Lijkt Urk op Baarn?

Heeft Urk z’n eigen Baarnse Moordzaak, of moeten we dat idee loslaten nu twee van de drie verdachten al weer op vrije voeten zijn gesteld? Ze hadden huisarrest, maar ze mogen nu dus weer de tuin in en de straat op. Twaalf en dertien waren ze, en de derde, die in de krant steeds ‘de hoofdverdachte’ wordt genoemd, is vijftien. Dirk was veertien. Dat was het slachtoffer in Baarn toentertijd (1960) ook, maar z’n moordenaars waren 17, 16 en 15. Je zou dus kunnen zeggen dat het Kwaad vijftig jaar geleden later toesloeg. Kinderen van twaalf en dertien waren toen ook zelden dronken.

Van een ander groot verschil tussen Urk en Baarn weet ik niet of je het significant mag noemen. In de Baarnse zaak waarin twee broers en een vriendje schuldig bleken, was de ‘hoofdverdachte’ een telg uit een rijkeluisfamilie, die in de toch al niet uitgesproken behoeftige gemeente een rijkeluisvilla bewoonde. Op de riante zolder van dat prachthuis zouden de vier jongens, de daders én het latere slachtoffer, voorafgaand aan de moord intens hebben beraadslaagd, maar niemand weet waarover. Het opvallende onderscheid met Urk zit ’m dus vooral in een staat van welvaart die je op het voormalige eiland niet vaak aantreft, en die ook bij de moord geen enkele rol lijkt te hebben gespeeld. Ik ben geen socioloog, dus ik zou nooit durven beweren dat het Kwaad in 2009 niet alleen vroeger heeft toegeslagen dan ooit tevoren, maar ook als het ware is ‘gedemocratiseerd’ van de Baarnse topklasse naar wat me in Urk bijna-modaal lijkt.

Trouwens: het Baarnse jongetje van veertien wiens schedel moet zijn ingeslagen en wiens lichaam, met ongebluste kalk overstrooid, in een oude beerput is gegooid, was van mindere komaf dan de telgen uit het vermogende verzekeringsgezin. Zijn er aanwijzingen dat ook in Urk sprake is geweest van standsverschil tussen dader en dode? En kan dat een motief zijn geweest?

Van Baarn weten we eigenlijk niks. Er moeten ontzettend veel Pompe-en PieterBaanachtige fantasten tijdens de zitting aan het woord zijn geweest over hun hypotheses, hun vermoedens, en anderhalf borderlinegeval dat ze toen kenden, maar om de een of andere reden zijn de dossiers nooit openbaar gemaakt. De zaak heeft in ieder geval drie auteurs tot resp. een verhaal, een toneelstuk en zelfs een boek-plus-film geïnspireerd. Johan Fabricius, Manuel van Loggem en Thomas Rosenboom hebben er iets moois mee geprobeerd, wat natuurlijk mocht: de vreselijkste moorden hebben Literatuur opgeleverd.

Wordt Urk ooit onsterfelijk? Ik herinner me van de Baarnse moordzaak raar genoeg niet één advocaat. Logisch misschien. Veel mensen hadden in 1963, toen het proces werd gehouden, nog geen televisie, de namen van Doedens, Moszkowicz en Anker (laat staan twee Ankers) lagen nog niet op ieders lip, je lette ook meer op de uitslag (negen en zes jaar cel met tbs) dan op de doelpuntenmakers. Maar Baarn werd niettemin de zaak van het jaar, en misschien wel het decennium: zoiets hadden we nog niet eerder meegemaakt. Aan Urk leken we al een beetje gewend. In rouw gedompeld. Slachtofferhulp. Bloemen en knuffels. Stille tocht. Het is net zoiets als wanneer iemand voor het IDFA z’n familie nog gauw even afzoekt op een demente tante, een terminale grootmoeder, of een autistisch neefje, om er fragmenten van te laten zien aan Matthijs van Nieuwkerk: schon dagewesen.

Alle keren dat hij in beeld was heb ik van de week naar advocaat Rutger ter Haar gekeken, die uit naam van zijn dertienjarige cliënt mompelde wat we politie en justitie nog niet hadden horen zeggen: dat de ‘hoofdverdachte’ (mes in hand, bloed op broek) het gedaan heeft. Zaak rond. Pompe, Pieter Baan c.s. zullen er een hele kluif aan hebben.

Lees eerdere columns van Jan Blokker op nrcnext.nl/blokker