Iedereen is leider van het protest

Steeds meer activisten in Iran willen het regime van Ahmadinejad omver werpen.

Anderen willen geleidelijke verandering. „We moeten niet te extreem worden.”

TEHERAN. - De Iraanse oppositiebeweging is vastberaden maar leiderloos en verdeeld. Vijf maanden geleden bracht de oppositie uit protest tegen de verkiezingsoverwinning van president Mahmoud Ahmadinejad nog de grootste antiregeringsdemonstraties van de afgelopen 30 jaar op de been. Maar terwijl haar leiders koste wat het kost het islamitische systeem in stand willen houden, is dat voor veel van hun aanhangers een gepasseerd station.

Veel inwoners van Teheran die tegen Ahmadinejad zijn, willen het regime omverwerpen, zeggen oppositieaanhangers in vraaggesprekken. Maar andere leden van de oppositiebeweging bepleiten juist geleidelijke veranderingen. Zij waarschuwen tegen extreme politieke eisen. Het is lastig om te meten hoeveel aanhang beide groepen hebben. Maar Iraniërs die actief zijn in de beweging zijn het erover eens dat een groeiend aantal betogers elk compromis met de huidige machthebbers resoluut afwijst.

De ‘groene beweging’, zoals de oppositie zich noemt naar de kleur van de verkiezingscampagne van ex-premier Mir Hossein Mousavi, is een brede maar ongeorganiseerde alliantie van geestelijken, politici, verbitterde middenklassefamilies en jongeren. Sommige aanhangers zijn seculier, andere religieus. Vele jongeren zijn gemotiveerd door het verlies van persoonlijke vrijheden sinds de regering de zedelijkheidscampagnes weer heeft opgevoerd.

De huidige gezichten van de oppositie, naast Mousavi de geestelijke Mehdi Karroubi, hebben meer en meer een symbolische functie voor de groeiende burgerbeweging, zo zeggen betogers. Middels mond-tot-mond reclame, internetactivisme en slogans op muren zijn het de activisten zelf die de protesten organiseren.

De twee verslagen presidentskandidaten Mousavi (67) en Karroubi (72) vinden dat Ahmadinejads verkiezingsoverwinning gelijkstaat aan een staatsgreep door de regering, de Revolutionaire garde en radicale geestelijken. Zij vragen hun aanhang alles te doen om de islamitische republiek te redden en te voorkomen dat Iran in een totale dictatuur verandert.

Maar veel mensen in de oppositiebeweging zijn dat punt gepasseerd, zeggen vijftien doorsnee-demonstranten. Om redenen van veiligheid wil niemand met zijn achternaam worden genoemd.

„Ik wil de islamitische republiek niet redden”, zegt Reza, een 28-jarige ingenieur. „Ik wil grote verandering, iets wat lijkt op een revolutie.” Andere geïnterviewden delen zijn mening en zeggen dat het extreme geweld van de staat tegen de demonstraties hen heeft doen inzien dat dit regime voor hen geen toekomst heeft.

„Ze zullen nooit veranderen”, zegt Mohammad, een computerspecialist die onlangs is ontslagen wegens zijn aanwezigheid bij de demonstraties. „We hebben geen andere mogelijkheid dan hen omver te werpen”, zegt hij. „Maar ik heb geen idee hoe we dat moeten doen.”

De aanhangers van een hardere lijn drukten hun stempel op de meest recente antiregeringsdemonstraties, op 4 november. De leuzen richtten zich voornamelijk tegen het Iraanse leiderschap, in plaats van de meer gebruikelijke uitingen van steun voor Mousavi en Karroubi. Op videoclips die zijn gemaakt met mobiele telefoons, is te zien hoe mensen posters van opperste leider ayatollah Ali Khamenei van de muur trekken.

Voor aanhangers van de regering bevestigen de steeds hardere protesten dat de oppositie erop uit is om het gehele politieke systeem ten val te brengen. Sommige van de demonstranten waarschuwen daarom dat hun beweging niet te radicaal moet worden, omdat dit de regering in de kaart zou kunnen spelen.

„We moeten dit stap voor stap doen”, zegt Ali, een architect. „Als we te extreem worden, zullen veel mensen zich van ons afkeren.”

„We zijn eensgezind tegen de overheid, maar we denken verschillend over hoever we moeten gaan met onze eisen”, zegt Mehdi, een blogger. „Onze tegenstanders hopen dat we extreem worden, zodat ze ons contrarevolutionair kunnen noemen.”

Anderen zijn het daar niet mee eens en zeggen dat alle vormen van vreedzaam protest moeten worden gebruikt. „We moeten laten zien dat we niet bang zijn en doorgaan informatie te geven over wat er gebeurt in deze maatschappij”, zegt Paria (28), een taalkundige die aan alle antiregeringsprotesten heeft meegedaan.

Maar gebrek aan leiderschap en duidelijke politieke doelstellingen, in combinatie met de dubbelzinnige positie van de verslagen kandidaten binnen het systeem dat ze nu kritiseren, maakt de toekomst van de oppositie hoogst onvoorspelbaar.

Ali, de architect, zegt dat hij ook voor de toekomst van zijn land vreest. Tijdens de betoging van 4 november raakte hij zijn vrouw kwijt, toen de oproerpolitie een charge uitvoerde. „Het was een van de vreselijkste momenten van mijn leven”, zegt Ali. Uiteindelijk vond hij haar, in een hoek gedreven door agenten die haar na een tijdje lieten gaan. De beproeving maakte echter veel duidelijk.

„Ik realiseer me nu dat ik twijfel of het wel de moeite waard is om mijn leven, of dat van mijn vrouw te geven voor een beweging met onduidelijke doelstellingen”, zegt Ali. „Niemand weet wat er zal gebeuren. We zijn allemaal leiders van deze beweging, maar we hebben geen benul wat we ermee willen bereiken.”