'Helden hebben niet door dat zij mensen zijn'

Sporters durven niet te zeggen dat ze de druk niet aankunnen. Angst voor afwijzing. Ze worden depressief of erger. „Hoe meer je topper bent, hoe minder je er over praat.”

„Ik? Depressief? Hoe kan dat nou? Ik ben een sportman.” Jim Shea, begin deze eeuw wereldkampioen en olympisch kampioen skeleton wilde het niet geloven, nadat een psychiater had vastgesteld dat hij al jaren depressief was. Hij was altijd somber, voelde zich leeg en kende geen emoties meer, zelfs niet na het behalen van een titel. Wie was hij nog? Was hij een kampioen of een mens, hij wist het niet meer.

Het verhaal van Shea stond in 2003 opgetekend in het Amerikaanse blad Sports Illustrated, naast de bekentenissen van andere sporters. Sporters die aan depressies leden, niet konden slapen, regelmatig huilbuien hadden, crimineel gedrag vertoonden, zelfmoordpogingen deden, alcohol en drugs gebruikten en vooral antidepressiva slikten. Het gevolg van langdurige stress, verwachtingspatronen, solitaire levensgewoonten, jeugdtrauma’s en langdurige blessures.

Deze week zond de BBC een documentaire uit, genaamd Mind Games, over hetzelfde onderwerp. Oud-wereldkampioen boksen Frank Bruno, oud-wereldkampioen rugby John Kirwan, voetballer Neil Lennon en cricketinternational Marcus Trescothick vertelden over de dramatische wending in hun sportleven. Over zware depressies, eenzaamheid en onbegrip als gevolg van de zoektocht naar geluk. „Ik dacht dat ik de enige mens op aarde was”, zei Bruno. „Ik was alleen met mezelf bezig.” Trescothick leefde onder voortdurende stress om zich waar te maken, bang voor verlies van status, bang voor kritiek van zijn teamgenoten en van de pers. Hij kwam zijn ‘black dog’ tegen, maar vond geen gehoor. Een sportman klaagt niet. Hij wilde er een einde aan maken, deed het niet en speelt nu op een lager niveau.

In de Amerikaanse en de Engelse sportwereld bestaat de zorg om sporters die zichzelf niet staande kunnen houden en aan hun lot worden overgelaten. In Duitsland is twee weken na de zelfmoord van voetbaldoelman Robert Enke een rapport verschenen waaruit blijkt dat de helft van alle topsporters snel is opgebrand en extra aandacht nodig heeft.

„In Nederland zijn geen cijfers bekend, omdat er geen onderzoek naar is gedaan”, weet voorzitter Rico Schuijers van de Vereniging voor Sportpsychologie. „Maar turner Yuri van Gelder is echt niet de enige die als gevolg van opgelopen spanning zijn toevlucht zocht in drugs, alcohol en extreem gedrag. Heel veel blijft verborgen. Uit angst voor afwijzing. Wanneer ik met een mentale stoornis word geconfronteerd, stuur ik hem of haar naar een klinisch sportpsycholoog. We beseffen dat er veel leed is. Maar er heerst een taboe op. Veel wordt verdoezeld door blessures. Als het systeem uit balans is, gaat het lichaam protesteren. Waar die blessure vandaan komt, wordt nauwelijks onderzocht. Veel klachten zijn psychosomatisch. Ook is er weinig aandacht voor afvallers.”

De Belgische sportpsycholoog Jef Brouwers voerde jarenlang een gevecht om het grote Belgische wielertalent Frank Vandenbroucke een menswaardig bestaan te geven. Vandenbroucke werd onlangs dood aangetroffen. Onlangs maakte de Belgische wielrenner Dimitri De Fauw een einde aan zijn leven. Brouwers zegt: „Hoe meer je topper bent, hoe minder je erover praat. De echte topper houdt het voor zichzelf. Hij praat zichzelf aan dat hij een grootheid is. Hij komt daardoor in een isolement. Stel dat hij een zwakte toegeeft, dan is hij geen superman meer. Als een voetballer toegeeft dat hij zich al een tijdje niet goed voelt, wordt hij niet opgesteld. Dat betekent statusverlies, mogelijk inkomstenverlies, geen kans op verlenging van contract en kritiek in de media.”

Brouwers (64) is voetbalscheidsrechter geweest. Mede daarom is hij ook als sportpsycholoog betrokken bij het welzijn van Belgische en Nederlandse scheidsrechters. „Stel je voor dat een scheidsrechter zegt dat hij zich niet goed voelt. Erover praten creëert al een probleem. Hij wil of krijgt even rust, en voordat je het weet duiken de media erop: zie je, hij is niet geschikt, daarom maakt hij fouten. Wat de media aanrichten is verschrikkelijk, ze weten niet wat ze mensen kunnen aandoen. Anderzijds dienen toppers zich te wapenen. Daar kunnen ze ons sportpsychologen op aanspreken. Mensen leven in een systeem, gezin, familie, vrienden. Er is meer dan voetbal. Vooral in voetbal denken voetballers dat het leven alleen bestaat uit voetbal. Ze leven in een isolement, wat daarbuiten gebeurt wordt uitgesloten. Je bent geen voetballer, je doet aan voetbal.”

Gertjan Verbeek is voetbalcoach van Heracles. Hij laat zich leiden door zelfstudie over psychologie en door advies van erkende psychologen. „Negen van de tien probleemgevallen heb je niet in de gaten. Ik heb enige tijd een jongen in huis genomen die tot twee keer een zelfmoordpoging deed. Hij voetbalt nog steeds. Ik kon hem helpen door hem op te vangen en door te sturen naar Jeugdzorg. Ik hou van mensen, ik leef met ze mee. Bij Feyenoord wilde ik communiceren met de spelers, problemen bespreekbaar maken. Maar omdat een deel niet wilde, zeg maar de conservatieven, was ik kansloos. Toen ik in de jaren tachtig mijn diploma haalde, was ik een instructeur, de baas dus. Nu dien je als coach vooral te luisteren. Voetbal is geweldig conservatief. Ik wil mensen begrijpen en daardoor beter maken als mens. Ulrich van Gobbel, Glenn Helder en veel meer jongens zijn aan lager wal geraakt. Waarom? Dat wil je toch weten. Wie bekommert zich om hen? Die machocultuur die wordt gepropageerd slaat nergens op? Dat is toch inhumaan.”

Verbeek verwijst naar de zaak-Theo Janssen, de voetballer die na de overwinning van zijn club FC Twente op zijn oude club Vitesse in een euforie raakte. Hij kreeg na afloop een auto-ongeluk, er zou drank in het spel zijn. „Normaal is dat een berichtje in een regionale krant, maar omdat hij bij topclub FC Twente speelt is dat groot nieuws in de landelijke pers. Hoe ga je daarmee om, als club en als coach? Ik heb vertrouwen in Twente-coach McClaren, die al in Engeland heeft bewezen door zijn samenwerking met de vermaarde sportpsycholoog Bill Beswick van de Universiteit van Middlesborough dat hij verder kijkt. Janssen straffen lost niets op. Ik zou vragen wat dit met hem doet. Waarom hij doet wat hij doet? Daar maak je mensen beter van.”

Brouwers was vorig weekeinde aanwezig bij de wedstrijd Willem II-ADO Den Haag. „Er gebeurde niks, het was een kalme wedstrijd. Ineens geeft die speler van Den Haag een kopstoot. Waarom? Dat heeft niets met de wedstrijd te maken. Er is wat anders met die jongen. Niet straffen, in gesprek gaan, dat kan iets oplossen.”

Ach, verzucht Jef Brouwers, we willen zoveel van de mens weten. „We willen weten waarom hij zo goed is, waarom hij morgen niet goed is, waarom hij plotseling faalt. U en ik falen voortdurend. Dat is niet erg. Maar Frank Vandenbroucke werd gestuurd door demonen, door de media die hem achtervolgden, door het talent dat hem eeuwige roem zou kunnen bezorgen. We hebben niet door dat sporthelden mensen zijn. Sporthelden hebben niet door dat zij mensen zijn. Laten we onze wensen matigen, laten we onze helden leren begrijpen.”

Paul Gascoigne was een van de beste Britse voetballers. Hij vecht tegen zijn verslaving aan aandacht, dus zoekt hij naar opwinding als alcohol, cocaïne, porno. De homoseksuele voetballer Justin Fashanu pleegde zelfmoord, omdat hij de homofobie in het voetbal niet langer kon verdragen.

Brouwers: „We kunnen zeggen dat zij het verkeerde beroep hebben gekozen, maar het gaat toch vooral om ambities die niet zijn waar te maken. We willen hoger, engelen worden om aanbeden te worden. Wees jezelf, dat is goed genoeg.”