In Kluunfilm overschreeuwt narcisme leed

Komt een vrouw bij de dokter. Regie: Reinout Oerlemans. Met: Barry Atsma, Carice van Houten, Anna Drijver. In: 116 bioscopen.**

Toen eind 2003 Komt een vrouw bij de dokter verscheen, Kluuns semiautobiografische boek over zijn seriële overspel terwijl zijn vrouw aan kanker leed, interviewde deze krant hem. Op de vraag of zijn boek een poging tot zelfrehabilitatie was, antwoordde hij: „Eigenlijk wel. Ik wil niets goed praten. Het gedrag van Stijn – en dus ook mijn eigen ontrouw – verdient geen schoonheidsprijs. (…) Met dit boek wil ik de moraal van mensen aan het wankelen brengen.”

In de verfilming door Reinout Oerlemans van de bestseller (één miljoen exemplaren gingen over de toonbank) wordt de morele dimensie behoorlijk op scherp gesteld in een sequentie waarin de chemokuur van Stijns vrouw Carmen doorsneden wordt met beelden van Stijn die flink uit zijn dak gaat in een discotheek en daar een aantal vrouwen het hof maakt. Na deze scène zal het voor velen heel moeilijk zijn nog sympathie voor Stijn op te brengen. Want wat op papier misschien wel werkt, is in de film te confronterend.

Stijn belijdt vanaf het begin van de film het motto carpe diem (pluk de dag). Als reclameman leeft hij het snelle leven, met veel drank, drugs en vrouwen. Zijn ontmoeting met Carmen wordt door Oerlemans nogal afgeraffeld, hun huwelijk is zelfs een snelle montagesequentie geworden. Een enorme misvatting, want nu is totaal niet invoelbaar dat Carmen de liefde van Stijns leven is.

Dat Oerlemans beter is in het neerzetten van Stijns ongelimiteerde narcisme dan in de ziekenhuisscènes maakt het er niet beter op. Als Carmen een schreeuw vol pijn slaakt, snijdt hij snel weg. Het moet wel leuk blijven. Oerlemans moet dit gebrek aan gevoel in de montage gemerkt hebben, want hij probeert het op te lossen met een muziekscore die vrijwel de gehele film door weinig subtiel inspeelt op de emoties van de toeschouwer. Er is geen ontkomen aan het pianogepingel en de desolate trompetklanken.

De veel gemaakte vergelijkingen met boek en verfilming van Jan Wolkers’ Turks Fruit vallen in het nadeel uit van Komt een vrouw bij de dokter. En zijn overeenkomsten – veel seks, een slepende ziekte en dood – maar elke diepgang ontbreekt hier. Dat de verfilming van Komt een vrouw bij de dokter niet helemaal onmenselijk wordt, komt door de acteurs. Hoewel hij een zeer ondankbare rol heeft, probeert Barry Atsma Stijn nog een zekere gekweldheid te geven: hij kan het ook niet helpen dat hij zo is.

Carice van Houten zorgt er in haar eentje voor dat menigeen aan het eind van de film toch wat traantjes zal wegpinken. De manier waarop ze de stadia acteert die Carmen in haar ziekte doorloopt, is indrukwekkend. Van nonchalance en acceptatie tot woede en intens verdriet, alles passeert de revue, waarbij de waardigheid van haar personage altijd vooropstaat.

Komt een vrouw bij de dokter heeft de klassieke vorm van een held die op tweederde van de film tot inkeer komt. Waar is hij mee bezig? Na de zoveelste relatiecrisis stort Stijn zich op de verzorging van Carmen en samen beleven ze nog enkele mooie momenten. Hoewel? Stijns bloed kruipt waar het niet gaan kan. Op de dag van de begrafenis belt hij alweer met Roos. De ondertitel van de film luidt: Een ode aan de liefde. Een ode aan overspel was passender geweest.