Wat op papier werkt, is in de film te confronterend

Toen eind 2003 Komt een vrouw bij de dokter verscheen, Kluuns boek over z’n seriële overspel terwijl zijn vrouw aan kanker stierf, interviewde NRC Handelsblad hem. Op de vraag of z’n boek een poging tot zelfrehabilitatie was, antwoordde hij: „Eigenlijk wel. Ik wil niets goedpraten. Het gedrag van Stijn – en dus ook mijn eigen ontrouw – verdient geen schoonheidsprijs. De vrije liefde werkt niet, dat weet iedereen. Maar niemand staat er bij stil hoe het is om twee jaar lang elke dag geconfronteerd te worden met angst en ziekte. Met dit boek wil ik de moraal van mensen aan het wankelen brengen. Ik vraag geen begrip, maar onderzoek zelf eens de grenzen van ethiek.” Kluun gaf aan dat „de gevoelens van Stijn zeker voor een groot deel mijn gevoelens zijn”.

In de verfilming van het boek door debuterend regisseur Reinout Oerlemans wordt de morele dimensie behoorlijk op scherp gesteld. Dat gebeurt in een sequentie waarin de chemokuur van Stijns vrouw Carmen doorsneden wordt met beelden van Stijn die flink uit zijn dak gaat in een discotheek en daar vrouwen het hof maakt. Na deze scène zal het voor velen nog moeilijk zijn sympathie voor Stijn op te brengen. Het besef dat dit op z’n minst semi-autobiografisch is, maakt het nog lastiger betrokkenheid te voelen bij zijn personage. Want wat op papier misschien wel werkt, is in de film te confronterend. Er echt beeld bij zien, hakt er wellicht toch meer in dan papieren abstracties.

De al veel gemaakte vergelijking met boek en verfilming van Jan Wolkers’ Turks Fruit valt in het nadeel uit van Komt een vrouw bij de dokter. Er zijn overeenkomsten – veel seks, slepende ziekte en dood – maar elke vorm van diepgang ontbreekt hier. Stijn belijdt vanaf het begin van de film het motto carpe diem (pluk de dag) en geeft daar een hedonistische invulling aan. Als reclameman moet je immers voldoen aan het beeld dat er van je beroepsgroep bestaat. Hij leeft het snelle leven, met veel drank, drugs en vrouwen.

Zijn ontmoeting met Carmen wordt door Oerlemans nogal afgeraffeld, hun huwelijk is zelfs een snelle montagesequentie geworden. ‘Zo!, dat hebben we dan gehad’, zal Oerlemans gedacht hebben. Een enorme misvatting, want nu is totaal niet invoelbaar dat Carmen de liefde van Stijns leven is – een niet onbelangrijk gegeven.

Eenmaal getrouwd en met kind volhardt Stijn in zijn overspel en begint hij een affaire met kunstenares Roos. Prima, misschien zijn mannen inderdaad onverbeterlijk, maar stiekem het huis uit sluipen terwijl je vrouw de wc-pot vol kotst na weer een chemokuur kan eigenlijk maar tot één conclusie leiden: wat is die Stijn een ontzettende eikel!

Dat Oerlemans beter is in het neerzetten van Stijns ongelimiteerde narcisme dan in de ziekenhuisscènes maakt het er niet beter op. Als Carmen het vol pijn uitschreeuwt, snijdt hij snel weg. Het moet wel leuk blijven: carpe diem. Oerlemans moet dit gebrek aan gevoel in de montage gemerkt hebben, want hij probeert het op te lossen met een muziekscore die vrijwel de hele film door weinig subtiel inspeelt op de emoties van de toeschouwer. Er is geen ontkomen aan het aanhoudende pianogepingel en de desolate trompetklanken.

Dat de verfilming niet helemaal onmenselijk wordt, komt door de acteurs. Hoewel hij een zeer ondankbare rol heeft, probeert Barry Atsma Stijn nog een zekere gekweldheid te geven: hij kan het ook niet helpen dat hij zo is. Carice van Houten zorgt er in haar eentje voor dat menigeen aan het eind van de film toch wat traantjes zal wegpinken. De manier waarop ze de stadia acteert die Carmen in haar ziekte doorloopt, is indrukwekkend. Van nonchalance en acceptatie tot woede en intens verdriet: alles passeert de revue, waarbij de waardigheid van het personage altijd voorop staat.

Komt een vrouw bij de dokter heeft de klassieke vorm van een held die op tweederde van de film tot inkeer komt. Waar is hij mee bezig? Na de zoveelste relatiecrisis stort Stijn zich op de verzorging van Carmen en samen beleven ze nog enkele mooie momenten. Hoewel? Stijns bloed kruipt waar het niet gaan kan. Op de dag van de begrafenis belt hij alweer met Roos. Tja.

De ondertitel van de film luidt: ‘Een ode aan de liefde’. Een ode aan overspel was wellicht passender geweest.

Komt een vrouw bij de dokter

Regie: Reinout Oerlemans. Met: Barry Atsma, Carice van Houten, Anna Drijver. In: 116 bioscopen. **