'Birma niet boycotten, maar juist opengooien'

Historicus Thant Myint-U verwacht geen wonderen van de komende verkiezingen in Birma. Een ding weet hij wel: sancties werken alleen averechts.

Birma-watchers zijn sceptisch over de verkiezingen die de militaire junta voor begin volgend jaar heeft aangekondigd. Oppositieleidster Aung San Suu Kyi mag niet meedoen, sommige activisten bepleiten daarom een boycot.

Maar historicus Thant Myint-U, de veelgeprezen schrijver van The River of Lost Footsteps, een geschiedenis van Birma, ziet desondanks wel mogelijkheden. Hij is in de VS geboren, opgeleid in Harvard en Cambridge, maar woont tijdelijk in Thailand omdat hij in de buurt wil zijn als Birma, het land van zijn ouders, voor het eerst sinds 20 jaar verkiezingen houdt.

„Het zou een enorme fout zijn de verkiezingen simpelweg te negeren”, zegt Myint-U, kleinzoon van oud-VN-chef U Thant (1961 tot 1971). „De kans dat de verkiezingen een echt democratische regering zullen opleveren, is extreem klein. Maar we zullen wel een verschuiving zien van een puur militair regime naar een regering van militairen én burgers. Je kunt het zien als een grote interne reorganisatie van het regime, waarbij het militaire leiderschap ook allerlei rebellenleiders van minderheidsgroepen wil opnemen in het nieuwe systeem. Dat is niet 100 procent positief. Zo zullen de minderheidsgroepen niet helemaal hun doelen bereiken. Maar er kan zo wel een einde komen aan gevechten in delen van het land die lang geweld hebben gekend.”

Ziet u een rol voor de oppositie?

„De democratiebeweging opereert in een landschap dat het Birmese leger in een halve eeuw heeft geschapen. Daar hebben ze weinig kans. We zullen het landschap moeten veranderen. Dat kan door het land in te gaan en dingen te dóén. Als we Birma opengooien, bedrijven beginnen, handel drijven, miljoenen toeristen het land laten bezoeken, dan denk ik dat het regime het geen 5 tot 10 jaar meer volhoudt. Als het landschap is veranderd, kan de oppositie over een paar jaar een belangrijke rol spelen in de opbouw van het land. Of het nu Aung San Suu Kyi of iemand anders is.”

Hoe ziet u de rol die het Westen heeft gespeeld?

„Begin jaren negentig hadden de militairen het land twintig jaar geïsoleerd en gerund volgens een socialistisch systeem. Toen stond een nieuwe generatie generaals op, het huidige regime, die buitenlandse handel, investeringen en toerisme wilde toestaan. En wapenstilstanden sloot met twee dozijn gewapende etnische rebellengroepen. De internationale gemeenschap heeft niets gedaan om dat aan te moedigen.

„Een transitie naar democratie zou nu moeilijker zijn dan toen. Destijds was er nog een generatie academici, opgegroeid in een democratisch Birma. Westerse regeringen hebben in de tussentijd niets gedaan om de samenleving op te bouwen, om onderwijs in het Westen te stimuleren. Ze hebben de Verenigde Naties en andere multilaterale organisaties zelfs ervan weerhouden het onderwijs en de gezondheidszorg op te bouwen. Erg kortzichtig.

„Heel belangrijk is dat de komende jaren een generatieverschuiving zal plaatsvinden binnen het regime. Want in elk scenario van democratisering, zelfs dat van de felste antiregeringsactivisten, heeft het leger een rol. Maar wij hebben niets gedaan om het denken van de jonge officieren die nu aan de top komen te beïnvloeden. Door hen bloot te stellen aan democratische waarden, aan liberale samenlevingen, aan de voordelen van een opener economie. De sancties weerhielden hen er zelfs van naar Europa te reizen. Als we niet snel ons beleid veranderen, is er geen reden te hopen dat ze anders zullen zijn dan hun voorgangers.”

Amerika wil nu met het regime in gesprek.

„Ik ben al lang een tegenstander van sancties. Maar ik ben ook sceptisch dat simpelweg praten met de generaals verschil zal maken. Als de Amerikaanse aanpak zal zijn om ook het land uit zijn isolement te halen, de Birmezen met de buitenwereld en de wereldeconomie in contact te brengen, dan denk ik dat het kan werken. Maar pas op de langere termijn. Als we hopen op een doorbraak binnen zes tot twaalf maanden, zullen we zeker teleurgesteld worden.”

Zou Birma een plotselinge transitie naar democratie wel aankunnen?

„In dat geval zouden we ons ook zorgen moeten maken. Birma heeft een leger van 400.000 man en twee dozijn gewapende minderheidsgroepen, die beschikken samen over 40.000 tot 50.000 strijders.

„Birma is een van de armste en etnisch meest diverse landen ter wereld. Het land heeft een grote drugsindustrie en woekerende corruptie. Het is niet moeilijk voor te stellen hoe dit tot een veel slechtere situatie kan leiden.”

Burgeroorlog?

„Of anarchie. Ik denk dat er oorlogsmoeheid heerst, er zijn geen groepen die zich opmaken voor een grote strijd. Waarschijnlijker is een verschuiving naar een meer criminele omgeving. Waarin je veel lokale milities hebt, veel warlord-types. Mensen die niet uit zijn op politiek gewin, maar op het vullen van hun zakken. En als dat eenmaal zo is, verander je het in geen honderd jaar.”