgesteld – en bewaard zijn gebleven.

Het Beierse Openbaar Ministerie is niet de enige aanklager. De zaak-Demjanjuk kent minstens 35 medeaanklagers. Nederland is met 22 zogenoemde ‘Nebenkläger’ het sterkst vertegenwoordigd. Alleen eerstegraads familieleden van vermoorden kunnen medeaanklager zijn. Ze hebben het recht vragen te stellen, bewijsstukken aan te voeren, een requisitoir te houden en een straf te eisen.

Een van de ‘Nebenkläger’ is Paul Hellmann, oud-redacteur van NRC Handelsblad, wiens vader in Sobibor is vermoord. Hij wil geen wraak; het gaat hem „om de waarheid en de rechtvaardigheid”. Hellmann wil dat Demjanjuk verantwoording aflegt.

Voor het proces bestaat grote internationale belangstelling. Justitie legt een belast deel van het Duitse verleden bloot en maakt zich daarmee kwetsbaar. Er is een periode geweest – de jaren ’50 en ’60 – waarin zulke processen nauwelijks publiciteit trokken. De vervolging van nazimisdaden is voor de Duitsers een pijnlijke maar noodzakelijke zelfkwelling. Het hoort bij de verwerking van het donkerbruine verleden van het land.

Hoe moeilijk de zaak voor de aanklagers is, blijkt uit een eerdere rechtszaak tegen Demjanjuk. Eind jaren ’80, begin ’90 stond hij in Israël terecht. Hij zou ‘Iwan de Verschrikkelijke’ zijn, de beul van het vernietigingskamp Treblinka. Maar het Israëlische Hooggerechtshof sprak hem vrij. De twijfels over zijn identiteit waren te groot voor een veroordeling. Het hof in Israël stelde toen al wel vast dat hij als ‘SS-Wachmann’ in Sobibor had gediend, maar zag van verdere rechtsvervolging af.

Tegen Demjanjuk zal dit keer onder anderen de medeaanklager en Sobibor-overlevende Thomas Blatt (82) getuigen, auteur van het beroemde boek From the Ashes of Sobibor. Blatt nam deel aan de opstand van de ‘werkjoden’ in het kamp, in oktober 1943. Hij heeft gezegd dat hij Demjanjuk in de ogen wil zien en dat de wereld moet ervaren hoe het in Sobibor toeging. Maar Blatt heeft ook laten weten dat hij na 66 jaar geen concrete voorstelling van de jonge Demjanjuk heeft. Tegen Die Welt zei hij: „Het is mij om het even of hij de gevangenis ingaat. Het gaat mij om de rechtszaak – en om de waarheid”.

Meer over het proces op nrc.tv en nrc.nl/buitenland

Morgen in NRC Weekblad een interview met Paul Hellmann