Einde van crisis Honduras is in zicht

In Honduras lijkt het einde van de crisis nabij met de verkiezingen zondag. De VS hebben actief bemiddeld bij een oplossing. Maar in Latijns-Amerika is irritatie ontstaan over de wijze waarop Obama dat deed.

Bij de presidentsverkiezingen komende zondag in Honduras doet de uitslag er niet toe. De winnaar is vooral de interimregering van het Midden-Amerikaanse land, de coupplegers die de macht overnamen nadat president Manuel Zelaya in juni door het leger op het vliegtuig naar Costa Rica was gezet.

Met de presidentsverkiezingen lijkt het einde van de crisis in Honduras in zicht. Sinds het afzetten van president Zelaya, een actie die leidde tot internationaal isolement van Honduras, heeft de interim-regering de verkiezingen altijd als oplossing gezien voor de huidige situatie. Zij stond daarin echter alleen. Geen enkel land, van de Verenigde Staten, Brazilië tot de Europese Unie, wilde de voorgenomen verkiezingen erkennen tenzij Zelaya zou terugkeren. Want anders zou dat een verkeerd signaal afgeven, dat een verkapte staatsgreep getolereerd wordt zolang er maar verkiezingen op volgen. En dat is een gevoelige kwestie in Latijns-Amerika met zijn geschiedenis van coups.

Toch is sinds drie weken geleden het tij gekeerd voor de interim-machthebbers. Nadat onder druk van de VS een akkoord was gesloten tussen de verstoten Zelaya en zijn partijgenoot en interim-president Micheletti (Liberale Partij), is een aantal landen om. Onder aanvoering van de VS hebben onder meer Panama, Colombia, Peru en Japan besloten de verkiezingen te erkennen. Al bijna vijf maanden verlamt de crisis het straatarme land, waardoor de economie verder in elkaar is gezakt.

Onderdeel van het akkoord was dat Zelaya zou terugkeren, weliswaar gekortwiekt in zijn macht, als president van een eenheidsregering. Totdat zijn opvolger in januari zou aantreden. De verkiezingen zouden dan bovendien internationaal worden erkend. Er zat echter wel een addertje onder het gras: eerst moest het Congres van Honduras, dat eerder voor de coup stemde, hiermee akkoord gaan.

Omdat het Congres heeft besloten pas na de verkiezingen te debatteren over Zelaya’s positie, is dat besluit nog steeds niet gevallen. Zelaya voelt inmiddels de bui hangen. Nu een aantal belangrijke landen de verkiezingen zullen erkennen, wordt de kans op zijn terugkeer steeds kleiner. Waarom zou hetzelfde Congres, dat eerder instemde met de coup en vooral bestaat uit een conservatieve elite, nu Zelaya weer terugwillen als staatshoofd, ook al is het maar tijdelijk?

Op 28 juni viel het doek voor Zelaya nadat hij, tegen de zin in van het parlement en zijn eigen partij, had geprobeerd een referendum te organiseren over de mogelijkheid van het opzetten van een grondwetgevende assemblee. Een stap, zo stelde het Hooggerechtshof, die in strijd was met de constitutie. Zelaya wilde, volgens zijn critici, met behulp van zijn linkse bondgenoot Hugo Chávez, zo een nieuwe ambtstermijn regelen, iets wat hij zelf ontkent.

Nadien was de interim-regering van Honduras de gebeten hond. Maar het scenario is nu gewijzigd, tot woede van Zelaya. Grote boosdoener zijn volgens hem de VS. „De VS hebben hun positie veranderd. Hun prioriteit was het herstel van de democratie en daarna verkiezingen. Nu hebben ze de verkiezingen tot de prioriteit gemaakt”, zei Zelaya deze week tegen de media.

Voor de VS, van oudsher een bondgenoot van Honduras, gelden andere belangen. De crisis sleept zich al lange tijd voort en uitzicht op een einde kwam maar niet in zicht. Het veroorzaakt vooral onrust in de zogenoemde achtertuin van de Verenigde Staten, Latijns Amerika.

Toen Zelaya in september weer opdook in Honduras, en onderdak en bescherming vond in de Braziliaanse ambassade, leek de druk op de interim-regering even toe te nemen. Zelaya’s terugkeer bracht zijn aanhangers op de been, maar tot een brede volksopstand is het nooit gekomen. Mogelijk ook vanwege de aanwezigheid van politie en militairen in de straten, arrestaties van supporters en intimiderend overheidsoptreden tegen media die zich positief uitlieten over Zelaya.

Ondanks alle internationale pressie weigerden Micheletti en zijn collega’s toe te geven aan de eis Zelaya zijn baan weer terug te geven. Regionale leider Brazilië, via zijn ambassade plotseling midden in het conflict, slaagde er ook niet in een oplossing aan te dragen. Dus grepen de VS in.

De ommezwaai van Washington heeft tot grote irritatie en verdeeldheid geleid in Latijns-Amerika. Landen als Nicaragua, Brazilië, Venezuela en Argentinië weigeren de verkiezingen te erkennen, zolang Zelaya niet weer wordt aangesteld. Brasília heeft zelfs nog aan Washington voorgesteld de verkiezingen twee weken uit te stellen, zodat er meer tijd zou zijn voor een terugkeer van Zelaya. Deze suggestie heeft Washington beleefd naar de prullenbak verwezen.

De ingreep van de VS wordt in Latijns-Amerika geïnterpreteerd als steun aan rechtse coupplegers, zoals in het verleden wel vaker gebeurde. Met het aantreden van president Obama was de verwachting van een nieuw elan groot, nadat de regio jaren genegeerd was door de regering-Bush.

De speciale adviseur van de Braziliaanse president Lula, Marco Aurélio Garcia, sprak deze week dan ook van een „zekere teleurstelling en frustratie” met betrekking tot het buitenlandbeleid van Obama. Over het erkennen door de VS van de Hondurese verkiezingen zei hij: „Wij vinden het betreurenswaardig dat men een staatsgreep wegmoffelt met verkiezingen, in een land dat al maanden leeft onder een staat van beleg.”