Kluun

Is Stijn in Komt een vrouw bij de dokter (de filmeditie heeft middenin foto’s uit de film en beroerd bonusmateriaal met dialogen die terecht op de montagetafel zijn gesneuveld, Podium, € 12,50) nu een lul of een tragische jongen?

Het geheim van een Nederlandse bestseller lijkt vooral te zitten in de mate waarin de schrijver met succes een morele kwestie opwerpt. Naar aanleiding van Herman Kochs bestseller en winnaar van de NS Publieksprijs Het diner draaide het immers meestal om de vraag: moet je misdaden van je kind aangeven of neem je je kind tot elke prijs in bescherming? En bij Kluun is de vraag ‘mag je je een slag in de rondte neuken terwijl je vrouw doodgaat of niet?’ Of, iets breder geformuleerd: in hoeverre mag je je eigen leven blijven leiden wanneer je partner doodgaat en/of houd je minder van iemand wanneer je vreemdgaat of versterkt het vreemdgaan misschien juist wel de relatie? Dat het een ingewikkelde kwestie is, bleek ook weer toen de verfilming in première ging. Nog daarvoor werd er in De Wereld Draait Door alwéér over de morele kant van Komt een vrouw bij de dokter gediscussieerd. Tranen en woede streden om voorrang rondom de vraag: kan dat wel, een uitgesproken klootzak als hoofdpersoon?

Het is eigenlijk een verbluffend naïeve vraag. En het feit dat die net zo makkelijk naar aanleiding van de film als van het boek wordt gesteld, geeft aan dat Kluun het domein van het boek reeds lang heeft verlaten. Iedereen die vaker dan incidenteel een boek leest, lacht namelijk om de vraag of de hoofdpersoon wel zó onsympathiek mag zijn. Een literaire wereld met alleen maar sympathieke personages: je zou je dood vervelen.

Maar de vraag die dit boek ook oproept – en dat is een vraag die in het algemeen steeds vaker gesteld wordt – luidt: is het niet juist de taak van schrijvers om in romans morele oordelen op de tocht te zetten, om ethische kwesties aan de kaak te stellen?

Stel dat dat zo is, dan is Komt een vrouw bij de dokter het toppunt van literatuur. Het onsympathieke gedrag van de hoofdpersoon is namelijk niet alleen een uitvergroting van op zichzelf herkenbare emoties, maar Kluun is ook nog eens genadeloos voor zijn hoofdpersoon, waardoor het verdriet van de achterblijver invoelbaar wordt gemaakt.

En dat levert dan weer nieuw discussiemateriaal op: als hij weet wat voor verdriet zijn handeling tot gevolg heeft, waarom doet hij het dan? Wederom geen literaire argumenten. Achter de literaire waarde komen we namelijk pas echt wanneer Kluun morgen bekend maakt dat het boek niet semi-autobiografisch is, maar geheel uit de duim is gezogen. Mocht iedereen het boek dan nog steeds willen lezen en bediscussiëren, dan is het pleit beslecht.

Toef Jaeger