Letermes laatste kans

De Vlaamse christen-democraat Yves Leterme is premier van België geworden, als opvolger van Herman Van Rompuy. Voor de Europese Unie was de nieuwe voorzitter Van Rompuy een stap vooruit. Maar zijn vertrek naar het presidentschap zet België juist op achterstand.

Aan Leterme kleeft de term incontournable – Yves, de onvermijdelijke. Tweemaal mislukte hij als formateur van een kabinet. En tweemaal trad Leterme al af als premier. Eenmaal moest de liberaal Verhofstadt als interim-premier voor een adempauze zorgen. Vier mislukkingen in twee jaar, weinigen krijgen na zo’n rodeo nog een herkansing. Opvolger Van Rompuy was als oudere politicus in de nadagen van zijn loopbaan dan ook bedoeld om voor rust te zorgen. En vooral om de volgende ambtsperiode van Leterme uit te stellen.

Zijn heraantreden komt daarom te vroeg. En dat was te merken aan de wijze waarop hij in het zadel werd getild. Koning Albert zette al binnen een week zijn politiek-historisch kapitaal in om België stabiel te houden. De twee ‘krasse knarren’ Wilfried Martens en Jean-Luc Dehaene kwamen op zijn afroep weer in actieve dienst. Zij vertegenwoordigen twee vorige politieke generaties en hebben behalve ervaring ook politiek gevoel voor België als natie. Het contrast werd erdoor vergroot: de horizon van de nieuwe politieke generaties ligt immers in de eigen regio.

Voor de grote Vlaamse partijen van nu is niet zozeer het premierschap van Yves Leterme onvermijdelijk, maar België als politiek lichaam. Het is eerder een historisch project waaraan men nu eenmaal meedoet, maar dat beter onsentimenteel gesaneerd kan worden. Dat is een politieke realiteit, die men als buurland alleen kan betreuren. België als natie loopt af, de vraag is alleen in welk tempo.

Martens moest de afgelopen dagen bij de diverse Vlaamse en Franstalige partijen onderzoeken of een nieuw kabinet-Leterme enige kans van slagen zou hebben. Zijn oplossing was vernuftig: hij stuurt Dehaene met dit kabinet mee als ‘Koninklijk Opdrachthouder’. Ook in het creatieve Belgische staatsrecht een nieuwigheid. En wel als ‘houder’ van het gevoeligste politieke probleem dat Leterme noch Van Rompuy wist op te lossen: de hervorming van het kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde. Ofwel de voor Vlaanderen ongewenste verfransing van de randgemeenten van Brussel, die voortvloeit uit de kiesrechten van Franstalige inwoners. Dehaene moet nu een oplossing uitonderhandelen, waarna Leterme het niet mag verprutsen. Dit premierschap wordt dan ook algemeen, en met reden, gezien als Letermes laatste kans. Ook Dehaene loopt nu risico.

Letermes reputatie als Belgisch politicus is en blijft belabberd. Als meest populaire politicus van Vlaanderen paart hij een Hollandse directheid aan het talent om Franstaligen op de ziel te trappen. Hoezeer dat zijn verstaanbaarheid in Nederland ten goede komt, in België werkt dat vierkant tegen hem.

Bij zijn heraantreden is hem krediet gegund. En hoop dat het nu wel lukt. Maar scepsis overheerst.