Hof: discriminatie mag nergens op internet

Semi-openbare websites bestaan per definitie niet. Ook wie op obscure uithoeken van internet discriminerende uitlatingen doet, kiest voor de openbaarheid en is strafbaar.

Dit blijkt uit een arrest van het gerechtshof Amsterdam, waarin een man die grove beledigingen over zwarten, vrouwen en Joden op internet publiceerde, alsnog wordt veroordeeld.

De Amsterdamse rechtbank vond vorig jaar dat geen sprake was van opzettelijke discriminatie, omdat de man zijn uitlatingen niet echt in het openbaar zou hebben gedaan maar op een moeilijk te vinden website (polinco.nl). Wie daarop wilde reageren moest zich bovendien registreren, zo stelde de rechtbank. De schrijver mocht er daarom inderdaad van uitgaan dat hij met zijn uitlatingen alleen een groep gelijkgestemden zou bereiken. Niemand zou er ‘ongevraagd’ mee in aanraking komen. De rechtbank vond de uitlatingen van de man weliswaar onacceptabel, maar sprak hem vrij van opzettelijke discriminatie.

Het hof veroordeelt de man, Joseph Adolf H., nu tot een voorwaardelijke boete van 900 euro met een proeftijd van twee jaar. Het hof zegt dat wie internet gebruikt „welbewust een medium met een groot potentieel publieksbereik” kiest. Toegang tot de gewraakte site was niet met een wachtwoord beveiligd en de schrijver had er zelf op gewezen dat de site als openbaar bedoeld was. Ter verdediging had hij aangevoerd aanzien bij gelijkgestemden te hebben willen verwerven. Zijn extreme uitlatingen waren vooral „spannend, fantasievol en ludiek” bedoeld.

In tegenstelling tot de rechtbank vindt het hof dat er wél is voldaan aan het wettelijk vereist ‘opzet’ en er dus sprake is van discriminatie. De uitlatingen van de man worden volgens het hof ook niet beschermd door het recht op vrijheid van meningsuiting in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Lees de uitspraak via nrc.nl/binnenland