Leuke kabouter zonder gevoel

Jeugdtheater Niemand weet, niemand weet, door Stella Den Haag, vanaf 6 jaar. Gezien 21/11 Krakeling Amsterdam. Tournee t/m 27/12, www.stella.nl ****

De prins van Pruisen draagt een strak zwart shirt. Erop, in fonkelende letters, ‘Antiflirt’. Zijn lange blonde manen zijn naar achteren gekamd, een opzichtige ketting danst op zijn borst. Sinds de ijdele, hebzuchtige prins weet dat Esmiralda, de dochter van een rijke molenaar, uit stro gouddraad kan spinnen, eist hij al het goud op.

Hans van den Boom van Stella Den Haag bewerkte voor de derde keer een sprookje voor kinderen. Na Bianca en de Jager (Sneeuwwitje) en Joris en de Draak is nu Repelsteeltje geadapteerd tot Niemand weet, niemand weet. Het is een echt sprookje: er gebeuren wonderen, goed en kwaad worden tegen elkaar afgezet en het verhaal heeft een moraal: hebzucht loont niet. Regisseur Erna van den Berg heeft dit fijn uitgewerkt tot humoristisch teksttoneel en er prettige muziek aan toegevoegd.

Desirée, de vriendin van Esmiralda, vertelt. En maakt het heel spannend: „Die nacht trok er een zoete lavendelgeur door de mosselstraat.” De boerenjongens die tot in de verre omtrek verliefd worden op Esmiralda omdat ze zo mooi cello speelt, zijn voor haar vader niet goed genoeg. Als dan de prins van Pruisen verschijnt, wil vader indruk maken. En dus zegt hij dat zijn dochter alles kan, zelfs stro veranderen in goud.

Op komt Titus Boonstra, als kabouter. Om een overweldigende indruk te maken. Niet met zijn fysiek, Boonstra is een man met een normaal postuur, hij loopt iets gebogen, vette slierten hangen langs zijn hoofd, zijn broek is ver opgetrokken, maar om zijn spel. „Ik ben een verschrikkelijk angstaanjagende kabouter. Een kabouter zonder gevoel”, zegt hij met zo’n leuk vilein stemmetje dat hij je meteen voor zich inneemt, hoe vals en grof hij ook is: „Laatst heb ik een meisje van dertien zo hard aan het schrikken gemaakt dat zij haar ontbijt en haar lunch van schrik in haar fietstas heeft uitgekotst. En bovendien had ze er ook nog eens anderhalve liter Fristi bij gedronken.”

De dwerg zonder gevoel wil een ‘moederding’ en eist Esmiralda’s eerstgeborene op, als dank voor zijn hulp. Want baby’s zijn zo lief en zacht en ze ruiken zo lekker, en hij wil zo graag iets voelen.

Eén bal voor de liefde waarmee de voorstelling is gemaakt, één voor de humor, één voor de weemoedige muziek, en één bal voor Titus Boonstra.