Dreigende gangstarap

cd HipHOP

50 Cent: Before I Self Destruct ****

„Hiphop? Dat is toch altijd met die gangsters enzo?”, hoor je mensen wel zeggen. Daarbij maken ze rare gebaren en trekken ze een gezicht alsof ze heel nodig naar de wc moeten. Maar in de realiteit is het vaak slappe hap. Er klinken vooral hiphopmiljonairs-in-een-veel-te-strakke-broek die een zoveelste liefdesliedjes-met-robotstem brengen.

Godzijdank is er 50 Cent, het rappende kogelvrije vest en het vleesgeworden symbool van het hiphopgevaar. De laatste rapper van wie echt niemand met droge ogen kan volhouden dat hij – gruwel – ‘poëzie van de straat’ brengt. En godzijdank grossiert hij niet meer in libidoliedjes maar in zijn ware kunst: stevig pompende, hoogstaand gerapte, dreigende gangstarap, waarvan alleen het geluid al een blokje om doet lopen.

Voor zijn vorige album Curtis bezocht ik een luistersessie met 50 Cent in Londen, maanden voordat het album zou uitkomen. Het viel me toen op hoe kil de rapper zijn muziek zag. Hij was in alles de succesvolle zakenman, en niet de artiest. Hij besprak de nummers op zijn cd alsof die, om maximaal resultaat te behalen, aan een exacte formule moesten voldoen. Bloedserieus legde hij uit dat hitje Amusement Park zijn nieuwe Candy Shop was; een nummer met een duidelijke erotische boodschap voor volwassen publiek, dat toch op de radio gedraaid kon worden.

Curtis klonk grotendeels als een klok. 50 Cent’s oor voor pakkende melodielijnen en producties, en zijn soepele rapstijl worden vaak onderschat, alsof zijn succes en personage waardering voor zijn kwaliteiten als liedjesschrijver in de weg staan. Maar die berekenende audioporno ging wel heel snel vervelen. Before I Self Destruct toont de 50 Cent van zijn debuut, het klassieke Get Rich Or Die Tryin’. Hij kielhaalt schmierend zijn tegenstanders en vertelt lompe verhalen waarin hij zijn eigen kwaliteiten opklopt en beloningen uitdeelt aan wie zijn vijanden uitschakelt. De muziek omzeilt de dansvloer haast nostalgisch hard en rauw; alsof het met geld smijtende boegbeeld van hiphopmaterialisme van dit millennium ineens naar de wat eenvoudigere jaren negentig verlangt.

Uitzondering is het nieuwe wapen in zijn arsenaal: de zuigende alimentatiepop, met dansvloerkraker Baby By Me als opzwepend hoogtepunt. Maar ondanks zijn status en al zijn miljoenen is 50 Cent vooral weer de overtuigende etterbak die vanuit alle poriën de machocultuur van de straat uitademt. Niet de gesubsidieerde museumgraffiti, maar de op de buitenmuur gekalkte middelvinger.