Expedities naar het bizarre Noorden

Verbaasde televisiereportages over andere culturen, zonder politieke agenda of ideologische vooringenomenheid, die zie je bij ons te weinig. Een goed voorbeeld is het Belgische Plat préféré (Canvas), waarin topkok Jeroen Meus op locatie favoriete gerechten van illustere doden bereidt.

Tussen Greta Garbo en Ian Fleming in was gisteren Toon Hermans aan de beurt (in Vlaanderen beter herinnerd dan in eigen land). Meus maakte in Sittard een blik kapucijners open en proefde er twee: „Beetje vlezig, als kikkererwten, niet lekker.” Nog meer verbazing wekte het opdienen van de peulvruchten op een tafel vol kleine bijgerechten: gebakken spek, zilveruitjes, augurken, gekookt ei. Toons zoon Maurice Hermans husselde het op zijn bord lekker door elkaar, net als zijn vader graag deed.

Meer enthousiasme veroorzaakte de ontdekking van de Indonesische rijsttafel, ook met zoveel mogelijk bakjes rond je bord. Maar Meus kon het op weg naar theater Carré voor de bereiding van een toemis broccoli oedang toch niet laten zijn kijkers te laten kennismaken met een patatje oorlog: „Frieten met zoete mayonaise, pindasaus en uitjes: ik heb veel trek, maar dit gaat me echt te ver.”

Een andere expeditie voerde een jong Frans stel in opdracht van ARTE naar Denemarken, omdat uit meerdere opinieonderzoeken was gebleken dat de Denen zichzelf het gelukkigste volk ter wereld vinden. En dat in een plat land waar het 160 dagen per jaar regent...

Que du bonheur! („Niets dan geluk”) werd een hilarisch verslag van kleuters die ongehinderd in bomen mogen klimmen, hoge belastingtarieven waar bijna niemand bezwaar tegen maakt, werkloosheidsuitkeringen van 90 procent gedurende vier jaar, gemoedelijke parenclubs en kantoren zonder hiërarchie, waar men elkaar van laag tot hoog tutoyeert.

Er werd wel wat veel alcohol geconsumeerd, maar een patrouille van vrijwilligers in gele jassen, ‘De nachtuilen’, apaiseert uitgaansgeweld met het uitdelen van snoepjes en condooms.

Het meest jaloersmakend was wel een tehuis vol gelukkige bejaarden. Elke ochtend worden ze begroet en geknuffeld door de directrice, ze mogen er huisdieren houden en een glaasje wijn bij het eten drinken, want niemand krijgt een slaapmiddel.

Pas tegen het eind ontdekten de verslaggevers enkele schaduwkanten van de paradijselijke welzijnsstaat. Omdat iedereen gelijk is, mag niemand zijn kop boven het maaiveld uitsteken. Tura Frank, de bejaardenknuffelaarster, had als non-conformist veel te verduren gekregen. En zeer strenge immigratiewetten houden de Hof van Eden vooralsnog vrij exclusief voor ‘Vikingen’.