Wessanen noemt Veenhof zelfverrijker

Ex-topman Ad Veenhof van Wessanen is het niet eens met de vertrekvergoeding die het bedrijf hem aanbood en liet het aankomen op een rechtszaak. Die diende gisteren.

„Weet je wel dat je niet universeel gewaardeerd wordt”, merkte commissaris Durk Jager van voedingsconcern Wessanen in januari dit jaar op tegen de toenmalige topman Ad Veenhof. Het was volgens Veenhof het enige teken waaruit hij had kunnen opmaken dat zijn ontslag aanstaande was. Op 24 februari werd hij door de raad van commissarissen opzijgezet. „Het kwam als een donderslag bij heldere hemel”, aldus Veenhof.

Gisteren diende in Amsterdam de rechtszaak waarin Wessanen het ontslag eist van zijn voormalige directeur. Het voedingsconcern uit Utrecht (bekend van de merken Zonnatura en Beckers) verwijt Veenhof zijn dominante leiderschap, waarin geen ruimte was voor tegenspraak, en zijn grote bemoeienis met de financiële koers van het bedrijf.

Wessanen vindt dat Veenhof geen recht meer heeft op de contractuele vertrekregeling, waarin onder meer een bonus van een jaarsalaris en een opzegtermijn van 12 maanden waren afgesproken. Het concern is bereid hooguit de inkomstenderving van Veenhof te betalen tot hij 65 wordt in september 2010. Dat komt neer op een vergoeding van ongeveer 375.000 euro.

Veenhof stelt in zijn verweer echter dat het concern zijn contractuele verplichtingen moet nakomen. Volgens Leonard Verburg, raadsman van Wessanen, zou dat dan neerkomen op een gouden handdruk van 4 jaarinkomens, oftewel ruim 2 miljoen euro. De raad van commissarissen vindt dat Veenhof zich zo „op nogal exhibitionistische wijze” wil verrijken, aldus Verburg in zijn pleidooi.

Oud-Philips-man Veenhof trad in 2003 bij Wessanen aan om orde op zaken te stellen. Met een vierfasenplan zou hij het verliesgevende bedrijf weer gezond maken. In 2007 werd zijn contract met nog eens vier jaar verlengd, hoewel het niet in de bedoeling lag om deze periode vol te maken. Veenhof zou op zoek moeten naar een opvolger, zodat hij rond zijn 65ste had kunnen afzwaaien.

Wessanen maakt Veenhof tal van verwijten. Dat hij te weinig opschoot met de verbetering van het bedrijf. Dat hij veel te dicht op de financiële functie zat. Zo zou hij een Amerikaanse directeur die na onenigheid met de financiële directeur van Wessanen dreigde zijn functie neer te leggen, meteen een hoger salaris hebben aangeboden, zonder eerst de financiële directeur te horen. Hij zou ook zijn personeelsmanager Henk van den Boogaart onder druk hebben gezet om in het jaarverslag te verzwijgen dat zijn eigen contract niet langer conform de bepalingen in de code-Tabaksblat was.

Veenhof en zijn raadsman Evert-Jan Henrichs ontkenden alle beschuldigingen punt voor punt. Het leidde af en toe tot rumoer in de zaal, waarbij de partijen zich nog maar net konden inhouden onderling een welles-nietesdiscussie te voeren. Het college van rechters was zichtbaar verward door de diametraal tegenover elkaar staande meningen die nauwelijks door feiten onderbouwd konden worden.

Tijdens de rechtszaak werd wel pijnlijk duidelijk dat de commissarissen bij de verlenging van Veenhofs contract niet goed hebben opgelet. Commissaris Durk Jager verklaarde tegenover de rechter dat hij het contract had ondertekend, maar „niet doorhad” dat er een verlenging van de opzegtermijn in stond. Evenmin besefte hij dat het contract niet voldeed aan de code-Tabaksblat. „Ik persoonlijk las niet al die teksten”, zei Jager. „Ik ging ervan uit dat het klopte wat men mij vertelde.”

Veenhof en zijn raadsman Henrichs toonden zich na afloop vol vertrouwen dat de zaak in hun voordeel zal uitpakken. Smalend merkten ze op „niets meer gehoord te hebben” van de oorspronkelijke aantijgingen, zoals dat Veenhof de aanstichter zou zijn van de miljoenenfraude bij de Amerikaanse dochter ABC.

De rechtbank wil nog voor het einde van het jaar uitspraak doen.