Cees Nooteboom en de (kerk)vorsten

Waarom waren er van de 700 genodigden maar 400 aanwezig bij de uitreiking door koning Albert van de Prijs der Nederlandse Letteren aan Cees Nooteboom? Omdat de Koninklijke post veel mensen niet heeft bereikt. Bij het Nederlandse Hof is zoiets ondenkbaar volgens de Nederlandse Taalunie, die de prijs afwisselend in Brussel en Den Haag laat uitreiken. Voor zo’n plechtigheid bij onze koningin worden de gasten vooraf gepolst of zij willen komen alvorens zij de officiële uitnodiging krijgen. Honderd procent opkomst verzekerd. Op dit punt is het protocol van het Paleis in Brussel losser dan dat van Paleis Noordeinde.

Toch was Nooteboom niet ontevreden over de koning der Belgen, die de uitreiking groots had aangepakt en ook de laureaat nog privé ontving.

Niet minder te spreken was Nooteboom over zijn bezoek aan de paus en de perfecte ontvangst door het Vaticaan, dat hij na Brussel aandeed. ‘Maar de perfectie strekte zich niet uit tot de geluidsinstallatie. Ik verstond Waarheid en Schoonheid en de Italianen verstonden niet veel meer.’ Vooral van de schoonheid heeft Nooteboom genoten. Uren kon hij in de Sixtijnse kapel met een van de Nederlandse ambassadrice bij de Heilige Stoel geleende verrekijker naar Botticelli en Michelangelo kijken. ‘En daarna, in die heilige hallen, tussen de antieke beelden, rivieren dry martini en prosecco.’

Overigens had de laureaat in Brussel in zijn schaarse vrije tijd de grote tentoonstelling over het keizerlijke China – Xangshi, de Zoon des Hemels – gezien. ‘Hetzelfde systeem als in Rome: enorme paleizen, en in het middelpunt van alles een kleine menselijke figuur op een troon. Zo zag Benedictus XVI eruit, klein, op rode schoentjes, geflankeerd door twee hoogmogenden, onder het geweld van het Laatste Oordeel.’ Weer eens een fraaie observatie van Cees Nooteboom die met zijn mooie kardinaalskop zo’n markante gelijkenis vertoont met de Renaissance-portretten van kerkvorsten.