Goed dichtkitten, die kieren

Energiezuinig bouwen is goed voor het milieu en scheelt in de kosten.

Nederland loopt hiermee achter. Buurlanden hebben meer én grotere projecten.

Er komt een ‘energierevolutie’ aan, meldden de groene politieke partijen in het Europees Parlement vorige week trots. Er komt nieuwe Europese wetgeving die stelt dat vanaf 2020 nieuwe gebouwen vrijwel geen energie meer mogen verbruiken. De energie die ze wel verbruiken moet afkomstig zijn uit zonne-energie en biomassa. Voor overheidsgebouwen gaat die wet al vanaf 2018 gelden.

Het is een ambitieus, maar haalbaar plan, vindt Europarlementariër Bas Eickhout (GroenLinks). Mits bouwers en projectontwikkelaars zich er genoeg voor inzetten: „Het is een aanzienlijke nieuwe eis, maar ze hebben nog ruim de tijd om er aan te wennen.”

De eis dat ‘vrijwel’ geen energie meer verbruikt mag worden komt raadselachtig over, geeft hij toe. „Maar dat deel is bewust vaag gehouden. Op die manier kunnen lidstaten de wet zo aanpassen, dat die voor hun eigen klimaat het beste werkt. In Finland zijn andere maatregelen nodig dan in Griekenland.” Uiteindelijk is het aan de Europese Commissie om in de gaten te houden of landen de wet wel energiezuinig genoeg ingevuld hebben.

Verder is het niet zo dat gebouwen helemaal geen energie meer mogen gebruiken, legt Eickhout uit: „„Je kunt je ook voorstellen dat huizen in de winter vrij veel energie gebruiken en dat in de zomer via zonnepanelen weer terugleveren aan het stroomnet. Als daar maar een balans in is.”

Branchevereniging van bouwbedrijven Bouwend Nederland reageert voorzichtig positief op de nieuwe wet. Woordvoerder Dé van Riet: „De wet geeft alleen maar een Europese dimensie aan plannen die we al hebben over energiebesparing.”

Afgelopen voorjaar sprak Bouwend Nederland met onder andere de ministeries van VROM en Wonen, Werken en Integratie af om „kennis en ervaringen over energiebesparende maatregelen voor nieuwbouw te delen.” Van Riet: „De techniek en de wil is er. Nu moeten we nog kijken of we dit in de praktijk kunnen brengen. Over een paar jaar weten we meer.”

Die houding is te afwachtend, vindt architect Erik Franke. Hij is de voorzitter van de stichting Passiefhuis, die een vorm van energiezuinig bouwen nastreeft die vooral draait om goede isolatie. De Nederlandse bouwwereld is volgens hem nogal traditioneel en behoudend in vergelijking met buurlanden.

In Duitsland, Zweden, Oostenrijk en Zwitserland zijn inmiddels ruim dertigduizend passieve gebouwen. „Daar waren ruim tien jaar geleden passiefhuis-projecten vaak nog individuele ondernemingen van particulieren, maar sinds enkele jaren zijn daar ook veel grootschalige complexen van gemeenten, woningcorporaties en projectontwikkelaars bij gekomen.” Nederland komt voorlopig niet verder dan 37 passieve gebouwen, al staan er wel 1.400 nieuwe in de planning – half nieuwbouw, half verbouwde bestaande woningen.

Franke geeft een voorbeeld van de winst die dat kan opleveren: „In Roosendaal gaat een woningcorporatie 244 huurwoningen verbouwen tot passieve woningen. De bewoners gaan 65 euro per maand meer betalen aan huur, maar dat halen ze er direct uit aan besparing op energiekosten.”

Dat ondanks die kostenbesparing de bouwmethode nog niet is doorgebroken in Nederland komt doordat de bouwkosten hoger zijn dan bij traditionele nieuwbouw, zegt Franke. Dat scheelt 3 tot 8 procent, afhankelijk van ontwerp en gebouwtype, en dat schrikt veel opdrachtgevers af.

„Er is nog wel wat zendingswerk te verrichten”, beaamt Rick van den Bos, hoofd marketing en innovatie bij woningbouwmaatschappij BAM. „Er is een trend richting duurzaam bouwen, maar vaak gaan opdrachtgevers toch nog voor de laagste bouwkosten in plaats van ook te kijken naar de exploitatiekosten op de langere termijn.”

Van den Bos vindt passiefhuizen een mooi systeem, maar zeker niet de enige manier om energie te besparen. „Bij die huizen draait het vooral om isoleren, maar er zijn meerdere manieren om energiezuinigheid goed aan te pakken. Huizen met zonnepanelen op het dak halen daar hun winst uit. Die woningen zijn net zo energiezuinig als passiefhuizen, en goedkoper te bouwen.”

Volgens woordvoerder Anita Direcks van natuurbeschermingsorganisatie Natuur & Milieu zou de overheid kunnen sturen door het systeem van energielabels aan te passen. „De kosten komen nu voor de rekening van de bouwer, terwijl de baten, dus de lagere energierekening, voor de huurder zijn. En huiseigenaars letten bij het kopen van een huis nog te weinig op energiezuinigheid. Om dit te doorbreken is een nieuw woningwaarderingsstelsel nodig.”

De nieuwe Europese wet moet op 7 december door de in Kopenhagen verzamelde energieministers aangenomen worden, waarna alle landen uiterlijk eind 2011 de wetgeving ingevoerd moeten hebben. Bas Eickhout van GroenLinks: „Nederland kan op zich nog tegenstemmen. In de Tweede Kamer bestaat weerzin tegen de wet, omdat die vrij ingrijpend zou zijn. Ik ga er van uit dat ze dat niet doen. De bouwsector is verantwoordelijk voor 36 procent van de CO2-uitstoot in de Europese Unie. Dit is een uitgelezen kans om daar wat aan te doen.”