Hoe vredessoldaten een crisis vergroten

De neutrale status van de VN-missie in Congo is in het geding. Blauwhelmen vechten actief mee. Maar er zijn meer redenen waarom het geweld aanhoudt.

Vredessoldaten wordt vaak verweten dat zij zich te passief opstellen en de vrede niet dichterbij brengen. Maar dat ze rechtstreeks bijdragen aan een humanitair drama, is een dat zelden wordt gehoord.

Er bestaat een „mogelijke contradictie” tussen het mandaat van de VN-vredesmissie in Oost-Congo, om burgers te beschermen, en de samenwerking met het onderbetaalde Congolese leger, dat juist bekendstaat om het vermoorden, verkrachten en beroven van burgers. Deze diplomatieke bewoordingen gebruiken de vijf deskundigen die door de Verenigde Naties zelf zijn aangesteld om de situatie in Oost-Congo te evalueren.

Hun voor de Veiligheidsraad bestemde rapport lekte deze week uit. De bedekte woordkeuze kan niet verhelen dat nu binnen de VN zelf op hoog niveau vastgesteld wordt wat Congolese burgers en internationale hulporganisaties al geruime tijd roepen: de VN-missie in Congo, met 25.000 militairen en ondersteunende medewerkers ‘s werelds grootste vredesmissie, is niet alleen ineffectief, maar bereikt zelfs het tegendeel van wat zij beoogt.

Sinds maart steunt de missie, Monuc, het Congolese leger in de strijd tegen een gevreesde militie. Monuc levert niet alleen voedselrantsoenen en logistieke steun, de vredestroepen zetten hun eigen helikopters en artillerie in tegen de FDLR, een groepering van naar schatting vijfduizend extremistische Hutu’s die burgers in Oost-Congo aanvallen. Sinds het begin van het offensief hebben de FDLR, waarvan slechts een paar honderd strijders de wapens neerlegden, uit wraak zo’n duizend burgers vermoord, zevenduizend vrouwen verkracht en een miljoen mensen op de vlucht gejaagd. Dat Monuc daarbij actief samenwerkt met een regeringsleger met een beroerde reputatie, maakt het er niet beter op. Monuc, luidt het verwijt, tast het neutrale aanzien van de VN aan, wat ook negatief afstraalt op vredesmissies elders.

Al bijna tien jaar zijn blauwhelmen actief in Oost-Congo. Zeker in de beginjaren werd hen een gebrek aan daadkracht verweten. Dat hun agressieve optreden nu zo uit de hand loopt, heeft echter meer oorzaken dan hun partijdigheid.

Monuc opereert in een reusachtig, moeilijk begaanbaar gebied, tussen gewelddadige milities met steeds wisselende loyaliteiten. De jacht op bodemschatten voedt het conflict. Hier tussendoor dolen honderdduizenden burgers permanent in de rondte.

In Oost-Congo is nauwelijks een vrede om te handhaven, er moet vrede worden afgedwongen. Een ‘neutrale’ operatie wordt dan al snel dansen op een slap koord.

In 2003 en 2004 werd Monuc bekritiseerd omdat het afzijdig bleef bij slachtpartijen in de regio Ituri en de provincie Zuid-Kivu. Monuc kreeg daarop een robuuster mandaat en meer troepen. Onder commando van de Nederlandse generaal Patrick Cammaert doodden Pakistaanse blauwhelmen in 2005 zeker vijftig leden van een militie in Ituri. Het was voor het eerst dat Monuc zijn tanden zo liet zien. In 2006 zag Monuc toe op de eerste democratische verkiezingen in het onafhankelijke Congo (voorheen Zaïre). Daarna liep het scheef.

Eind 2007 – Cammaert was inmiddels afgezwaaid – ging Monuc samenwerken met het beruchte Congolese leger. Hun offensief tegen de dissidente Tutsi-generaal Laurent Nkunda werd een fiasco. De burgerbevolking belandde tussen de vuurlinies. Eind vorig jaar keek Monuc juist toe hoe Nkunda’s rebellen opmarcheerden in Noord-Kivu. Opnieuw waren de burgers boos, nu vanwege Monucs passiviteit. Uitgerekend Rwanda, dat beschuldigd werd van banden met Nkunda, moest eraan te pas komen om Nkunda te arresteren. Rwanda en Congo lanceerden daarna een operatie tegen de FDLR. In maart nam Monuc de rol van Rwanda over. En namen de wraakacties van de FDLR snel toe.

Bij alle kritiek op Monuc dreigt de twijfelachtige rol van tal van Afrikaanse en westerse landen naar de achtergrond te verdwijnen. De crisis in Oost-Congo duurt ook voort omdat buurlanden het wapenembargo tegen Congo niet respecteren. En omdat zij langs illegale weg de bodemrijkdommen blijven exploiteren.

Europese regeringen, zo onderstrepen de VN-experts, zijn laks tegenover leiders van de FDLR binnen hun grenzen. Vanuit Frankrijk, Duitsland, België en Spanje maken extremistische Hutu’s geld over naar de FDLR. Recente operaties van de FDLR werden zelfs rechtstreeks bevolen vanuit Duitsland, zo stelt de Duitse justitie die deze maand twee FDLR-kopstukken arresteerde na ze jarenlang ongemoeid te hebben gelaten.