Iedereen omhelzen maar niet te veel zeggen

Javier Solana vertrekt. Hij gaf als eerste een gezicht aan het buitenlands beleid van de Europese Unie. Hij sprak vaak onduidelijk – meestal was dat opzet. Was hij belangrijk? „Eerst was er niks, nu is er wel wat.”

De halfjaarlijkse topbijeenkomst van de Europese Unie met Rusland, vorige week in Stockholm, bracht de EU en Rusland geen stap dichter bij elkaar. Ze hebben onenigheid over het gas dat van Rusland naar Oekraïne gaat, ze worden het niet eens over de manier waarop Rusland lid zou moeten worden van de wereldhandelsorganisatie WTO, Rusland is geïrriteerd omdat de EU zich bemoeit met de mensenrechten in Rusland.

Maar wat zegt Javier Solana, de Hoge Vertegenwoordiger voor het Europese buitenlands beleid, na zo’n bijeenkomst? Hij noemt de samenwerking van de EU met Rusland „stevig”. Hij zegt ook dat hij al meer dan twintig van zulke bijeenkomsten heeft meegemaakt. Dit is zijn laatste. Maar hij wil „heel graag” met Rusland blijven samenwerken, op welke manier dan ook.

De Russische president Dmitri Medvedev, die met Solana op het podium stond, moest er hard om lachen. Misschien omdat hij Solana niet geloofde – zo leuk was het nooit geweest. Het kan ook dat hij niet helemaal begreep wat Solana zei. De Spanjaard, die al tien jaar het buitenlands beleid van de EU coördineert en daarvóór secretaris generaal was van de NAVO, staat bekend om zijn slechte uitspraak van het Engels. In Brussel zeggen diplomaten en ambtenaren die hem goed kennen, dat dat niet is omdat hij slecht is in Engels. Hij praat, zeggen ze, vaak onverstaanbaar omdat hij liever niet iets zegt wat duidelijk is. Voordat je het weet is er een EU-land dat het er niet mee eens is.

En zo lukte het hem om zich in Brussel jarenlang te bemoeien met beleid dat de EU-landen veel liever in hun eigen hoofdstad bedenken. Ze zijn er zo verdeeld over, dat het nauwelijks indruk maakt op machtige landen als Rusland, China, de VS.

Dat betekent niet dat er onder leiding van Solana, de eerste Hoge Vertegenwoordiger voor het Europese buitenlands beleid, niks is veranderd. Tien jaar geleden, zegt een topambtenaar in Brussel, was dat beleid niet veel meer dan „verklaringen afleggen en geld geven aan arme mensen”. Nu leidt Solana namens de EU de onderhandelingen over het nucleaire programma van Iran, hij praat mee over de problemen in het Midden-Oosten, hij heeft speciale vertegenwoordigers in Afrika, Azië, op de Balkan en in het Midden-Oosten. Er waren al meer dan twintig EU-missies in crisisgebieden.

„Hij heeft de fundamenten gelegd voor het Europese buitenlands beleid”, zegt de Nederlandse ambassadeur in Griekenland, Kees van Rij, die van 1999 tot 2005 voor Solana werkte. Er was niks, nu is er wel wat – dat is samengevat wat ook andere diplomaten, oud-diplomaten, politici en ambtenaren zeggen over Solana’s werk. Ze zeggen dat hij een feilloos politiek gevoel heeft, dat hij in het openbaar vooral in clichés praat en soms overdreven positief doet, maar dat hij niet anders kan: 27 landen letten op alles wat hij zegt.

En ze vertellen hoe charmant hij is. Veel mensen vinden hem meteen aardig. „Hij is de meest fysieke man die ik ken”, zegt oud-Europarlementariër Joost Lagendijk (GroenLinks). „‘Hee Joost’ en dan krijg je een stevige omhelzing. Je weet dat het een maniertje is. Toch werkt het.” „Javier is een echte hugger”, zegt Jaap de Hoop Scheffer, tot afgelopen zomer secretaris-generaal van de NAVO. „Hij slaat zijn arm om je heen, en hij is heel goed in het ‘wrijfje’, zoals etiquette-deskundige Reina van Ditzhuyzen het noemt. Hij geeft je een hand en aait over je arm.”

De Hoop Scheffer noemt zichzelf „ervaringsdeskundige” als hij over Solana praat. Net als in de EU moest De Hoop Scheffer bij de NAVO voortdurend op zijn woorden letten. „Je moet jezelf permanent wegcijferen en als iets lukt, krijg je er niet de credits voor.” Solana had geen eigen budget en geen diplomatieke dienst zoals zijn opvolgster, de Britse Catherine Ashton, wel krijgt. De Hoop Scheffer: „Je moet zelf gezag opbouwen bij je gesprekspartners. Ik vind dat Solana als bruggenbouwer redelijk succesvol is geweest.”

Het lukte Solana niet om de EU en de NAVO dichter bij elkaar te brengen. Door het conflict tussen NAVO-lidstaat Turkije en EU-land Cyprus kunnen NAVO-militairen en Europese politiemensen in bijvoorbeeld Afghanistan en Kosovo formeel niet met elkaar samenwerken. „Solana en ik zijn daar behoorlijk gefrustreerd over”, zegt De Hoop Scheffer. „Maar we konden er niets aandoen.”

Volgens medewerkers maakte Solana zich het meest druk over het Midden Oosten. Maar ook daar kon hij weinig doen – de Europese landen zijn diep verdeeld over het conflict. Het komt wel door Solana, zegt een medewerker, dat de EU in het Midden Oosten minder onzichtbaar is geworden. „Bij de onderhandelingen in 2000 in Camp David, met Clinton, Barak en Arafat, was de EU nog helemaal nergens.” Nu reist de Amerikaanse afgezant voor het Midden Oosten, George Mitchell, soms via Brussel naar Tel Aviv.

Solana kan er ook weinig aan doen dat Iran de mening van de EU nauwelijks interessant vindt. „Zo liggen de verhoudingen in de wereld”, zegt oud-Europarlementariër Lagendijk, die zelf met Solana te maken had als het over de Balkan ging. Daar heeft Solana volgens Lagendijk juist wel belangrijk werk kunnen doen. „Neem Macedonië in 2001. Hij heeft de boel weten te redden.” Onder leiding van de EU werd een vredesakkoord gesloten tussen de regering van Macedonië en Albanese rebellen.

Solana probeerde in die tijd ook te voorkomen dat Montenegro, dat samen met Servië nog ‘Joegoslavië’ heette, onafhankelijk werd. „Hij maakte zich daar veel zorgen over”, zegt een naaste medewerker. „Montenegro had niks: geen toerisme, geen infrastructuur, alleen maffia. Solana vond het nodig om de Montenegrijnse leider Djukanovic flink te laten schrikken.” Dus zei de vriendelijke, voorzichtige Solana op een bijeenkomst met Djukanovic: „Ik weet waar jouw mooie pakken vandaan komen. En je horloges”. Hij bedoelde: de EU steunt geen land waar boeven de baas zijn. Volgens Solana’s medewerker was Djukanovic onder de indruk. Na een paar jaar scheidde Montenegro zich toch af.

Met Kosovo had Solana het nog moeilijker. De meeste EU-landen steunden vorig jaar de onafhankelijkheid van Kosovo. Een paar landen, waaronder Solana’s eigen land Spanje, waren tegen. Ook Solana vond het geen goed idee, zeggen mensen die hem goed kennen. Hij had vertrouwen in de pro-westerse regering van Servië, waar Kosovo officieel nog bij hoorde, en minder in de vroegere guerrillastrijders die nu de belangrijkste politici zijn in Kosovo.

Solana heeft dat nooit publiekelijk gezegd. „Ik heb het nooit gemerkt”, zegt Lagendijk, die in het Europees Parlement rapporteerde over Kosovo. „Ik weet wel dat hij er bijna niet naartoe te krijgen was. Ik heb er wel eens een motie over ingediend.” Solana voerde uit wat de meeste lidstaten wilden: meteen na de onafhankelijkheid werden zo’n tweeduizend Europese rechters en politiemensen naar Kosovo gestuurd.

Ook Solana ging erheen. Hij moest wel, zegt een medewerker. De EU-missie in Kosovo was de grootste ooit. Maar de Spaanse regering was woedend. „Ik denk dat die reis hem de steun van Madrid heeft gekost. Als Spanje hem opnieuw had voorgedragen als Hoge Vertegenwoordiger, was het moeilijk geweest om hem te negeren.”

Als het in Kosovo over de EU-missie gaat, wordt Solana’s naam bijna nooit genoemd. De Kosovaren lijken ook vergeten te zijn dat Solana secretaris-generaal was van de NAVO tijdens de bombardementen op Joegoslavië. Die maakten een eind aan de onderdrukking van de Kosovo-Albanezen door Servië. De Kosovaren zijn vooral de Amerikanen dankbaar.

In Brussel wordt gezegd dat Solana met twijfel terugkijkt op de beslissing om Joegoslavië aan te vallen. „Ik weet dat hij er niet enthousiast over was”, zegt een medewerker. „In die zin is hij een typische Europese socialist die vindt dat militaire operaties nooit echt bijdragen aan een oplossing.”

Er zijn ook diplomaten die denken dat Solana in zijn Europese tijd vooral de Fransen volgde, die graag een sterk Europees defensiebeleid willen hebben en tot voor kort ook niet volledig meededen in de NAVO. Een NAVO-functionaris vertelt hoe Solana zich gedroeg in gesprekken met zijn opvolgers bij de NAVO, George Robertson en Jaap de Hoop Scheffer: hij was soms onaardig, onderbrak hen.

De Hoop Scheffer zelf herinnert zich dat niet. Hij vond Solana prettig in de omgang. Soms was hij kortaf, maar dat kwam door vermoeidheid, denkt De Hoop Scheffer. Solana reisde veel, hij werkte ook vaak ’s nachts en ging dan gewoon door met het sturen van sms’jes. „Hij was ook altijd aan het bellen”, zegt De Hoop Scheffer. „Als hij drie oren zou hebben gehad, had hij ook drie telefoons.”