Eerlijk knikkeren

Gisteren zag ik twee kinderen die aan het knikkeren waren. Ze kregen ruzie. „We moeten eerlijk spelen”, zei de ene, „anders is het niet eerlijk.” De ander protesteerde: „Maar als we eerlijk spelen, dan kan ik niet meer winnen.” „Zie je wel”, riep de ene, „dan ben je dus een valsspeler!” Dat maakte de ander pas echt boos. „Jij bent zelf een valsspeler,” zei hij, „omdat je mij een valsspeler noemt.”

Een soortgelijk tafereel speelde zich een paar dagen geleden af in de Tweede Kamer. Er was een debat over de donaties die politieke partijen krijgen. D66 en GroenLinks eisten maximale openheid. Ze wilden dat de partijen bij wet gedwongen worden openbaar te maken van wie ze geld ontvangen, zodat iedereen kan controleren of er sprake is van belangenverstrengeling, gekochte standpunten of politici die iets terug doen voor de cadeautjes die ze hebben gekregen. Het was een oproep om eerlijk te spelen waarmee iedereen het alleen maar eens kan zijn.

Maar de woordvoerder van de PVV reageerde als door een adder gebeten. Hij keerde zich fel tegen het voorstel. Wie niet eerlijk wil spelen, geeft toe dat hij niet eerlijk speelt. De woordvoerder van de PVV legde het zelf met verbijsterende openhartigheid als volgt uit: „Dat is omdat we ‘extreemrechts’ en ‘fascistisch’ worden genoemd. Stel dat iemand ons 2.000 euro wil schenken. Als hij dat niet anoniem kan doen, zal hij het niet doen. Want hij wil zijn buurvrouw te vriend houden die tijdens de vakantie de plantjes water geeft en die niks te maken wil hebben met mensen met extreemrechtse en fascistische sympathieën.”

Laten we deze woorden eens goed tot ons laten doordringen. De woordvoerder van de PVV geeft eerlijk toe dat zijn partij het moet hebben van anonieme giften omdat haar sympathisanten zich ervoor schamen dat zij sympathisanten zijn. Hij zegt met zoveel woorden dat mensen niet bekend willen staan als fascisten en dat ze automatisch wel zo worden gezien als ze bekend staan als aanhangers van zijn partij. Zo zit het dus: de aanhang van de PVV bestaat uit fascisten die dondersgoed beseffen dat ze hun sympathieën beter geheim kunnen houden.

Ilja Leonard Pfeijffer