Bibob: wet die wringt

Stel, de gemeente weigert u een vergunning op basis van een advies van een dienst van Justitie. U krijgt geen kopie van dat advies. U mag het alleen op het stadhuis komen inzien. De informatie waarop het advies is gebaseerd, komt uit diverse geheime bronnen van de overheid en gaat behalve over u ook over uw relaties. Hoe en door wie die informatie is ingewonnen, is niet altijd duidelijk, ook niet voor het bureau dat de inlichtingen interpreteerde en het advies opstelde. De gemeente die de vergunning weigerde, mag er van de wet op vertrouwen, maar heeft zelf maar weinig zicht op de selectie en de weergave van de informatie in het advies. Ook niet op de omvang van het ingestelde onderzoek. Net zo min als in de precieze deskundigheid van het bureau.

De informatie waarop het advies is gebaseerd, is voor de gemeente moeilijk controleerbaar. Ook omdat er ‘zachte’ informatie wordt gebruikt. Dat varieert van krantenknipsels tot tips en geruchten over uw handel en wandel, belastingmoraal en middelengebruik. Of bij het onderzoek voor het advies ook ontlastende informatie is gevonden en meegewogen, is de gemeente niet bekend.

Welkom in het parallelle universum van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur (Bibob). Uiteraard gaat dit niet over u, wetsgetrouwe burger. Maar richt het zich tot louche aannemers, criminele horecabazen en andere dubieuze kooplieden, die gemeenten graag en met reden willen weren uit de binnensteden.

Sinds begin deze eeuw is deze wet al voer voor bestuursjuristen en -rechters, die na een tumultueuze wetsvoorgeschiedenis hun best deden om de toepassing ervan binnen de rechtsstaat te plooien. Dat is nog redelijk gelukt, met veel aanvullende eisen voor hard en feitelijk ‘steunbewijs’, motivering, argumentatie en eigen onderzoeksplicht. Maar de wet bleef wringen. Bijvoorbeeld met het Europese burgerrecht op privacy. En met het grondrecht op een eerlijk proces, dat onder meer gelijke toegang tot de stukken garandeert. Een wet op lemen voeten dus.

De laatste jaren sneuvelden dan ook met ijzeren regelmaat weigeringen van vergunningen bij de bestuursrechter. Meestal omdat de adviezen van het Landelijk Bureau Bibob (LBB) niet voldoende onderbouwd waren. Toezicht op dit bureau blijkt al twee jaar niet uitgeoefend. Vorig jaar is in een preadvies van de Vereniging voor Bestuursrecht al beter toezicht op LBB-adviseurs voorgesteld. Er zou een club moeten komen die het werk van het LBB steekproefsgewijs doorlicht. Wie zich oneerlijk behandeld voelt, zou deze Commissie kunnen vragen om een oordeel. Dat kan de kwaliteit van de adviezen verhogen, de rechtspositie van de burger versterken en het gezag van de burgemeester vergroten.

Dit is een beter plan dan het voor de zoveelste keer vergroten van de macht van de nog immer ongekozen burgemeester, door hem zelf het recht geven de vertrouwelijke registers te raadplegen waar het LBB zich op baseerde. Aan meer uitvoerende macht is geen behoefte. Wel aan controlerende.