Het is nu sluiten of verhuizen voor bedrijven

Veel last van de recessie heeft advocaat Marnix Holtzer van DLA Piper niet. Crisis of geen crisis, voor een arbeidsrechtadvocaat is er altijd volop werk.

Advocatenkantoor DLA Piper, waar Marnix Holtzer (42) hoofd is van de praktijkgroep arbeidsrecht, is „redelijk conjunctuurongevoelig”. In economische hoogtijdagen begeleiden de juristen van zijn praktijkgroep overnames en fusies en adviseren ze over beloningsbeleid en bonussen. In tijden van recessie, zoals dit jaar, heeft het kantoor, dat in bijna dertig landen actief is, het druk met ontslagzaken, saneringen en, in het ergste geval, bedrijfssluitingen.

Aan zijn cliënten af te meten verwacht Holtzer, gekleed in donderblauw pak met een donkerblauwe das, dat hij en zijn collega’s het de komende tijd druk blijven houden met de laagconjuncturele activiteiten: ontslagen en herstructureringen. Want ook al is de recessie officieel achter de rug, Holtzer krijgt de laatste tijd opvallend veel aanvragen van multinationals voor advies bij het sluiten van hun activiteiten in Nederland of het verplaatsen daarvan naar het buitenland. Vaak wordt dan al het personeel ontslagen.

Het omslagpunt was Zwarte Maandag, de dag dat de Amerikaanse bank Lehman Brothers failliet ging, op 15 september 2008, zegt Holtzer. Kort daarvoor verbaasden hij en een bevriende advocaat zich tijdens een borrel nog over het beperkte aantal reorganisaties dat ze binnen kregen. Niet lang daarna lag zijn bureau vol met aanvragen van bedrijven. Holtzer adviseert over het hele traject, over de procedures die een bedrijf moet volgen bij een grote ontslagronde, over het opstellen van een sociaal plan en het aanbieden van werk-naar-werktrajecten.

Multinationals maken nu, ruim een jaar na de val van Lehman, harde keuzes, zegt Holtzer. Het vet was al van de botten, waar gesaneerd kon worden is gesaneerd. Is dat niet afdoende gebleken, dan rest sluiten of verhuizen. „Ik verwacht geen massale uittocht, maar er zullen meer bedrijven verdwijnen dan je tot nu toe op basis van krantenberichten zou denken.” Nederland is duur en een deel van de bedrijven kiest voor verplaatsing van arbeidsintensieve activiteiten naar lagelonenlanden. Of ze bundelen hun vestigingen binnen Europa.

Het papierwerk, het invullen van de stapels documenten die bij een ontslag komen kijken, is niet langer het werk van advocaten. Sinds de laatste grote ontslaggolf, na de aanslagen op de Twin Towers in 2001, zijn de personeelsafdelingen van grote bedrijven voldoende bedreven in de administratieve afhandeling van ontslagen. Holtzer richt zich op het geven van strategisch arbeidsrechtelijk advies: de omgang met vakbonden en ondernemingsraden. „Ondernemingen moeten vooral letten op een zorgvuldige voorbereiding van het reorganisatieproces”, zegt hij.

Het zijn emotionele zaken, de grote ontslagrondes, vooral als de onderneming geen akkoord weet te bereiken met de vakbonden en de ondernemingsraad en de zaak wordt voorgelegd aan de Ondernemingskamer van het gerechtshof. „Als mensen hun baan dreigen te verliezen, kan het er verhit aan toe gaan”, zegt Holtzer, die vaak bedrijven vertegenwoordigt, maar in sommige andere zaken ook wel het personeel bijstaat.

Begrijpelijk, maar eigenlijk is het soms verspeelde energie, zegt hij, want de Ondernemingskamer kijkt niet naar het persoonlijke verhaal van een werknemer die zijn gezin moet onderhouden en zijn hypotheeklasten moet betalen. De rechter beoordeelt of het bedrijf de juiste procedures heeft gevolgd, het besluit goed heeft gemotiveerd en de werknemers een goed sociaal plan krijgen aangeboden. Is daaraan voldaan, dan moet het werknemersbelang wijken. Op dat punt lopen recht en emoties uiteen, zoals de advocaat het diplomatiek verwoordt.

Holtzer ziet geen bewijs dat bedrijven de crisis aangrijpen als excuus om in hun personeel te snijden. Het cynische adagium, never waste a good crisis, gaat volgens hem niet op. Ook bedrijven doet het pijn om hun mensen te moeten ontslaan. „Het is niet leuk om mensen te ontslaan. Bovendien is het slecht voor de reputatie van de onderneming”, zegt Holtzer. Hij wijst op Spyker, dat vorige week aankondigde de productie in Nederland te staken en over te hevelen naar Engeland. Meteen werd gezegd dat het bedrijf zijn laatste restje oranjegevoel verloor. „Geen enkel bedrijf wil een persbericht uitsturen waarin het aankondigt banen te schrappen.”

De crisis is nog niet voorbij, zegt Holtzer. Maar hij merkt dat de markt voor fusies en overnames alweer aantrekt. Dat geeft hoop dat de economie zich weer herstelt en een nieuwe ontslaggolf kan worden voorkomen. Want ook dan is er voor arbeidsrechtadvocaten nog voldoende werk.