CO2-opname door de oceanen lijkt te haperen

Er zijn aanwijzingen dat de oceanen steeds minder makkelijk CO2 uit de atmosfeer opnemen. Sinds 2000 zou het aandeel van het door mens uitgestoten CO2 dat in de oceaan belandt gestaag zijn afgenomen. Het kan al zo’n tien procent schelen.

Dit valt af te leiden uit een artikel dat drie Amerikaanse oceanografen vorige week publiceerden in Nature. Het stuk is in de eerste plaats een beschrijving van een vernuftige nieuwe methode om de opname van het door de mens gevormde CO2 vanaf 1775 van jaar tot jaar te berekenen. Daarin was tot op heden niemand geslaagd.

Maar een begeleidend persbericht van Columbia University in New York legt de nadruk op het afnemend gemak waarmee de oceanen CO2 opnemen.

Van alle CO2 die jaarlijks door menselijk handelen wordt uitgestoten, ook door ontbossing, blijft ruwweg de helft achter in de atmosfeer. De rest wordt opgenomen door de oceanen en relatief jonge bossen die nog veel groei vertonen. Als deze ‘sinks’ afzwakken zal de CO2-concentratie van de atmosfeer nog sneller toenemen dan nu al het geval is. Het goede nieuws is dat volgens de nieuwe berekeningen wat meer CO2 wordt opgenomen door bosbijgroei.

Het model van Khatiwala is een zogenoemd ‘inverse model’. Daarbij wordt terugberekend hoeveel de CO2-opname in een bepaald jaar geweest moet zijn om de concentratie te bereiken die bij metingen is gevonden. De oceanen nemen vooral rond de polen veel CO2 op. Het water zakt er naar beneden en stroomt op grote diepte verder. De grootte van dit transport wordt afgeleid uit de concentraties industriële gassen (zoals freon) die op grootte diepte worden aangetroffen.