Even de nieuwe update voor je brein downloaden

Informatietechnologische ontwikkelingen groeien al sinds 1890 exponentieel, zegt Ray Kurzweil, en dat blijft zo – met gevolgen voor de mens. Op het IDFA draait een film over hem.

Futurist Ray Kurzweil heeft de documentaire over zijn leven die deze week op het IDFA draait nu een keer of zes, zeven gezien. Hij vindt het een geweldige film, zegt hij. „En ik heb er ook iets van geleerd: hoe belangrijk de relatie met mijn vader in mijn leven is geweest, en hoe zijn tragische ervaringen op het gebied van gezondheid mij hebben beïnvloed.”

Kurzweils vader is niet ouder dan 58 geworden. Ray Kurzweil zelf, nu 61, heeft diens diabetes en hartproblemen geërfd. Maar hij zal er niet aan overlijden, verwacht hij. Want hij denkt dat de mens binnen enkele decennia onsterfelijk wordt.

Dus hij ook. En niet alleen dankzij de cocktail van 150 pillen per dag die hij slikt – een zelfbedacht regime. Kurzweils centrale stelling, zo benadrukt hij keer op keer tijdens het gesprek in de donkere Jugendstil-viproom van de Amsterdamse Tuschinskibioscoop, is dat de technologische ontwikkelingen al sinds 1890 exponentieel zijn toegenomen. Ook tijdens recessies en oorlogen. En dat zullen ze blijven doen, verwacht hij. Computers worden steeds sneller, kleiner en goedkoper. En ze zullen binnen enkele decennia een onderdeel van de mens worden en de mens verbeteren. Die zal dan niet meer sterven, maar gerepareerd en geback-upt worden. Tegen die tijd gaan de ontwikkelingen op technologisch gebied extreem snel, denkt Kurzweil. Futuristen zoals hij noemen dat hypothetische verschijnsel de ‘singulariteit’.

Kurzweil is klein, oogt bijna kwetsbaar en heeft een Woody Allen-achtige, melancholische blik in zijn ogen – maar hij heeft ook een ondoordringbare muur van zelfvertrouwen rondom zichzelf opgetrokken. „Lees mijn boeken”, zegt hij verschillende keren als wat ik vraag net buiten zijn standaardverhaal lijkt te vallen. Zijn boek The Singularity is Near (2005) bijvoorbeeld. „Daar staat mijn hele gedachtengang veel uitvoeriger in. Wat is je adres? Ik stuur ze je op.”

Maar eerst nog even zonder die boeken. Is er niet een natuurlijke limiet aan die groei van de technologie, namelijk de mens zelf? Bereiken we niet op zeker moment het punt dat we geen slimmere, kleinere of grotere machines meer kunnen maken? „Dat zou zo zijn”, zegt Kurzweil prompt, „als we onszelf niet met technologie zouden verbeteren. In 2035 zijn mensen hybride, cyborgs, en zullen ze computers in hun hersenen hebben. Dat gebeurt al: parkinsonpatiënten hebben al computers in hun hersenen. Die hebben nu nog niet de grootte van een bloedcel, maar de grootte van een erwt.” Sommige parkinsonpatiënten hebben inderdaad een elektrode in hun hersenen laten aanbrengen die met stroomstootjes het hevige trillen vermindert.

Kurzweils toekomstverwachtingen zijn natuurlijk niet te verifiëren. Ze klinken zo radicaal, zegt hij, omdat onze intuïtie lineaire groei gemakkelijk kan bevatten, maar exponentiële groei niet. „Bij lineaire groei kom je in dertig stappen van 2 op 32, bij exponentiële groei kom je in dertig stappen van 2 op ruim een miljard.”

Tegen de tijd dat we ‘computers in onze hersenen’ hebben, zegt Kurzweil, zullen die hersenen ook zijn aangesloten op internet en veel sneller kunnen rekenen dan computers nu kunnen. „Zo’n persoon is veel slimmer dan wij nu zijn”, zegt Kurzweil. „In feite is de software die wij in ons lichaam hebben, verouderd. Het is bijvoorbeeld tegenwoordig geen goed idee meer om vetcellen te hebben die vet in het lichaam vasthouden. Maar over 15 tot 20 jaar zullen we zover zijn dat we het lichaam kunnen herprogrammeren.”

En dan komt de volgende revolutie, voorspelt Kurzweil. „Over 25 à 30 jaar zal iedereen miljarden nanobots in zijn bloedbaan hebben, robots ter grootte van een bloedcel, die voortdurend checken of al onze cellen nog in orde zijn, reparaties uitvoeren en het immuunsysteem uitbreiden. Dat zal onze levensverwachting radicaal verlengen. Verder zal het tegen die tijd heel gewoon zijn om een back-up te maken van de informatie in je lichaam, bijvoorbeeld je hele mind file, alles in je hersenen. Dus als je bepaalde functies verliest, of als er nieuwe updates beschikbaar zijn, kun je die weer toevoegen. Met computers vindt iedereen dat normaal, straks zullen mensen het ook normaal vinden om hun hersenen up to date te houden en te back-uppen.”

Vindt hij zelf de overeenkomsten tussen zulke menstechnologische revoluties en het religieuze idee van een eindtijd gevolgd door een hemels leven ook niet frappant? „Ik herken inderdaad die resonantie wel. En misschien komen eindtijdvoorspellingen ook wel voort uit de intuïtie dat er wezenlijke veranderingen aankomen – al zal het dan niet 2012 worden, maar eerder 2050. Ik zie evolutie trouwens ook als een spiritueel proces: we gaan toe naar een tijd met meer intelligentie, meer liefde... We gaan meer op goden lijken.”

De film ‘Transcendent Man’ over Ray Kurzweil, gemaakt door Barry Ptolemy, is morgenavond nog te zien op het IDFA.