Kattebrein simuleren

Honderden websites melden dat IBM het brein van een kat in de computer heeft nagebootst. Deze berichten zijn overdreven. IBM heeft een simulatie uitgevoerd van een hersenschors met ongeveer evenveel cellen als in de hersenschors van een kat. Verder is er niets kattigs aan. Geen neiging muizen te vangen of aan behang te krabben.

Dat neemt niet weg dat IBM, samen met verschillende Amerikaanse universiteiten, lekker opschiet met zijn hersensimulaties. In 2006 was het nog niet de helft van het formaat muis, in 2007 was de vergelijking met de rat op zijn plaats, en nu dan de kat. In cijfers: in 2006 ging het nog om 4.000 processors, die 8 miljoen neuronen simuleerden met 50 miljard verbindingen (synapsen). Nu zijn het 150.000 processors, 1 miljard neuronen en 2.000 miljard verbindingen. De processen in de simulatie verliepen honderd keer zo langzaam als in de kop van een echte kat, dus in plaats van de ‘denkkracht van een kat’ (Discovery) hebben we hier 1 procent daarvan.

Het mooie van zo’n simulatie is wel dat je bij wijze van spreken ieder neuron apart in de gaten kunt houden. Je hoeft het niet te doen met vage golven aan de buitenkant van het hoofd. Zo konden de IBM’ers het gedrag van hun ‘brein’ volgen en bijvoorbeeld vaststellen dat het spontaan heen en weer ging tussen actieve en minder actieve perioden.

Het doel: komen tot computers die sterker zijn in het maken van schattingen, het herkennen van patronen en het snel interpreteren van informatie. Dingen waar mensen juist goed in zijn en computers zwak. De vraag is of je daarmee niet menselijke zwakheden introduceert, zoals emoties en vergeetachtigheid. Het zal wel even duren voordat deze vraag wordt beantwoord. Zoals het tijdschrift Wired het formuleert: als je een complex systeem nabootst met een complex model, heb je niet één systeem dat je niet begrijpt, maar twee.

Herbert Blankesteijn