Duitse Opel-fabrieken blijven open

De vier vestigingen van Opel in Duitsland blijven allemaal open. Maar de Duitsers moeten wel de grootste last dragen van de saneringen die Opels moederconcern General Motors bij zijn Europese dochter zal doorvoeren.

Dat blijkt uit mededelingen van de directeur van General Motors Europa, de Brit Nick Reilly. Hij sprak gisteren met Duitse politici en werknemersorganisaties. General Motors wil in Europa ongeveer 9.000 banen schrappen – ruwweg 20 procent van het totaal – waarvan 5.400 in Duitsland.

Van alle Europese Opel-fabrieken is de toekomst van die in Antwerpen het onzekerst. Reilly wilde nog niet zeggen of deze definitief zal sluiten, maar veel hoop bood hij niet. „We bestuderen alternatieven voor onze vestiging in Antwerpen.”

Van de 45.000 werknemers van General Motors in Europa werken er meer dan 25.000 in Duitsland. Daar hebben de voorzitter van Opels ondernemingsraad, Klaus Franz, en de metaalvakbond IG Metall verzet tegen de saneringen aangekondigd. „We zullen dit niet zondermeer accepteren”, zei OR-voorzitter Franz in Rüsselsheim, waar het hoofdkantoor van Opel Duitsland is gevestigd.

Het Amerikaanse General Motors verraste twee weken geleden met het nieuws zijn Europese dochters Opel en Vauxhall niet te zullen verkopen. Een principeakkoord hierover was al afgesloten met een consortium van de Canadese leverancier van auto-onderdelen Magna en de Russische Sberbank.

Ook bij een andere eigenaar dan GM zou Opel hebben moeten saneren. In Duitsland heerst enerzijds opluchting dat geen van de vier Opel-fabrieken hoeft te sluiten. Anderzijds is de woede groot over een reorganisatie die meer dan 5.000 banen kost. Bondskanselier Angela Merkel toonde zich er verheugd over dat ondanks de aangekondigde saneringen er kennelijk „goede perspectieven” zijn voor de Duitse vestigingen van Opel, de fabrieken in Rüsselsheim, Bochum, Kaiserslautern en Eisenach.

Opel en Vauxhall hebben in Europa ook vestigingen in België, Spanje, Groot-Brittannië, Polen en Rusland.