Vreemdgaan mag, maar alleen op papier

Vreemdgaan wordt zelden gewaardeerd.

Maar wél als het wordt opgeschreven: Komt een vrouw bij de dokter is één miljoen keer verkocht.

Stel: een vrouw sterft langzaam en onafwendbaar aan kanker. Haar man, die altijd al moeite had om van de meisjes op kantoor af te blijven, reageert op haar lot door manisch in het rond te neuken, en ontwikkelt een relatie met een andere vrouw, met wie hij in de omgeving van het sterfbed druk aan het sms’en is. Geen gedrag, lijkt me, waarmee je in het leven van alledag applaus oogst, of waardering bij je stervende vrouw. Integendeel: zulk gedrag zou, aan de grote klok gehangen, in je sociale omgeving voornamelijk afkeer en verontwaardiging oproepen.

Maar in een roman ligt dat allemaal anders. Meer dan een miljoen exemplaren zijn verkocht van de roman Komt een vrouw bij de dokter van Kluun, waarvan de intrige hierboven in het kort staat weergegeven. Er nu is er dan de film.

Romans, weten we, worden merendeels gekocht door vrouwen, ook Komt een vrouw bij de dokter. Heel merkwaardig: ‘Stijn’, de hoofdpersoon van het boek, is voor hen een positieve held. Ik ken geen vrouw die graag op het sterfbed te maken zou hebben met een man die bezig is stiekem per sms het volgende rendez-vous met zijn minnares te regelen. De attractie van Stijn als romanheld ligt voor de lezeressen ergens anders, zeggen ze: hij is zo vertederend hulpeloos, en komt zo fijn eerlijk voor zijn verwarde gevoelens uit.

Wat toont dit aan? Zijn veel vrouwen masochisten, aangetrokken door vormen van mannelijk gedrag die hun zelfrespect aantasten? Onwaarschijnlijk. Zijn veel vrouwen heimelijk voorstander van de vrije liefde, en haken zij niet langer naar een monogame relatie? Nog minder waarschijnlijk.

De oplossing voor dit raadsel ligt voor de hand: er gaapt een geweldige kloof tussen de opvattingen van vrouwen (en mannen) in het leven van alledag, bij de praktische organisatie van het bestaan, en wat men verlangt van een roman of een ander kunstwerk. In de wereld van de geest, waartoe wij de beleving van een roman, een film of ander kunstwerk rekenen, heersen heel andere maatstaven dan in het praktische bestaan.

Deze constatering is natuurlijk niets nieuws. Iedereen die als kind het sprookje van Blauwbaard kreeg voorgelezen, begreep onmiddellijk dat je in het verhaal geen aansporing moest zien om onduidelijke mannen te trouwen, die hun vorige vrouwen in een achterafkamertje aan vleeshaken hadden opgehangen. Evenmin is Gustave Flauberts roman Madame Bovary (1857) op te vatten als een pleidooi om je hart te verpanden aan een losbol, en dan je verdere leven ongelukkig te blijven. Dat de maatstaven bij de beleving van fictie en kunst andere zijn dan in het alledaagse leven, is iets wat iedereen aanvoelt.

Het merkwaardige is alleen dat, zo gauw als er een verband lijkt te zijn met seks of in het algemeen zedelijkheid in de samenleving, dit onderscheid door velen niet wordt erkend. Dat was bij Madame Bovary al zo – die roman gold bij verschijning als een acute bedreiging van de maatschappelijke orde.

Maar het gebeurt nu evengoed. Zie het zogenaamde ‘pornodebat’ van onze dagen. Nogal wat deelnemers daaraan beweren bij hoog en laag dat de omgangsvormen in de gemiddelde pornofilm in toenemende mate normgevend zijn voor hoe mensen zich in bed met hun partner verhouden.

Het geweldige succes van het boek Komt een vrouw bij de dokter laat zien dat dit veel te simplistisch is gedacht. Miljoenen hebben met smaak kennis genomen van het gedrag van de smiecht Stijn, zonder vermoedelijk ook maar een moment te hebben gedacht dat ze naar dit voorbeeld moesten leven, of zulk gedrag wilden ondergaan.

Al is er tussen kunst en leven geen direct oorzakelijk verband, er zijn natuurlijk wel raakpunten. Ik denk niet dat ik roken zó lekker zou vinden, als ik niet gek was op de films van Humphrey Bogart. Er is geen reden waarom een pornofilm je niet op een creatief idee in bed zou kunnen brengen. Soms heb je het gevoel dat een roman of film een idee of gevoel articuleert, dat je zelf al vaag had.

Hoe die kortsluitingen tussen kunst en leven functioneren – in termen van voorbeeldwerking, of juist afkeer, of verborgen aantrekkingskracht zoals bij Kluun – hangt, denk ik, van de kwaliteiten van het kunstwerk af. Over de literaire waarde van Komt een vrouw bij de dokter is al heel wat afgepolemiseerd, maar onmiskenbaar heeft Kluun niet een gewoon lineair verhaal geschreven, maar een boek dat is doorspekt met literaire procedés: verklarende kadertjes, brieven, mails, sms’jes. Deze montagetechniek maakt van de roman bijna een fictieve documentaire.

Een speelfilm kan zulke stijlmiddelen niet zonder meer overnemen, en zeker niet de speelfilm voor een groot publiek die vandaag, na een ronkende publiciteitscampagne, in de bioscopen komt. Ik ben dus erg benieuwd hoe ze dat hebben gedaan. Blijft de aantrekkingskracht van Stijn nog wel overeind als je zijn avonturen rechttoe rechtaan vertelt? En als je hem laat vertolken door een fysieke acteur die minder dan een romanfiguur de kijker de mogelijkheid biedt, een eigen voorstelling te maken? Wie weet wordt Stijn in de bioscoop wel gewoon de platte hufter, die vrouwen hem ook in het leven van alledag zouden vinden.

Raymond van den Boogaard is chef van de kunstredactie van NRC.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

n het fotobijschrift bij het artikel Vreemdgaan mag, maar alleen op papier (26 november, pagina’s 4 en 5) ontbreekt de naam van de fotograaf: Victor Arnolds.