Luchthaven Twente wordt subsidiekuil

Enschede wil een vliegveld. Het schept veel banen en is rendabel, zou blijken uit onderzoek. Maar dat blijkt helemaal niet, meent Tsjalle van der Burg.

Mogen bestuurders die een plan hebben opgevat zelf bepalen wie daarvoor onderzoek doet? En is dat onderzoek dan nog wel geloofwaardig? Met dat probleem kampen inwoners van Twente bij de controverse over een vliegveld.

Midden in een natuurgebied nabij Enschede ligt de voormalige militaire vliegbasis Twenthe. De gemeente Enschede en de provincie Overijssel willen dat hier een burgerluchthaven met bedrijventerreinen komt, maar er bestaat veel tegenstand. De gemeente en Provinciale Staten nemen binnenkort een beslissing. De luchthaven moet aan drie voorwaarden voldoen: een private exploitant, geen subsidie en geen nachtvluchten.

De buurgemeenten Hengelo en Oldenzaal – die het lawaai over zich heen krijgen – zijn tegen de luchthaven, maar hebben geen zeggenschap. Het Rijk is voor. Het bezit bij de basis veel grond, die door bebouwing in waarde stijgt.

Er is uiteraard onderzoek verricht. Dit onder verantwoordelijkheid van de Vliegwiel Twente Maatschappij (VTM), een organisatie waarin Rijk en Enschede participeren. Onlangs kwamen de conclusies naar buiten: het luchthavenplan zou rendabel zijn en zou Twente 2.770 banen opleveren. Dat is voor een regio als Twente een behoorlijk aantal. De luchthaven moet dus doorgaan.

De conclusies zouden gebaseerd zijn op onderzoek van Ecorys, stelt VTM. Maar wat staat er precies in het rapport van Ecorys zelf? Ecorys noemt de 2.770 banen ‘bruto werkgelegenheid’. Wel te onderscheiden van de ‘netto werkgelegenheid’ die slechts 810 banen bedraagt. In de woorden van Ecorys is dan ook „de totale werkgelegenheid gelijk aan ongeveer 810 fte”. Het verschil tussen het bruto- en het netto-effect is simpel te verklaren. Het aantal van 2.770 betreft vooral banen in het plangebied in Enschede, waar nieuwe bedrijventerreinen komen. Maar in de buurgemeenten gaan banen verloren, omdat werk naar het plangebied verhuist.

Maar 810 of 2.770 banen – de vraag blijft of de luchthaven rendabel is. Een groot deel van het onderzoek hiernaar is geheim. Bekendgemaakt is wel dat de onderzoeksresultaten dusdanig zijn dat de luchthaven een financieel rendement heeft van meer dan de vereiste 5,5 procent. (Het oorspronkelijk rapport van Ecorys was vaag over dit percentage, maar in reactie op vragen stelde VTM in een ‘Reactienota’: „In de KBA-analyse zijn de financiële resultaten contant gemaakt met een discontovoet van 5,5 procent”, wat neerkomt op een rendementseis van 5,5 procent.)

Ecorys vindt een rendement van 5,5 procent voldoende. Voor een publiek project zou het ook zo zijn. Maar de luchthaven is een privaat project. En private investeerders eisen veel hogere rendementen. In de ogen van private investeerders zou de luchthaven een tekort van honderden miljoenen vertonen. Er is dus subsidie nodig om toch nog een investeerder te krijgen. En dat – zo was afgesproken – zou juist niet mogen.

Hoe denken andere onderzoekers erover? Opmerkelijk is dat deskundigen die niet door de bestuurders betaald zijn, zich negatief over de luchthaven uitlaten. Zo hebben professor Wim Derksen, directeur van het Ruimtelijk Planbureau, en luchtvaartdeskundige dr. Hans Heerkens (Universiteit Twente) zich tegen de luchthaven uitgesproken. En volgens luchtvaarteconoom professor Hans de Roos (Erasmusuniversiteit) zal de overheid honderden miljoenen moeten bijdragen wil het vliegveld überhaupt een kans hebben – en dan nog alleen met nachtvluchten. Tja, wie moet je als gemeenteraadslid nu geloven?

Leert de overheid het dan nooit? In 2000 onderzocht de Rekenkamer de rol van onderzoek bij de besluitvorming over de Betuwelijn. De conclusie was deze: „De beschikbare informatie was vaak onvolledig of gebrekkig. Het besluitvormingsproces is gedomineerd door het uitgangspunt dat de Betuweroute van strategisch belang is voor economie en milieu. Het degelijk onderbouwen van dit standpunt had geen prioriteit.”

Dit alles overziend moet worden geconcludeerd dat het wel eens verkeerd kan zijn dat bestuurders zelf bepalen welke onderzoekers hun plannen beoordelen. Ik stel daarom voor dat bij grote projecten de keuze van de onderzoekers een taak wordt van een onafhankelijk, gezaghebbend wetenschappelijke instituut. Zo’n instituut stelt kwaliteit voorop en kan tunnelvisie vermijden.

Voor Twente komt dit voorstel te laat. Hier verdient het aanbeveling dat Ecorys de onzin die VTM over bruto-effecten verkondigt, corrigeert. Verder hoort Ecorys uit te leggen waarom de kritiek betreffende het financiële rendement niet klopt. En als dat niet lukt, moet Ecorys zijn positieve advies over de luchthaven herroepen. Dat kan dan nog een financiële ramp voor de regio helpen voorkomen.

Dr. Tsjalle van der Burg is econoom en verbonden aan de Universiteit Twente. Hij schreef op de economenwebsite mejudice.nl een artikel over deze kwestie.