Niet alle Turken zijn tegen

De Turkse regering ziet op tegen een bezoek van PVV-leider Geert Wilders.

Maar diverse seculiere én religieuze Turken willen hem graag met hem in gesprek.

Eén ding wil de woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Ankara eerst even rechtzetten. „De beslissing of we Geert Wilders al dan niet toelaten in januari, en met wie hij dan zal spreken, is nog niet genomen. Het is aan de premier om dat publiekelijk bekend te maken.”

Voor alle duidelijkheid wil hij wel de „filosofie” van het ministerie onderstrepen: „Dat is dat we de denkbeelden van Geert Wilders racistisch en onacceptabel vinden. En dat daarom niemand hier staat te trappelen om voor hem de rode loper uit te rollen, net zo min overigens als in veel andere Europese hoofdsteden. De media-aandacht voor zijn komst naar Turkije zal alle andere leden van de Kamerdelegatie overschaduwen en zal de uitstekende relatie met Nederland op het spel zetten. Je moet toch ergens de streep trekken.”

Die media-aandacht is er al, hoewel in Turkije aanzienlijk minder dan in Nederland. Terwijl het dagblad Aksam gisteren groot uitpakte met de zorgen bij Buitenlandse Zaken over het aangekondigde bezoek van PVV-leider Wilders, ontgaat de rel andere kranten en tv-zenders.

„We zijn ons ervan bewust dat politici als Wilders zich voeden met dit soort negatieve aandacht. Maar wat moeten we dan?” verzucht woordvoerder Burak Ozugergin, de rechterhand van de minister van Buitenlandse Zaken.

Maar dat is niet de mening van heel Turkije, wat de krantenkoppen ook beweren. De opinieleiders die hem kennen, willen juist met hem praten. Seculier en religieus. En ieder heeft zo zijn eigen redenen. Neem Leyla Tavsanoglu, columnist bij de republikeinse krant Cumhuriyet. Die krant werd opgericht in 1924, een jaar na het aantreden van Atatürk, en voert al even lang campagne tegen de politieke islam. „Bent u zich bewust van het gevaar?” was jarenlang de reclameslogan van de krant.

„Geert Wilders is een heel interessante man”, zegt Tavsanoglu. Denkt u dat hij een half uurtje voor me heeft als hij hier komt?” Leyla Tavsanoglu is „net zo bang voor de politieke islam als hij. Omdat steeds meer dorpen in Anatolië geen alcohol meer schenken. Omdat al mijn telefoons worden afgeluisterd, omdat mijn baas van tachtig is gearresteerd, omdat hier anderhalf jaar geleden een bom over het hek werd gegooid. Maar”, pauzeert ze kort, buigt dan voorover in de sigarettenwolk die ze heeft uitgeblazen, „de oplossing van Wilders is verkeerd. Juist om die vrees moeten we Turkije toelaten tot de Europese Unie. Anders verliezen we dit land aan die islam en heeft Europa straks een tweede Iran aan zijn grens. Dat is toch niet wat hij wil?”

Ze spreekt zoals de meeste seculiere Turken spreken in de gegoede wijken van Istanbul. Ze is de stem van een elite die de afgelopen zeven jaar meer en meer macht verloor aan de opkomende religieuze middenklasse in Turkije. Die wordt aangevoerd door de regerende AK-partij van premier Erdogan. Aangemoedigd door de hervormingsagenda die nodig is voor toetreding tot Europa, verloor niet alleen die elite maar vooral zijn beschermheer, het almachtige leger, snel aan invloed. Generaals worden nu vervolgd, voor samenzwering en vermeende coups. Net als veel seculiere en republikeinse opiniemakers.

Het is een van de tien redenen die Wilders op de website van de PVV noemt om tegen de Turkse toetreding tot Europa te zijn. Daardoor „moet het leger de kazerne in”, schrijft Wilders. „Het Turkse leger is de grootste verdediger van de erfenis van Kemal Atatürk, die de islam vergeleek met een rottend kadaver. Zonder de corrigerende rol van het Turkse leger was Turkije nu al een tweede Iran geweest.”

Dat standpunt is onbegrijpelijk en onverdedigbaar uit de mond van een liberaal als Wilders, vindt Mustafa Akyol. Hij is columnist en adjunct-hoofdredacteur van de Turkish Daily News en belijdend moslim. „Hij vergeet dat Atatürk in zijn tijd [de jaren twintig en dertig] het gezicht van Turkije naar het Westen draaide, maar dat het Westen toen niet zo’n fijne plek was. Veel van de Europese fascistische en nationalistische ideologieën uit die tijd, die van een autoritaire eenpartijstaat, werden dus geïmporteerd naar Turkije en de seculiere Turken houden daar tot op de dag van vandaag aan vast.”

Toen Akyol de film Fitna anderhalf jaar geleden zag, nodigde hij Wilders uit voor een Turkse koffie om hem uit te leggen waarom hij de Turkse islam niet hoeft te vrezen. Als hij de gelegenheid zou krijgen, zou hij de leider van de PVV uitleggen dat de regerende AK-partij in Turkije, met haar wortels in de politieke islam, dit land meer heeft gedemocratiseerd dan elk van haar voorgangers. Hij noemt de toenaderingspogingen tot de Koerden en het christelijke buurland Armenië die de regering lijkt door te zetten, ondanks de opiniepeilingen die laten zien dat veel Turken die hervormingen niet zien zitten. „De woede tegen het Westen die voortkwam uit de woede tegen het autoritaire secularisme, verdween toen men zich realiseerde dat de Europese democratie ze als moslims meer rechten geeft. De grootste fans van het Westen zijn de moslims hier. Wilders hoeft niets te vrezen. Dat zou ik hem graag nog eens uitleggen.”