Muizen kun je al ruiken bij de broodafdeling

Supermarkten zijn soms smeerpoetsen. Insecten, ratten en vooral muizen zijn een probleem. Is het gevaarlijk? Slechte hygiëne is riskant. „De dieren brengen ziektes over.”

Inspecteur Michel van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) trekt zijn witte overjas aan en wapent zich met verschillende digitale thermometers en een zaklamp uit zijn dikke zwartleren dokterstas. Hij maakt zich klaar om een supermarkt in Gorinchem te onderwerpen aan een grondige controle. Zodra hij het metalen klapdeurtje van de winkel gepasseerd is, duikt hij meteen achterin het vak met beschuitrollen, op zoek naar muizenkeutels en aangevreten verpakkingen. Met een zaklamp schijnt hij achter het brood. „Als er muizen zitten, weet ik dat meestal meteen”, zegt Michel. „Je ruikt het al bij het schap, en als ik keutels zie, is er geen twijfel mogelijk. Nu het buiten kouder wordt, komen de muizen naar binnen.”

Maar in deze supermarkt in vindt de inspecteur geen spoor van ongedierte. Later controleert hij nog uitgebreid het schap met meel en chips. Hij vindt een pak meel met een gat erin, maar het blijkt per ongeluk opengescheurd.

Het zijn verdachte plekken, zegt Michel. „Maar als een supermarkt een serieuze muizenplaag heeft, dan vreten ze ook de etiketten van blikken aan, ze zijn gek op die lijm. En je ziet dan ook altijd aangevreten eierdozen, dat gebruiken ze als nestmateriaal.”

De VWA heeft supermarkten uitgekozen als ‘speerpunt’ om de voedselhygiëne in Nederland op een hoger plan te brengen. De bevindingen verschijnen met naam en toenaam op de website van de controle-instantie. Geen enkele supermarkt wil te boek staan als viezerik. Het werkt goed, zegt Jan van Kooij, plaatsvervangend hoofdinspecteur levensmiddelen van de VWA: „Vooral het afgelopen jaar is een behoorlijke verbetering opgetreden in de supermarkthygiëne. Dat is voornamelijk een bijeffect van het openbaar maken van de resultaten.”

Op de site van de VWA krijgen supermarktketens een kleurcode, rood, oranje of groen, die aangeeft hoe het er gesteld is met de hygiëne. De meeste krijgen groen. Geen enkele supermarktketen scoort rood, maar Golff, Jan Linders, Plus en Super de Boer hebben oranje gekregen. Oranje betekent dat in minder dan 90 procent van de bezochte filialen van deze supermarkten aan de gestelde hygiëne-eisen wordt voldaan. Het gezondheidsrisico hiervan is vaak beperkt, maar de VWA houdt deze ketens toch scherper in de gaten door extra filialen te bezoeken.

De belangrijkste tekortkomingen bij supermarkten zijn ongedierte en onvoldoende maatregelen om de verspreiding van bacteriën tegen te gaan, zegt Van Kooij. Vooral muizen zijn een toenemend probleem. Van Kooij heeft de indruk dat supermarkten „onder druk van de prijzenoorlogen” soms wat minder aan onderhoud zijn gaan doen. „Het gaat dan om het niet voldoende schoonmaken van die delen die niet direct zichtbaar zijn voor het publiek”, zegt hij. Of dat gevaarlijk is? „Muizen en slechte hygiëne vormen altijd een risico voor de gezondheid. De dieren brengen ziektes over.”

Vervolg Supermarkt: pagina 14

In Amsterdam is muizenprobleem het grootst

Entomoloog Peter Timmermans van professioneel ongediertebestrijder Rentokil Pest Control in De Meern bevestigt dat het muizenprobleem in Nederlandse supermarkten toeneemt. „Mensen snacken meer op straat en laten voedingsresten achter in de bosjes, waardoor muizen voldoende te eten hebben. Ook zijn de winters zachter. Allemaal gunstig voor de Nederlandse huismuizenpopulatie.”

Het probleem is het grootst in Amsterdam, waar volgens Timmermans „heel veel supermarkten” regelmatig muizen over de vloer hebben. De stad herbergt een heel grote huismuizenpopulatie en als het kouder wordt in de herfst en winter komen ze naar binnen, in huizen en winkels. Supermarkten gelden als „extra gevoelige winkels” voor muizenoverlast.

De overlast beperkt zich niet tot historische panden. Juist ook nieuwbouw heeft last van muizen, zegt Timmermans: „In de ogen van aannemers is een gebouw potdicht, maar door de ogen van muizen of bestrijders gezien is het een gatenkaas.” Muizen kunnen zich door spleten van 6 tot 7 millimeter wurmen, weet Timmermans. Voor een goede „muisdichtheid”, mogen kieren onder deuren bijvoorbeeld niet groter zijn dan 5 millimeter, aldus de entomoloog.

In Amsterdam kan ook de leek in diverse supermarkten verspreid over de stad vaststellen dat er wel eens muizen komen. Hier en daar liggen zwarte keuteltjes achter de schappen. Bij een super bij station Zuid liggen ze zelfs, onbedoeld, in de etalage. Een van de raamstickers ontbreekt, waardoor er van buitenaf zicht is op een moeilijk bereikbare plaats achter een stelling met snacks. Een filiaal van dezelfde keten in de buurt van het Muiderpoortstation ligt ingeklemd tussen twee bakkerijen en een Turkse groenteboer. Dat moet een walhalla voor muizen zijn, maar hier is de winkel brandschoon en het ruikt opvallend naar chloor.

Muizenbestrijding is een zaak van alertheid. De bestrijding gaat met gif en vooral vallen. „In de overdaad aan voedsel die muizen in een supermarkt aantreffen is het soms moeilijk hen aan het lokaas te krijgen. Daarom plaatsen we vallen op tactische plaatsen. Gedurende een aantal weken moeten we een paar keer per week terugkomen om de vallen te controleren en weer opnieuw neer te zetten.”

Behalve muizen hebben supermarkten soms ook last van ratten of voorraadinsecten. Die laatste zijn motjes of kevers die soms in graanproducten of peulvruchten zitten en van daaruit ook andere voedingsmiddelen kunnen besmetten. Maar de problemen met deze plaagdieren vallen volledig in het niet bij de muizenoverlast, verzekert Timmermans.

In de supermarkt in Gorinchem is geen spoor van ongedierte. Alles is spik en span. De filiaalhouder in Gorinchem blijkt al lucht te hebben gekregen van de op handen zijnde controle. „Het spreekt zich rond”, zegt hij. „Ook andere ondernemers van onze keten hebben al een inspecteur op bezoek gehad.” Toevallig is er vorige week nog een monteur langs geweest om zijn koelvitrines te repareren. „Er kwam veel water onderuit”, verklaart de filiaalhouder. Inspecteur Michel neemt het voor kennisgeving aan.

In de winkel houdt hij zijn infraroodthermometer tegen een pak zuivel dat helemaal vooraan staat in het schap. „Tien graden Celsius”, leest hij af. „Maar het is lastig door het karton te meten wat de temperatuur van het product is. De ervaring leert dat het net goed is.”

Maar dan ziet hij een stapel kratjes met voorverpakte jonge kaas. Buiten de koeling. Er hangt een papier aan met ‘25 procent korting’. Volgens het etiket is de kaas nog een maand houdbaar. Controleur Michel steekt de naald van zijn digitale thermometer dwars door de verpakking in de kaas. Na een minuut leest hij af: 17,5 graden Celsius. „Dat is niet in orde”, constateert hij zacht.

Ernaast staat een lage koelvitrine met vlees. De schouderkarbonades met een oranje sticker ‘Reclame’ trekken meteen de aandacht van de inspecteur. De uiterste houdbaarheidsdatum is nog niet overschreden. Weer prikt hij zijn thermometer erin: 7 graden Celsius. Dat is vrij hoog, op de verpakking staat dat het bij maximaal 4 graden Celsius bewaard mag worden. „Dat staat er niet voor niets, want de bewaartemperatuur heeft invloed op de uiterste houdbaarheid”, is zijn commentaar.

Bij verdere controle blijken het alleen een paar pakken te zijn die een te hoge temperatuur hebben. De koelvitrine zit te vol. De bovenste pakken vlees liggen opgestapeld tot boven de vullijn die achterin de koelvitrine is afgetekend, waardoor ze niet voldoende werden gekoeld. Hij wijst de filiaalhouder erop, die meteen beterschap belooft.

Bij het doornemen van de controlelijsten die de supermarkt wekelijks zelf bijhoudt komt controleur Michel alleen temperaturen tegen van 2 of 3 graden Celsius van de koelvitrines. „Dat is zeker niet gemeten op de kritische plekken, dus vooraan”, merkt hij op. De filiaalhouder bevestigt dat zijn personeel altijd „in het midden” van de koeling meet. Hij belooft beterschap.

Dan heeft inspecteur Michel nog „een vervelende mededeling” voor de supermarkthouder: hij krijgt een boete voor de kaas. „Dat is balen”, reageert de ondernemer. Inspecteur Michel licht toe dat de supermarkt bewust het risico heeft genomen, door de kaas naast de koeling neer te zetten in plaats van erin. Als verklaring zegt de filiaalhouder: „We hadden het overgehouden van een actie, en besloten daarom het via massaverkoop van de hand te doen.” Hij protesteert verder niet.

De supermarkt kan voor de overtreding een boete van minimaal 450 euro tegemoetzien. „Mogelijk valt die nog hoger uit”, zegt inspecteur Michel, „Dat wordt achteraf vastgesteld.” Even later, buiten de supermarkt, zegt inspecteur Michel dat hij het ook wel eens erger meemaakt. „Soms is de hygiëne er zo slecht aan toe dat de supermarkt gesloten moet worden. Dat heb ik zelf ook een keer meegemaakt. Die supermarkt was al van plan te sluiten, maar is per direct dichtgegaan. Een goede beslissing.”

Als het aan inspecteur Michel ligt, zouden vieze supermarkten ook individueel wel bij naam genoemd mogen worden, zodat klanten kunnen zien hoe hun eigen supermarkt presteert op het gebied van hygiëne. Het wachten is ook tot supermarkten het gaan gebruiken in hun reclame-uitingen: bij ons is alles op orde.

Winkelketen Super de Boer die tot haar ontsteltenis het predicaat ‘oranje’ kreeg van de VWA, heeft alles in het werk gesteld om de hygiëne in de filialen te verbeteren. „De gezondheid van onze klanten kwam nooit in gevaar”, zegt een woordvoerder van Super de Boer. Het voornaamste probleem was volgens haar het schoonmaken van de schappen. Super de Boer nam schoonmaakspecialist JohnsonDiversey in de arm om de hygiëne in zijn supermarkten extra te controleren. Dat had volgens de woordvoerder „nog niet voldoende effect”.

Onlangs ging Super de Boer daarom ook in zee met Rob Geus, van het televisieprogramma Smaakpolitie. De supermarktketen hoopt dat Geus’ bekendheid een uitwerking heeft op de naleving van de hygiënevoorschriften door het winkelpersoneel. De bekende Nederlander is nog maar pas begonnen met zijn supermarktinspecties en wil daarom nog niet reageren, maar volgens de woordvoerder van Super de Boer is de komst van Geus door de supermarkten „met veel enthousiasme” ontvangen. „Het is absoluut ons streven om zo snel mogelijk weer groen te scoren bij de VWA.”

Voor dit artikel is met de Voedsel en Waren Autoriteit overeengekomen dat de gecontroleerde supermarkt niet bij naam genoemd wordt en de inspecteur alleen bij zijn voornaam.