'De nobelste van de Romeinen'

Hij ging niet als een geslaagde keizer de geschiedenis in, maar ethisch was Marcus Aurelius hoogstaander dan alle anderen. En dat vond Bill Clinton ook.

Frank McLynn: Marcus Aurelius. Warrior, Philosopher, Emperor. The Bodley Head, 704 blz., € 30,95

De Amerikaanse oud-president Bill Clinton heeft ooit gezegd dat de overpeinzingen van de Romeinse keizer Marcus Aurelius hem in zijn regeerperiode tot steun waren. Bij zijn vele rechtse critici leidde die ontboezeming tot de nodige verbazing, want in hun ogen was er geen grotere tegenstelling denkbaar dan die tussen de ingetogen keizer, die in zijn aantekeningen zijn twijfels en idealen ruim baan gaf, en de vrijbuiter Clinton, die Marcus Aurelius’ kruistocht tegen de irrationaliteit van de seksuele hartstocht volledig negeerde.

Maar zo verbazingwekkend is Clintons bewondering nu ook weer niet, want de aantekeningen van de Romeinse keizer vormen geen consistent geheel, maar eerder een verzameling losse gedachten van een door de Stoa geïnspireerde denker – overpeinzingen die troost bieden in de moeilijkste omstandigheden.

Voor de biograaf Frank McLynn is dat grote enthousiasme van zo velen voor de persoonlijke notities alleszins begrijpelijk, want Marcus Aurelius die van 161 tot 180 regeerde, heeft opvattingen verkondigd die ons nu nog iets te zeggen hebben. Uit diens persoonlijke notities rijst het beeld op van een gevoelig en plichtsgetrouw man die oprecht streefde naar het goede en die twijfelde aan de waarde van zijn eigen daden. Zijn faam nam na zijn dood verder toe, toen Julianus, keizer van 361 tot 363, in een vergelijkende studie over keizers de goden de vraag voorlegde wie de grootste persoon uit de Oudheid was. Marcus Aurelius werd verkozen boven Alexander de Grote, Julius Caesar en Trajanus – grote veroveraars en op het slagveld veel succesvoller dan de onderscheiden keizer. Maar de goden sloegen Aurelius’ morele zuiverheid hoger aan dan die wapenfeiten. De ‘nobelste van de Romeinen’ verdiende de eretitel.

Zeker is dat hij niet als een echt succesvolle keizer de geschiedenis is ingegaan. Zijn voorgangers kregen op politiek en militair gebied meer voor elkaar: Trajanus gaf het rijk zijn grootste omvang ooit, en Hadrianus en Antoninus Pius konden ongestoord werken aan de verbetering van de infrastructuur ervan.

Een rustige regeerperiode was Marcus Aurelius niet vergund. Hij stond voor de bijna onmenselijke taak het Romeinse Rijk door een moeilijke periode te loodsen. De Parthen vielen de oostgrenzen van het rijk aan en konden alleen ten koste van heel veel soldatenlevens tot staan worden gebracht. De terugkerende soldaten brachten bovendien een besmettelijke ziekte mee die uitgroeide tot een epidemie van ongekende omvang. Het gevolg was dat er niet genoeg soldaten overbleven om de Germaanse stammen in het noorden te stuiten. Marcus Aurelius kon al die problemen niet de baas. Toch was hij ook volgens McLynn de grootste keizer die Rome heeft gekend, omdat hij ethisch hoogstaander was dan de andere keizers.

Marcus Aurelius leefde in twee gescheiden werelden: die van zijn eigen gedachten en die waarin hij geacht werd leiding te geven aan mensen die zijn ideeën over een door de goddelijke Voorzienigheid bestuurde kosmos niet begrepen. Die gespletenheid maakt een heldere weergave van het leven van deze keizer bijzonder moeilijk. Daar komt nog bij dat de historici die in de Oudheid over hem hebben geschreven het ons niet gemakkelijk maken feit en fictie van elkaar te scheiden. Vooral de auteur van de belangrijkste bron, de levensbeschrijving van Marcus Aurelius in de Historia Augusta, een verzameling van anekdotes van keizers en tegenkeizers, geeft regelmatig informatie waarvan je je kunt afvragen of die voldoende relevant is om aan de hand daarvan het leven van de filosoof-keizer te reconstrueren.

McLynn is zich daar terdege van bewust. Hij heeft zich dan ook een ander doel gesteld dan uitsluitend een punctuele biografie te schrijven op basis van de vage bronnen. Hij plaatst Marcus Aurelius midden in de Romeinse geschiedenis vanaf de late Romeinse republiek. Zo wordt zijn levensverhaal de kapstok voor een mentaliteitsgeschiedenis van ‘Rome’. Die brede aanpak, met talrijke uitweidingen, is zowel de kracht als de zwakte van deze biografie.

McLynn, een gerenommeerd historicus, beschikt over een fenomenale kennis. En die wil hij tonen ook. Ieder gegeven wordt uitgespit en in een brede context geplaatst. Als hij het heeft over de pest krijgen we een mooi betoog voorgeschoteld over de diverse pestilenties, vanaf de eerste grote epidemie in Athene in 429 v. Chr., die de bevolkingen van de oude wereld hebben gedecimeerd. Dat leidt tot mooie vergezichten over besmettelijke ziekten in samenlevingen met een primitieve gezondheidszorg, maar het verkleint het effect van het drama van de pest onder Marcus Aurelius. Bij zijn verhandelingen over zeevaart en economie, over slavernij en homoseksualiteit tijdens Marcus Aurelius’ regering dwaalt McLynn ver van zijn onderwerp af. Zijn bewondering voor Marcus Aurelius klinkt daarbij voortdurend door.

In zijn overigens prachtig geschreven boek schroomt hij bijvoorbeeld niet ons te vertellen dat de keizer op dezelfde dag is geboren als Mohammed, Shakespeare en Wittgenstein. Talloze andere personen die maar enigszins aan hem doen denken, passeren de revue om de grootheid van de filosoof-keizer te accentueren, onder wie de Zuid-Afrikaanse staatsman Jan Christian Smuts, die begin 20ste eeuw een omstreden politieke carrière maakte, maar met zijn filosofische notities dichtbij, zoals McLynn het formuleert, het ‘holisme’ van Marcus Aurelius kwam.

Ik denk niet dat Marcus Aurelius zichzelf als de nobelste der keizers zou hebben betiteld. Daarvoor kende hij te veel twijfels. Wel gaf hij op zijn sterfbed nog een mooi staaltje ten beste van de morele kwaliteiten die hem voor McLynn zo groot maken. Tegen zijn geëmotioneerde vrienden, zei hij: ‘Waarom huilen jullie om mij, in plaats van je druk te maken over de pestepidemie die talloze slachtoffers maakt?’ De keizer ten voeten uit, tot het laatst gevangen in zijn eigen gedachten.