Hirsch Ballin moet eigen aftapliefde onderzoeken

Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft minister Hirsch Ballin gedwongen onderzoek te beloven naar de telefoon-aftapliefde van justitie en de veiligheidsdiensten.

Het meeste wat hij moet onderzoeken weet hij natuurlijk al. Zondag nog legde de opperofficier van justitie Harm Brouwer in Buitenhof uit dat al dat afluisteren toch wel erg nuttig is, en dat hij het niet graag zou missen.

Nederland is kampioen aftappen, doet het (per hoofd van de bevolking) veel meer dan de VS en andere landen die graag veel spioneren. Nooit is bevredigend uitgelegd waarom. Evenmin hoe veel het oplevert.

Een bij vlagen fundamenteel debat in Pauw&Witteman over de tapperij door advocaat Inez Weski en Tweede Kamerlid Madeleine van Toorenburg (CDA).

Bijzonder goed dat de Kamer nu een begin heeft gemaakt met het afdwingen van een zekere verantwoording over dit uitzonderlijke beleid. Kan een gevolg zijn van het goed getimede advies van Bits of Freedom. Verwacht overigens geen wonderen. Onderzoek is soms niet meer dan wandelen op de bekende weg.

Maar toch, misschien kunnen we later zeggen: het einde van ongeremde vanzelfsprekendheid van het massaal tappen viel op 26 november 2009. Hopelijk.

Maar goed dat de NPS die serie over De Oorlog van Ad van Liempt c.s. heeft gemaakt. In Aflevering 3 werd het verhaal verteld van het verzet van de Leidse rechtenhoogleraar Cleveringa, die weigerde zich neer te leggen bij het afgedwongen ontslag van zijn joodse collega Meijers. Hij hield een vlammende protestrede, het begin van ‘het professorenverzet’. Dat was op 26 november 1940.

Dat vind ik het ergste van de vrij algemene laksheid tegen de datastapelmanie van de overheid: dat zo weinig juristen een wenkbrauw verroeren. Zeker zij zouden beter moeten weten. Zeker, toen was het oorlog, nu vrede. Maar we zeggen elkaar ook ieder jaar dat we de tekenen moeten verstaan. Nooit weer. Dat vergt hard werken en een beetje nadenken.