De gezelligheid is weg

In Foam toont Jan-Dirk van der Burg zijn foto’s van Sex Cinema Venus, de laatste van de Amsterdamse pornobioscopen die nog super-8-films draait. Wilfred Takken zag de foto’s en moest denken aan een vroegere baan.

Man met bezem en afwashandschoenen komt een leeg bioscoopzaaltje binnen. De achtermuur is van ruwe oranjebruine seventies bakstenen. Er zit een raampje in waarachter de projector staat.

Voor de doorsneebezoeker van de foto-expositie Sex Cinema Venus van Jan-Dirk van der Burg, te zien in het Amsterdamse museum Foam, is dit een rake foto die de ontluisterend alledaagse sleur achter de zo opwindend klinkende seksindustrie laat zien.

Bij mij spoelt er meteen een bak jeugdsentiment over me heen, want begin jaren negentig stond ik precies zo, met een bezem en een mop, als operateur en kaartjesverkoper in een pornobioscoop. Van der Burg fotografeerde in pornobioscoop Venus op het Oude Kerkplein, hartje hoerenbuurt. Ik werkte om de hoek, in Sex Cinema Star Shine. De interieurs zijn identiek: rode lichtbakken met zwarte plakletters, vitrine met filmhoesjes, de 49 krakkemikkige klapstoeltjes, de bakstenen: het allergoedkoopste materiaal, sinds twintig jaar niet meer vervangen. Binnen zag je toch niets.

Wat de man op de foto gaat doen behoort tot het smerigste werk dat bestaat: het schoonmaken van een zaaltje waar een dag lang schichtige mannen in het donker hebben zitten masturberen. Op de grond lagen gebruikte papieren zakdoekjes, de toegangskaartjes, gebruikte condooms. Ik heb wel eens een tientje gevonden tussen de stoelen. Ik heb het laten liggen. Op de wc vond ik vaak herenondergoed, en één keer zelfs een schoen. De bioscoopbaas, die wij de Pornobons noemden, vertelde dat een klant ooit zijn spijkerbroek door de wc had proberen te spoelen. De halve steeg moest toen worden opengebroken om de verstopping te verhelpen.

Het had toch ook wel wat, om na sluitingstijd alleen in die lege zaal te staan. Knipperende tl-balken belichtten de raamloze ruimte met de kale betonnen vloer, die de rest van de dag in duisternis was gehuld. De rolluiken naar beneden, alleen ik en mijn mop. Meestal draaide ik gitaarmuziek tijdens het schoonmaken.

Volgens de begeleidende tekst van de tentoonstelling wordt Sex Cinema Venus met sluiting bedreigd, doordat de gemeente liever nettere nering heeft in de hoerenbuurt. Toen ik in Star Shine werkte, waren de kleine seksbioscopen al een restant uit de oudheid. De hedendaagse liefhebber gaat liever naar een videocabine in een peepshow. Of hij huurt een dvd voor thuis. Bovendien werken seksbioscopen als Venus en Star Shine met super-8-films, die al in de jaren zeventig zijn verdreven door video’s, die inmiddels al weer zijn vervangen door de dvd. De films die wij toonden stamden dan ook uit de hippiejaren. Dat was te zien aan de kleding, de lange haren, de ongerepte venusheuvels, het lawaaibehang, en aan de psychedelisch bedoelde scènes. Of zoals Pornobons zei: „Dan gaan ze experimenteel doen met lampen enzo.” Bovendien was de porno in die tijd nog wat liever dan het huidige keiharde geram. De personages namen nog hun tijd.

Daar had Pornobons geen geduld voor, dus hij knipte en plakte altijd zijn eigen programma in elkaar. Op vrijdag verving hij het programma, dat een uur duurde en doorlopend werd vertoond. We hadden twee projectoren, zodat je ene helft kon terugspoelen terwijl de andere draaide. Toen ik werd ingewerkt, vertelde hij me hoe hij zijn montage aanpakte: „Het voorspel, daar hebben de klanten geen geduld voor, dus dat gaat eruit. Het einde, altijd het moment supriem van de man, is vaak van de filmstrook afgesleten dus daar plak dan een andere vent achter, dat verschil zie je toch niet. Verder let ik op de variatie. Voor elk wat wils: een stomme film; dan grote tieten, dat is een speciaal genre; een vrouw met twee mannen; dan een neger of negerin; en een beetje vastbinden – maar niet echt hard. Daar houden ze niet van. Dan moet je naar speciale adressen.” Vroeger had hij ook een speciaal „bizar uurtje” op zaterdagnacht: „Die neger met die lange lul, travestieten, sm, dieren. Maar dat liep niet. De vaste jongens bleven dan weg.”

Vooral het draaien van stomme films vond ik tamelijk idioot, zo’n zeventig jaar na de uitvinding van de sprekende film. We moesten er een bandje met passende muziek bij draaien. Altijd dezelfde: Sadeness, een liedje van Enigma met een slepende beat, Gregoriaans gezang, en een vrouw die fluisterend uitlegt: The principles of lust/ are easy to understand/ Do what you feel/ Feel until the end.”

Afgezien van het schoonmaken was het werken in Star Shine heel licht. ’s Ochtends moest je de luiken weghalen en de film starten, ’s avonds moest je schoonmaken. Maar daartussen zat ik de hele dag niets te doen achter de kassa. Op slechte dagen kwamen er dertig klanten, op goede misschien zestig. Die moest ik een kaartje verkopen. Verder moest ik de projectoren in de gaten te houden. De charme van super-8 is dat de techniek eenvoudig te doorzien is, en het gebruik is nog echt handwerk. Wegens de cut-uptechniek van Pornobons kwamen er steeds andere stukjes voorbij, waardoor het kader van de projectie steeds bijgesteld moest worden. Ook kreeg de projector van zo’n lasnaad wel eens een trilbui, die je eruit moest krijgen door al flipperend met een palletje de film weer strak te trekken. Soms brak de film, dan moest je snel overschakelen op de andere projector, en met plakband de film plakken. Verder moet je met een wattenstaafje het projectieraampje schoonhouden, want de films namen nogal wat stofproppen mee, die je ook levensgroot op het scherm zag.

Om werknemers als ik in de gaten te houden had Pornobons een beheerder aangesteld. Hij was zeer gespierd, had een kaalgeschoren hoofd en een klein, gemeen lachje. Altijd met de lippen op elkaar, om zijn rotte gebit te verbergen. Hij was een emotioneel mens: om hem heen hing de dreiging dat hij ieder moment kon ontploffen. Ongeveer zoals André Hazes dat had. Wij noemden hem de Pitbull. Hij moest kijken of de films wel goed draaiden, en controleren of we geen mensen naar binnen lieten glippen zonder te betalen. Dat deed hij door zelf naar binnen te glippen. Dan kwam hij met een triomfantelijke blik weer naar buiten lopen, en riep: „Je heb ’n kader!” Dat betekende dat de film niet helemaal vullend op het doek werd geprojecteerd, waardoor er een witte rand was te zien.

Een vriend van mij, die documentairemaker is geworden, heeft door zijn werk in Star Shine een pornoverslaving opgelopen. Ik had daar geen last van omdat ik bijna nooit keek. Ik lette écht alleen op de kaders en op de stofpluizen in beeld. De films zelf vond ik saai en slecht. De spelprestaties waren doorgaans zwaar onder de maat. Ik kan me nog één film herinneren die ik wel aardig vond. Deze speelde in een harem (de oliecrisis had in de jaren zeventig een golf van oriëntalisme veroorzaakt). Nadat de sjeik al zijn vrouwen had bevredigd – een hele prestatie in het pre-viagratijdperk – kon hij eindelijk zelf komen. Daarbij verzuchtte hij: „Ah, Allah gab mir die Erleuchtung!”

Ik wilde zo weinig mogelijk met de zaal te maken hebben, met die broeierig zwijgende mannen die een walm van stille wanhoop, eenzaamheid en eeuwige treurnis ademden. Ik wilde het liefst in mijn eigen knusse hokje blijven. Radio aan, bekertje soep, knieën tegen de verwarming. Ik had alle tijd om mijn dikke Russen te lezen. Ik schat dat ik in Star Shine de halve Russische bibliotheek van Uitgeverij Van Oorschot heb gelezen. Zo’n 15.000 bladzijdes.

Het gemoedelijke leven in het projectorhok heeft fotograaf Jan-Dirk van der Burg goed gevangen, zo blijkt uit de expositie: de bruin geschilderde baksteenmuren, de filmspoelen en de losse stukken film die aan spijkers hangen, de stapels films, de waterkoker, het kijkraampje naar de zaal, en de verhoging waarop je moet staan om de projectoren te bedienen. Het komt me allemaal heel bekend voor.

Star Shine had een kleine maar trouwe klantenkring. Hoewel de films zeer heteroseksueel waren, kwamen er voornamelijk homoseksuelen. Vroeger kwamen er wel hetero’s, volgens Pornobons: „Kwam zo’n stelletje achterin een wip maken. Dat vonden ze kicken, dat de anderen keken.” Maar later was Star Shine vooral een ontmoetingsplek geworden voor grijze muizen die wegens hun huwelijk, hun geloof of om andere redenen niet voor hun geaardheid konden uitkomen. Een bezoek aan een op homo’s gerichte uitspanning was ze te riskant. Dus gingen ze naar Star Shine om aan elkaar te zitten. Mochten ze met de broek op de knieën betrapt worden, dan werden ze in ieder geval nog betrapt in een heterotent.

Soms kwam een klant in paniek naar buiten. Beroofd door een van de Marokkaanse schandknapen die mee naar binnen gingen. Dan riep zo’n man: „Wilt u alstublieft niet de politie bellen, want mijn vrouw weet hier niets van.” Een keer heb ik een klant geld geleend, voor een treinkaartje terug naar Den Bosch.

Na een paar jaar liep het bezoekersaantal zo sterk terug, dat Pornobons besloot te stoppen. Een vernieuwende kwaliteitsimpuls, bijvoorbeeld de aanschaf van een videokanon, waardoor hij nieuwere films kon tonen, zag hij niet zitten: „Dan zou ik de kaartjes twee keer zo duur moeten maken. Bovendien is het minder mooi, met die grove korrel.” Pornobons had er ook geen aardigheid meer in: „De gezelligheid is weg uit de buurt. Allemaal junks en toeristen. Wij zijn niet meer onder ons.” De onderwereld, waar hij tegenaan hing, werd volgens hem ook steeds grimmiger: „Vroeger mikten we nog op de knieën. Dat is er nu niet meer bij.”

Pitbull heb ik later nog één keer teruggezien, als buschauffeur. Hij was onherkenbaar veranderd. Zijn zuinige grijns was vervangen door een ruimhartige lach vol nieuwe tanden. Zijn agressie en achterdocht hadden plaatsgemaakt voor hartelijke hulpvaardigheid. Hij liet de bus wachten om mij op een plattegrond de weg te wijzen. Toen ik dit vol verbazing aan Pornobons vertelde, zei hij grijnzend: „Ze hebben hem gebroken, ja.”

Jan-Dirk van der Burg: Sex Cinema Venus. T/m 16 dec. in Foam, Keizersgracht 609, Amsterdam. Inl: www.foam.nl.