Hoofdkantoren op de tocht

Bijna de helft van de honderd grootste bedrijfshoofdkantoren in Nederland overweegt de komende vijf jaar een of meer delen naar het buitenland te verplaatsen. Reden is het ongunstige vestigingsklimaat.

Dat blijkt uit een onderzoek van de Erasmus Universiteit, dat is uitgevoerd in opdracht van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Het onderzoek is vandaag aangeboden aan premier Balkenende.

Het gevaar dreigt dat uiteindelijk de hoofdkantoren helemaal uit Nederland verdwijnen, zegt hoogleraar Henk Volberda, die het onderzoek leidde met zijn collega Frans van den Bosch. „Als één deel naar het buitenland wordt verplaatst, is de kans groter dat een volgend deel ook gaat.” De meest genoemde alternatieve vestigingsgebieden zijn Amerika, Groot-Brittannië, Zwitserland en Azië.

Uit het onderzoek blijkt dat vooral de stabiliteit van het belastingregime en de aanwezigheid van voldoende talent als essentieel worden gezien. Maar juist op die punten scoort Nederland zwak. Volberda pleit voor meer investeringen in onderwijs en onderzoek. Verder zou Nederland de toegankelijkheid voor buitenlandse kenniswerkers kunnen verbeteren.

Het onderzoek brengt voor het eerst in kaart hoe belangrijk de hoofdkantoren zijn voor Nederland, ook in indirecte zin. „Ze blijken van strategisch grote waarde”, zegt Volberda. De internationaal georiënteerde hoofdkantoren zijn kweekvijvers van talent. Ze zijn de spil bij het vormen van regionale bedrijvenclusters, en spelen een sleutelrol in de kennisoverdracht tussen bedrijven.

Verder investeren de honderd grootste hoofdkantoren jaarlijks 100 miljoen euro in het basis- en middelbaar onderwijs, en 60 miljoen euro in het hoger onderwijs. Ze zijn goed voor 70 procent van alle in Nederland toegekende octrooien. En 600 mensen die op een van de hoofdkantoren hebben gewerkt, zitten nu in een leidende positie bij een ander bedrijf.