Integratiedebat ontbeert focus, vindt minister

In het begrotingsdebat over integratie, gisteren, reageerde Van der Laan soms korzelig op bijdragen van Kamerleden. „Wordt er ook geluisterd?”

Keer je om, zorg dat we met de gezichten naar elkaar staan. Met die oproep zou minister Van der Laan het integratiebegrotingsdebat graag beginnen, zei hij gisteren bij aanvang in de Tweede Kamer. Want, vond de minister, als het om integratie gaat, lijken we van „incident naar incident en van punt naar punt” te gaan. De minister zou liever een breder debat zien over de manier waarop de lastige weg van de integratie afgelegd moet worden.

Maar achteraf constateerde hij vooral monologen en dialogen gehoord te hebben. „Ging dit debat ook om het zoeken naar oplossingen? Was dit een debat? Er is veel gezegd, maar werd er ook geluisterd?”

De minister werd veelvuldig in de rede gevallen door Kamerleden, waarop hij soms korzelig reageerde. Zo begon Kamerlid Verdonk (TON) over lessen Arabisch die, gesubsidieerd, worden aangeboden aan jongens van acht tot veertien jaar in een Amsterdamse moskee op zaterdag- en zondagochtend. „Wat vindt de minister daarvan, draagt dat bij aan de integratie?”

Van der Laan antwoordde dat het naar zijn idee goed is voor de ontwikkelingen van de jongens als zij iets weten over hun achtergrond en identiteit. „Ik vind dat er altijd ruimte moet zijn om te leren waar je vandaan komt om daar trots op te zijn.” Maar subsidie daarvoor zou de minister niet willen verlenen. Hij zal daar naar kijken, zegde hij toe.

„Acht de minister het wenselijk”, wilde SP-Kamerlid Karabulut daarop weten, „dat kerntaken van de overheid zoals huiswerkbegeleiding, inburgeringscursussen en opvoedingscursussen in moskeeën worden georganiseerd?”

Van de Laan: „Daar kan ik zo in z’n algemeenheid niets over zeggen, behalve dat ik er huiverig voor ben, vanuit het principe van de scheiding tussen kerk en staat.” Om daarna te verzuchten dat dit nu is wat hij bedoelt. „Zullen we nu eens over de visie praten?”

Dat wilden de Kamerleden best. Kamerlid De Krom (VVD) noemde de visie van de minister „oude wijn in nieuwe zakken” en PVV-Kamerlid Fritsma „vindt er niet in terug” hoe de minister de toenemende islamisering van de samenleving denkt te gaan aanpakken. Als het aan hem ligt, moet er allereerst een einde gemaakt worden aan „knuffelprojectjes” voor allochtonen. Hij noemde als voorbeeld oudere moslima’s die thuis worden opgehaald door een busje met vrouwelijke chauffeur. „Sekse-apartheid”, vindt Fritsma. Ook de minister staat daar niet positief tegenover, zei hij zelf. Maar hij vindt het een zaak voor de Commissie Gelijke Behandeling.

Van der Laan zei toe, na een verzoek daartoe van het CDA, het eigenwoningbezit en de investeringen in landen van herkomst van onder meer Marokkaanse en Turkse Nederlanders te onderzoeken. Of hij het kan ontmoedigen, kon hij niet zeggen. Hij vindt het wel belangrijk om te weten in hoeverre mensen ‘met hun ene voet in het ene land wonen en met de andere in het andere land’.

Ook toonde de minister zich enthousiast over het CDA-voorstel om mensen, met name allochtonen, die carrière maken in te zetten als rolmodellen in hun oorspronkelijke wijken.