Grindelwald verliest zijn gletsjers

In de Zwitserse Alpen is klimaatverandering geen abstractie. Gletsjers smelten, met alle gevolgen van dien voor toerisme, wonen en watervoorraden.

Annemarie Wyss hoorde geschreeuw op de brug en draaide zich om. En toen zag ze de gevolgen van klimaatverandering in de Alpen.

Ze klemt haar pan aardappelen tegen haar buik om naar de grijswitte vlakken in de hoogte te wijzen, een miniatuurschildering van deze afstand. „Een enorm stuk gletsjer begon te schuiven. Ik zág het afbreken. In een mum van tijd stond de rivier aan de voet van ons huis tot aan de rand vol.”

Wyss verhuurt al tientallen jaren kamers in Grindelwald, een fameus Zwitsers ski- en wandeloord bij de Jungfrau en de Eiger. Lawines, smeltvloed, machtige natuur, ze heeft het vaker gezien. „Maar zo groot, zo snel, nóóit.”

En dat was nog maar de Oberer Grindelwaldgletscher, de verste en hoogste van de twee gletsjers in de buurt. Filosofisch houdt Wyss paniek op afstand. „Het is natuurlijk onze eigen schuld. De natuur slaat terug. Nu moeten we leren leven met verrassingen.”

Grindelwald geeft inzicht in de gevolgen van klimaatverandering in de Alpen, zei Martin Funk een paar dagen eerder uit Zürich. De glacioloog houdt de 1.500 gletsjers in de Zwitserse Alpen in de gaten, en hun kleine broertjes in Italië en Frankrijk. „Sinds 2000 gaat het smelten aanmerkelijk sneller. De gletsjers zullen zo binnen enkele tientallen jaren uit de Alpen verdwenen zijn.”

Maakt dat wat uit? „Niet voor heel Europa, we moeten niet overdrijven”, zegt Funk. Maar in en rond de Alpen zullen de gevolgen „ingrijpend” zijn. Voor de waterhuishouding, voor het wonen en wandelen in de bergen. „We moeten voorbereidingen treffen.”

Op naar Grindelwald dus. Voor de 4.000 inwoners van het toeristendorpje is klimaatverandering geen abstractie meer. Geen ‘o ja’-onderwerp waar wereldleiders in Kopenhagen over vergaderen.

In 2005 ontdekte Funk een splinternieuw gletsjermeer, in een reusachtige ijskuil boven het dorp. Ontstaan uit smeltwater van de dichtstbij gelegen gletsjer, de zich snel terugtrekkende Unterer Grindelwaldgletscher.

Vervolg Alpen: pagina 4

Nu te veel smeltwater, straks te weinig

In het smeltseizoen in 2006 was het meer al twee keer zo groot en had de omvang van de binnenstad van hoofdstad Bern. Voorjaar 2008 bevatte het 2,5 miljoen kubieke meter en was het zestig meter diep. In mei vorig jaar stroomde het spectaculair over.

Volgens de berekeningen zou het meer zonder maatregelen in 2011 al aangezwollen kunnen zijn tot meer dan 9 miljoen kubieke meter. Dan loopt het dal vol.

In Grindelwald volgde elk inwoner dit voorjaar in het smeltseizoen op de website gletschersee.ch gespannen de groei van het meer boven hun hoofd. Het dorp is een bouwput rijker om een gigantische afvoer voor het gletsjermeer te bouwen. Toeristen bellen of ze nog wel mogen komen.

Ze doen er goed aan te komen, vindt burgemeester Emmanuel Schläppi. Klimaattoerisme is tastbaarder dan een klimaattop. In Grindelwald kun je pas begrijpen wat de mens aanricht, zegt hij op een zachte herfstavond in het gemeentehuis. Laatst was hij in Londen. „Ik was verbijsterd hoe weinig je daar van klimaatverandering merkt. Terwijl ik dacht: hier rijden de auto’s, hier gebeurt het!”

Rond Grindelwald kun je sinds kort een wandeltocht maken met een speciale Jungfrau-Klimaguide op de I-phone. De geschiedenis wandelt mee op je scherm.

Als je op het bankje voor de kerk zit, zie je om half één de zon door een gat in de Eigerwand schijnen. Daar, zegt de legende, drukte de Heilige Martin eeuwen geleden met een stok de bergen uiteen, om ruimte te maken voor de uitdijende gletsjer.

In de zomer van 2006 keken duizenden toeristen naar spectaculair afbrekende rotsen in het hooggebergte. De instabiliteit van de bergen is een direct gevolg van de slinkende gletsjers, vertelt Schläppi: de druk van het ijs hield alles op zijn plaats. „De gidsen moeten voortdurend routes veranderen.”

In 1860 kwam de Unterer Gletscher nog tot aan de kerk. Nu ligt zelfs het meer waarin de gletsjer uitdrupt op onbereikbare hoogte. Sinds vorige week ligt er een mijnschacht tussen meer en dal, daarvoor kon je er alleen komen met de helikopter of na een gevaarlijke klim van enkele uren.

Vergelijk het meer met een badkuip zonder afvoer, zegt Nils Hählen. De 32-jarige waterbouwkundige schetst de mijnschacht die de afgelopen maanden op grond van zijn berekeningen naar het gletsjermeer is gegraven. Als de watermeters in het meer een te hoge stand aangeven, krijgt hij automatisch een alarm-sms. Drie keer daags klapt hij zijn laptop open voor de laatste webcambeelden. Het meer is nu leeg.

Hij moet lachen als hij de nieuwe Sankt Martin wordt genoemd, het menselijke antwoord op natuurverandering. „De oplossingen die we aanbrengen zijn maar tijdelijk”, tempert hij. „De komende drie vier jaar kunnen we water afvoeren. Daarna moeten we waarschijnlijk aanpassen.”

Dat de bergen „dynamisch” zullen worden door de opwarming, lijkt onvermijdelijk. „De laatste jaren verongelukken al meer Alpinisten, omdat de hellingen instabiel worden. Het is goed mogelijk dat het hoogste gebied over veertig, vijftig jaar onbegaanbaar is. Dat een plaats als Grindelwald, dat het van toerisme moet hebben, onaantrekkelijk is geworden.”

Sinds 2005, toen hevige regenval voor overstromingen zorgde, herzien Zwitserse wetenschappers hun modellen. Meerdere ‘Grindelwalds’ in de bergregio boven Bern betekent dat een stad als Interlaken, aan de voet van het hoogste deel, van de kaart zal verdwijnen. „We zien zo’n gevaar aankomen, mensen kunnen geëvacueerd worden. Maar de schade aan gebouwen zal enorm zijn”, zegt Hählen.

Als de overvloed aan smeltwater voorbij is, en de gletsjers weg, wacht nieuw onheil. Gletsjers voeden de stuwmeren in de Alpen, en de energievoorziening. Kerncentrales worden gekoeld met bergwater. Gletsjers stabiliseren het vochtklimaat, waardoor regenval regelmatiger wordt.

En dan, zegt Hählen net als kamerverhuurder Wyss en burgemeester Schläppi: hoe zien de Alpen er straks uit, zonder ijs?