Dada op toeren 45

Barney Bubbles (1942-1983) ontwierp in het punk- en new wavetijdperk talloze oogstrelende hoezen. Hij liet zich daarbij schaamteloos inspireren door beroemde schilders. Theo van Doesburg was zijn favoriete kunstenaar.

Eind 1977 belde punkzanger Ian Dury de vormgever van zijn plaathoezen, Barney Bubbles, die eerder het memorabele singlehoesje voor Sex & drugs & rock & roll had ontworpen. Er moest een logo voor Dury’s band The Blockheads komen. Bubbles hoefde er niet lang over na te denken. Boven zijn bureau hing een replica van zijn favoriete affiche, gemaakt door Fritz Schleifer voor de Bauhaus tentoonstelling van 1923. De geometrische abstractie en het gebruik van letters als onderdeel van de voorstelling inspireerden Bubbles tot het fameuze Blockhead-logo: vierkant, met letters die samen een gezicht uitbeelden.

Platenmaatschappij Stiff bedacht er een ludiek promotie-item bij. Op een horloge met het beeldmerk als wijzerplaat vormden de grote en kleine wijzer om drie uur de letter L, als de neus in het gezicht. Op mijn eigen Blockhead-horloge, ooit gekregen van zanger Billy Bragg wiens debuut Life’s A Riot With Spy Vs Spy door een van Bubbles-ontwerpen werd gesierd, zijn de grote en kleine wijzer voor altijd in die neusvorm blijven staan.

Het was niet de eerste keer dat de toonaangevende hoesontwerper van het punk- en newwavetijdperk Barney Bubbles (1942-1983) zich door een bestaand kunstwerk liet inspireren. Eind jaren zestig had de Londense kunstacademiestudent Colin Fulcher zijn nieuwe naam aangenomen, toen hij als grafisch vormgever bij het hippietijdschrift Oz een bijbaantje had als operateur van vloeistofprojecties bij popconcerten. Door gekleurde olie in diaraampjes voor een projector te schuiven, ontstonden er bubbels die bewegende beelden met een psychedelisch effect de zaal in wierpen. Fulcher bracht het tot in het hippiewalhalla van San Francisco, waar hij in 1968 de lichtshow van de legendarische Avalon Ballroom verzorgde. Terug in Londen maakte hij posters en hoezen voor de groep Hawkwind, waarbij hij stijl en beelden gretig leende uit de art nouveau van de Tsjechische kunstenaar Alfonse Mucha. Diens schilderij l’Emeraude (1900) was de directe inspiratie voor Bubbles’ hoes van Hawkwinds live-album Space Ritual.

Barney Bubbles maakte er een missie van om de popcultuur op te fleuren met zijn liefde voor hogere kunst. Een knipoog was toegestaan. In 1976 ging zijn lange haar eraf en omarmde hij punk, als huisontwerper voor het aanstormende Stifflabel. Voor punkgroep The Damned schiep hij onder meer de albumhoes van Music For Pleasure, schaamteloos geënt op Wassily Kandinsky’s Composition VIII en met een vergelijkbaar gevoel voor kleur en beweging. Met de spetterkunst op Elvis Costello’s Live at Hollywood High bracht Bubbles een hommage aan Jackson Pollock. En het grove raster op de hoes van One chord wonder door The Adverts verwees direct naar de Pop Art van Andy Warhol en Roy Liechtenstein.

Geen kunstenaar werd door Bubbles zo hoog geacht als Theo van Doesburg (1883-1931), de Nederlandse avant-gardist die de strenge uitgangspunten van De Stijl en Bauhaus in zijn veelzijdige levensloop wist te combineren met het anarchisme van de dadabeweging. Van Doesburg vond dat de grenzen tussen schilderkunst, architectuur, fotografie en andere disciplines opgeheven moesten worden en dat ze onderdeel zouden gaan uitmaken van een samengebalde, modernistische levensvisie. Bubbles onderschreef die uitgangspunten en combineerde zijn werk bij tijdschriften en platenmaatschappijen met meubelontwerp, schilderkunst, reclamewerk en het regisseren van (primitieve) videoclips.

Een cruciaal voorbeeld van Van Doesburgs invloed op Bubbles is de hoes van Nick Lowes I love the sound of breaking glass uit 1977. Centraal in het ontwerp is de afbeelding van een cirkelzaagblad, precies zoals Doesburg het gebruikt had voor het omslag van het tijdschrift Mécano uit 1922. In het midden rangschikte Bubbles een aantal huis- tuin en keukenvoorwerpen tot een gezicht, naar het voorbeeld van de fotogrammen die Van Doesburgs tijdgenoten en geestverwanten László Moholy-Nagy, El Lissitzky en Man Ray maakten door soortgelijke spullen op onbelicht fotopapier te leggen of te bewegen. Bubbles’ hoesontwerp is een sober eerbetoon aan kunstenaars die in de jaren twintig van de vorig eeuw een artistieke en technische revolutie teweegbrachten.

Een rondgang over de tentoonstelling Van Doesburg & The International Avant-Garde: Constructing A New World in het Leidse museum De Lakenhal leert dat veel van het daar verzamelde werk zijn sporen heeft nagelaten in de huidige popcultuur. Nergens is het gevoel van déjà vu zo spectaculair als bij het schilderij Mechano-Faktura van de Poolse kunstenaar Henryk Berlewi, die in 1922 kennismaakte met Van Doesburg via de Berlijnse Novembergroep. Berlewi propageerde de theorie van het mechanisch constructivisme, waarbij vormen en beweging gevangen werden in abstracte, rechthoekige composities.

Barney Bubbles gebruikte vergelijkbare middelen voor zijn hoes van Your generation, de debuutsingle van punkgroep Generation X. De zwarte balken, de rode blokken en de strakke geometrische schikking zijn een overduidelijk citaat van Berlewi. Daarbij arrangeerde Bubbles zijn tweedimensionale compositie in de vorm van het getal 45, verwijzend naar het toerental waarop het plaatje gedraaid moest worden. Functionaliteit en dynamiek voegen een nieuwe dimensie toe aan het origineel.

De plaathoes als kunst: het was eerder vertoond door The Beatles die kunstenaar Peter Blake inschakelden voor de bonte fotomontage op de hoes van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. De Rolling Stones konden niet achterblijven en lieten Andy Warhol de ‘spijkerbroekenhoes’ ontwerpen voor Sticky Fingers. Kraftwerk baseerde zich op het Russisch constructivisme voor de hoes van The Man Machine, in het rood-wit-zwart dat later door The White Stripes werd omarmd. Dit Amerikaanse rockduo toonde zich grote liefhebbers van De Stijl, met name op hun album uit 2001 dat die titel droeg en dat verpakt ging in een pastiche op de hoekige schilderijen van Mondriaan en Van Doesburg. De Schotse groep Franz Ferdinand baseerde in het begin al haar artwork op het Bauhaus; hun hoezen hadden niet kunnen bestaan zonder het voorbeeld van Joost Schmidts affiche voor de Staatliches Bauhaus-tentoonstelling uit 1923.

Geen hoesontwerper ging zo ver in zijn kunstcitaten als Barney Bubbles, die vond dat zijn naam of signatuur op plaathoezen achterwege kon blijven. „Ik maak hoezen om platen van Nick Lowe te verkopen”, zei hij in een zeldzaam interview, „niet om de kunstenaar Barney Bubbles aan de man te brengen”. Op elpeehoezen van The Warlocks en The Rumour citeerde hij de grillige vormen uit het werk van El Lissitzky, en op de elpee The Parkerilla van Graham Parker groepeerde hij de hoestekst met meetkundige regelmaat, als de typografisch gerangschikte gedichten van Theo van Doesburg in het tijdschrift De Stijl.

Voor het nieuwe platenlabel F-Beat van Elvis Costello en Nick Lowe ontwikkelde Bubbles de huisstijl, met singlehoezen waarop teksten als ‘High Fidelity’ of ‘45 RPM’ (Revolutions Per Minute) breed werden uitgemeten. Net als Van Doesburg hechtte hij veel waarde aan een bijzondere en herkenbare typografie, bijvoorbeeld op de hoes van Elvis Costello’s My Aim Is True waar hij de letters E-L-V-I-S-I-S-K-I-N-G honderden keren in een schaakbordmotief liet terugkeren. Op een elpee van de groep Squeeze ‘perste’ hij de middelste E als een vergeten object tussen de andere letters en op Mad About The Wrong Boy van The Attractions groepeerde hij de letters M-A-D in een gekke, grillige formatie.

Als vormgever met ervaring in de reclame dacht Bubbles mee over de functie van elpeehoezen, en speelde hij met de mogelijkheden. Het album Do It Yourself van Ian Dury & the Blockheads verpakte hij in tientallen verschillende hoezen met motieven van behangpapier, verwijzend naar het doe-het-zelfthema uit de titel. Met behangfabrikant Crown sloot hij de overeenkomst dat hij de behangontwerpen gratis kon gebruiken, zo lang hij de bestelnummers op de hoes zou afdrukken. Als promotie voor de elpee werden meesterbehangers naar de kantoren van muziektijdschriften gestuurd, die de hal van het gebouw in alle vroegte van een fris behangetje voorzagen. Bubbles dacht actief mee over reclamecampagnes, en beschouwde zijn affiches en tijdschriftadvertenties als een onderdeel van de beeldvorming bij elke nieuwe plaat die er verscheen.

Werk en levensloop van Barney Bubbles werden fascinerend gedocumenteerd in het boek Reasons To Be Cheerful van Paul Gorman. Foto’s van de man zelf bestaan er nauwelijks; bij een interview in het tijdschrift The Face leverde hij in 1981 een zelfportret samengesteld uit papiersnippers, inktvlekken en plakband. Naast Theo van Doesburg beschouwde hij de architect Rem Koolhaas als zijn grote voorbeeld: bladeren in diens boek Delirious New York had hem het ritme en de regelmaat verschaft om het vijftien jaar vol te houden, als workaholic met een visie op een mooiere rock-‘n-rollwerkelijkheid.

Meer dan een halve eeuw na dato reageerde Bubbles op een dadapamflet van Theo van Doesburg, die onder het pseudoniem I.K. Bonset (‘ik ben sot’) in het tijdschrift Mécano schreef: „Ik spuug op de knutselaars en papier-maché artiesten die een wereld van zachte chocolade en geparfumeerde stront willen scheppen.” Op Chocs Away van de Kursaal Flyers schilderde Bubbles een vliegtuig van chocolade, smeltend nadat het te dicht naar de zon was gevlogen. Hij beschouwde zich onwaardig om in Van Doesburgs schaduw te staan, als de aanmodderende knutselaar die zijn creaties met knippen en plakken in elkaar zette. Tegelijk wilde Bubbles zijn eigen dadakunst op de wereld loslaten, bijvoorbeeld bij de even fraaie als ingewikkelde klaphoes van Elvis Costello’s Armed Forces die vergezeld ging van tijdschriftreclames met de kreet ‘Don’t Join!’ en foto’s van Costello met een geweerloop in zijn mond.

Maar zelfs Bubbles’ dood in 1983 kon als een wrang dadakunstwerk worden beschouwd: hij hing zichzelf op nadat hij zich al eens breeduit lachend had laten fotograferen met een strop om zijn nek.

Reasons To Be Cheerful: The life and work of Barney Bubbles (2008) door Paul Gorman is uitgegeven door Adelita. Inl: www.adelita.co.uk.De tentoonstelling ‘Van Doesburg and the International Avant-Garde’ is tot 3 januari te zien in Museum de Lakenhal, Leiden.