Geen 6,7 miljard mensen zonder fosfaat

De toekomstige schaarste op de fosfaatmarkt bedreigt de mondiale voedselproductie.

Wees zuinig op de voorraden die we nog hebben.

Fosfaat roept bij de de meeste mensen associaties op met het milieu. Het zit in wasmiddelen en menselijke en dierlijke mest en het hoopt zich sinds de jaren 60 van de vorige eeuw op grote schaal op in de bodem en spoelt uit naar het grondwater, het oppervlaktewater en de zee. Sommige ‘fosfaatlekken’ worden aangepakt. Fosfaat is al verwijderd uit de meeste wasmiddelen en het wordt ook steeds meer verwijderd uit rioolwater. Wel zijn er in Nederland en andere regio’s nog altijd forse mestoverschotten en is er sprake van overbemesting.

Intussen doemt echter het tegenovergestelde probleem op: een mondiaal tekort aan fosfaat, met name aan fosfaatkunstmest voor de landbouw. De reden is dat de fosfaatmijnen dreigen uitgeput te raken.

Fosfaatkunstmest is essentieel voor de moderne landbouw. De uitvinding ervan in de eerste helft van de negentiende eeuw heeft een enorme stijging van de wereldwijde landbouwproductie mogelijk gemaakt. Zonder de fosfaatmijnen had de mensheid onmogelijk kunnen groeien van de 1 miljard rond 1850 tot de huidige 6,7 miljard.

Experts schatten dat als de huidige stijgende trend in fosfaatgebruik doorzet, de winbare minerale voorraden al over 75 jaar zijn uitgeput. Dan resteren nog wel grote, moeilijk winbare voorraden, maar die zijn vaak sterk verontreinigd met zware metalen en zijn alleen tegen hoge kosten te winnen en te zuiveren. Te verwachten valt dat de fosfaatprijzen niet pas over 75 jaar zullen gaan stijgen maar al veel eerder. Sommige analisten verwachten dat de fosfaatproductie al over 25 jaar haar piek zal bereiken. De prijzen kunnen nog eerder gaan stijgen door een wedloop om de slinkende voorraden.

Daarbij doemt een tweede probleem op: de zeer ongelijke verdeling. Marokko en China zijn fosfaatsupermachten. Zij bezitten samen tweederde van de totale wereldvoorraad. De voorraden zijn dus veel sterker geografisch geconcentreerd dan die van olie en gas. De EU heeft bijvoorbeeld vrijwel geen mineraal fosfaat. Dat is opmerkelijk, aangezien de EU zich al decennia lang zelfvoorzienend waant in voedsel. Een fundamentele misrekening: de EU is voor haar voedselproductie vrijwel helemaal afhankelijk van de fosfaataanvoer van elders, in de vorm van kunstmest en veevoer. Nu is de EU rijk genoeg om, als de prijzen gaan stijgen, fosfaat te blijven aankopen. Maar dat zal ten koste gaan van boeren in ontwikkelingslanden die nu al te vaak achter het fosfaatnet vissen. De honger zal dan toenemen, evenals de stroom vluchtelingen naar Europa.

Te verwachten valt dat Marokko en China hun fosfaat duur zullen gaan verkopen aan de hoogst biedende partijen. Het is bijvoorbeeld denkbaar dat zij een kartel gaan vormen om de fosfaatprijs op te drijven. Een voorproefje van wat dat kan betekenen kreeg de wereld in 2007 toen China besloot exporttarieven en -restricties in te stellen voor een aantal grondstoffen, waaronder fosfaat. In een jaar tijd vertienvoudigde de prijs op de wereldmarkt bijna (zie linker kader).

Ook is het denkbaar dat China met zijn enorme overschot aan dollars fosfaatmijnen elders gaat opkopen, om de prijs te beheersen. Dat kan leiden tot politieke of zelfs militaire conflicten. Eén conflictbron bestaat al: de Westelijke Sahara. De annexatie daarvan door Marokko, mede ingegeven door de fosfaatvoorraden, is door geen enkel land erkend. De EU zou voor zijn eigen voedselzekerheid Marokko kunnen toelaten als lidstaat; daarvoor bestaan echter diverse politieke obstakels. Kansrijker is de import van fosfaat op te nemen in het bestaande associatieverdrag met Marokko, maar ook dan hebben ontwikkelingslanden het nakijken.

Er valt overigens best wat tegen de fosfaatschaarste te doen. We noemen zes punten:

Zuiniger gebruik van fosfaat in de landbouw.

Hergebruik van fosfaat uit afvalstromen van zuiveringinstallaties en slachterijen.

Terugdringen van de erosie van landbouwgrond, wereldwijd een gigantisch fosfaatlek.

Innovaties gericht op zuiniger gebruik en op recycling van fosfaat.

Aan de vraagkant: minder vlees eten. Weliswaar kan alle fosfaat uit dierlijke mest in theorie worden hergebruikt, maar in de praktijk is dat moeilijk gebleken. Bovendien vergt vleesproductie veel meer grond dan de productie van plantaardig eiwit en daarbij gaat meer fosfaat verloren.

Een heffing op fosfaat in kunstmest en veevoer, bij voorkeur op Europees niveau, kan efficiënter gebruik en hergebruik van fosfaat stimuleren.

Meer in het algemeen moet de fosfaatschaarste op de politieke agenda’s komen van de VN, de EU en het Nederlandse kabinet. Minister Verburg van Landbouw (CDA) is van plan initiatief te nemen. Maar ook minister Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) zal fosfaat hoog op zijn agenda moeten zetten, want zonder fosfaat is verhoging van de voedselproductie in Afrika onmogelijk. En minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) moet stappen zetten om een mondiale run om de slinkende fosfaatvoorraden te voorkomen, zodat er voldoende overblijft voor de arme landen. Fosfaat moet, kortom, kabinetsbeleid worden.

Helias Udo de Haes en Wouter van der Weijden zijn lid resp. voorzitter van de Stuurgroep Technology Assessment van het ministerie van Landbouw. Bert Smit is medewerker van Plant Research International van Wageningen UR.