De grootste Streber van de nazi's

In zijn overdonderende biografie trekt de Duitse historicus Peter Longerich een vérstrekkende conclusie: Zonder Himmler had de naziterreur zich minder verschrikkelijk ontwikkeld.

Peter Longerich: Heinrich Himmler. Biographie. Siedler, 1.035 blz. € 39, 95. De Nederlandse vertaling door Joost Zwart en Pieter Streutker verscheen bij De Bezige Bij, 896 blz. € 59,50.

De Duitse aanval op de Sovjet-Unie was enkele dagen aan de gang toen Heinrich Himmler (1900-1945), chef van de SS en de Gestapo, op 30 juni 1941 met zijn privétrein ‘Heinrich’ arriveerde in de Wit- Russische stad Grodno. Himmler ontdekte tot zijn ongenoegen dat zijn ondergeschikten nog niet met hun werk begonnen waren. De commandant van de plaatselijke Einsatzgruppe kreeg een uitbrander en toen Himmler medio juli terugkwam in Grodno, constateerde hij dat de arbeid inmiddels voortvarend ter hand was genomen. De commandant rapporteerde: ‘In Grodno en Lida zijn in de eerste dagen aanvankelijk slechts 96 Joden geliquideerd. Ik heb hier een aanzienlijke intensivering bevolen. De uitvoering van de noodzakelijke liquidaties wordt onder alle omstandigheden gegarandeerd.’

De Duitse historicus Peter Longerich laat in zijn overdonderende biografie van de belangrijkste beul van het Derde Rijk niets heel van het beeld van de SS-baas als Schreibtischtäter, een bureaucraat die vanuit Berlijn de Holocaust orkestreerde. Himmler was tijdens WO II bijna constant op reis en overal waar hij kwam, bereikte het moorden een bloedig crescendo.

In Heinrich Himmler, waaraan hij tien jaar werkte, portretteert Longerich een man wiens leven gevormd werd door het feit dat hij te jong was om aan WO I deel te nemen. Himmler had net zijn officiersopleiding afgerond toen in november 1918 de kanonnen zwegen. Dat hij zich niet had kunnen bewijzen als man, als strijder, knaagde aan het zelfvertrouwen van de sociaal onhandige katholiek van goedburgerlijke komaf. Hij ging landbouw studeren, maar werd als agrariër niet gelukkig.

Ook toen hij na de machtsovername van Hitler uitgroeide tot de meest gevreesde man van het Derde Rijk, bleef zijn gebrek aan oorlogservaring hem frustreren. Zo zeer zelfs, dat hij er onbeschaamd over loog. In 1936 blufte hij tijdens een toespraak: ‘Wij, die de oorlog hebben meegemaakt, hebben als soldaten, als frontstrijders het zuipen en vechten geleerd. Ik wil u zeggen, wanneer je in gevecht bent en niet weet of je het volgende uur nog leeft, honger hebt en dagen niets te vreten hebt gehad, dan worden roken en zuipen al heel gauw gewoon voor je.’

Himmlers onzekerheden, ook ten opzichte van het andere geslacht, zijn soms bijna meelijwekkend, als je vergeet op welke moorddadige wijze hij afrekende met iedereen die niet paste binnen zijn beeld van een ideale wereld.

Longerich gaat in zijn boek uitgebreid in op het karakter van zijn hoofdpersoon, maar heeft geen psychobiografie geschreven. Minstens zo belangrijk is een grondige reconstructie van het ontstaan en de ontwikkeling van het terreurapparaat dat Himmler bestierde. Soms is Longerich daarin wel erg volledig. Elke ambtelijke herinrichting binnen de SS of Gestapo wordt besproken, inclusief de personele verschuivingen die bij zo’n reorganisatie horen. Dat had hier en daar wat minder grondig gekund.

Toen Himmler in 1929 de leiding kreeg over de Schutzstaffel (SS) was die organisatie niet veel meer dan de persoonlijke lijfwacht van nazipartijleider Adolf Hitler. Met een enorme ambitie en werklust slaagde Himmler er in vijf jaar in de veel grotere SA, de knokploeg van de NSDAP, uit haar machtspositie te verdrijven. In 1936 kreeg hij ook de leiding over de reguliere politie (Kripo) en geheime politie (Gestapo), waarmee hij alle Duitse veiligheidsdiensten in zijn macht had.

Zijn nietsontziende jacht opende Himmler aanvankelijk op communisten en christenen. Himmler koesterde een diepe haat jegens het geloof. Hij noemde de missionaris Bonifatius een ‘zwijn’, omdat die de mythische Germaanse Donareik in 723 zou hebben omgehakt. Ook de ongemakkelijke omgang van de katholieke kerk met seksualiteit hinderde hem. Hij wilde dat het Germaanse ras zich ongestoord kon voortplanten, ook via gemeenschap buiten het huwelijk. Als jongens hun driften niet konden bevredigen bij meisjes, was volgens Himmler het gevaar levensgroot dat ze homoseksueel werden.

Himmlers obsessie met het creëren van een superieur Nordisch ras dat eeuwenlang over Europa moest heersen, is als verklaring voor zijn handelen van even groot belang als zijn haat ten opzichte van Joden, communisten, katholieken en homo’s. Longerich laat overtuigend zien dat scheppen en vernietigen voor Himmler hand in hand gingen.

Toen hij in 1942 besloot om grote groepen etnische Duitsers van elders in Europa naar Duitsland te halen, werd tegelijkertijd het sein gegeven het geweld tegen het Europese jodendom te intensiveren. Daarnaast moesten er ruim dertig miljoen mensen worden verdreven uit de veroverde gebieden in de Sovjet-Unie. Daar zouden Duitse boerensoldaten hun koloniën vestigen. Himmlers ideale wereld werd gebouwd op de stoffelijke resten van de mensen die een bedreiging vormden voor het zuivere bloed van het Germaanse ras.

Himmler was obsessief in het nastreven van zijn doelen. Hij bemoeide zich tot in de kleinste details met het functioneren van het terreurapparaat dat hij leidde. SS-functionarissen moesten zich vergaande bemoeienissen met hun privéleven laten welgevallen. De Reichsführer-SS was hard en streng voor zichzelf, en verwachtte van zijn ondergeschikten hetzelfde.

Geconfronteerd met de kerende krijgskansen, radicaliseerde Himmler in de loop van de oorlog steeds meer. Elke terughoudendheid ten opzichte van de vernietiging van de Joden verdween. Maar alle hardheid kon niet voorkomen dat het naziregime in 1945 ineenstortte. Himmler probeerde in de laatste maanden van de oorlog vergeefs vrede te sluiten met de westerse geallieerden. Nadat hij in Britse krijgsgevangenschap was geraakt beet hij op 23 mei 1945 een gifcapsule stuk.

Aan het eind van zijn boek trekt Longerich verstrekkende conclusies. De terreur die nazi-Duitsland uitoefende kan niet los gezien worden van de man die het apparaat en de filosofie daarachter vormgaf. ‘Als Himmler in de jaren dertig door iemand anders was opgevolgd, was deze specifieke, uiterst gevaarlijke verbinding van verschillende bevoegdheden niet tot stand gekomen.’

Anders dan voor Adolf Hitler was de vernietiging van het Joodse volk voor Himmler geen doel op zichzelf. De Holocaust was voor hem slechts een onderdeel van de bloedige herinrichting van het Europese continent. ‘Als andere nazipolitici op zijn posities hadden gezeten’, aldus Longerich, ‘dan had de nationaal-socialistische politiek zich niet op dezelfde verschrikkelijke wijze ontplooid.’