Beschaafd kapitalisme

Excuses heb je in soorten en maten. ’s Werelds meest succesvolle investeringsbank Goldman Sachs bood ze vorige week aan voor haar recente verleden vol risicovolle transacties. Ze zet voor de komende jaren bij wijze van boetedoening een half miljard opzij om kleinere ondernemers de helpende hand te bieden, die de crisis proberen te boven te komen. De hoogste baas, Lloyd C. Blankfein: „We participeerden in dingen die onmiskenbaar verkeerd waren en we hebben redenen om dat te betreuren. We verontschuldigen ons.”

Nog maar een paar weken geleden had Blankfein het handelen van banken vergeleken met de handelingen van God (‘doing God’s work’), maar dat lag vier weken later kennelijk toch weer wat genuanceerder. Overigens gaan de huidige excuses van Goldman Sachs hand in hand met een bonusplan voor de medewerkers dat het absolute record van 2007 benadert: ruim 20 miljard dollar. Dat is meer dan een half miljoen gemiddeld per werknemer, maar daarbij dient te worden verdisconteerd dat menig secretaresse dat bedrag niet zal halen zodat menig goed opgeleide employee weer met vele miljoenen huiswaarts zal keren. Het bonusplan zet de eerdere excuses zo in een twijfelachtig daglicht van een handigheidje om de reputatie te managen.

Wat moet je hiervan vinden?

Het lijkt zo simpel: schande!

Maar was het allemaal maar zo eenvoudig. In de publieke opinie zijn de emoties over het bankiersgedrag begrijpelijkerwijze hoog opgelaaid. Krijtstreep ligt in de uitverkoop.

In één adem wordt nu ook al maandenlang de terminologie van de morele aanvaardbaarheid en onaanvaardbaarheid gebezigd.

Maar zijn er criteria voor morele aanvaardbaarheid?

Stel dat een bonus van 100 miljoen moreel verwerpelijk is. Hoe zit het dan met een bonus van 10 miljoen? En een van 1 miljoen? En een van 100.000? En van 10.000? Ook moreel verwerpelijk, of niet?

In zekere zin komt het erop neer dat er met zwaar emotioneel en moreel geschut geschoten wordt op iets ongrijpbaars. Commissies komen met ingewikkelde plannen om bonussen niet afhankelijk te maken van korte termijnontwikkelingen en al doende een beetje stabiliteit in het systeem te brengen.

Maar het systeem zelf is de eigenlijke puzzel. Wie uitgaat van de vrije markt kan een schitterende voetballer moeilijk zijn honderd miljoen verbieden en een schitterende bankier eigenlijk evenmin. Als Goldman Sachs een topper op de handelsvloer zijn tien miljoen niet geeft, gaat hij of zij naar een andere club. Loyaliteit en vrije markt zijn botsende categorieën. En bij banken is het soms erger dan bij voetbalclubs, want bankiers stappen gerust als compleet team op. Vandaar dat aandeelhouders zich doorgaans zo dubbelhartig gedragen in zulke zaken: zij willen dat hun bank veel verdient en ze willen een serieuze portie van de koek.

Het gaat om iets heel anders, namelijk om maatgevoel, om gevoel voor verhoudingen. Om iets wat groter is dan de wereld van haute finance, hoe beschaving en kapitalisme kunnen samenwonen. Dat is het eigenlijke grote thema. Het is een onderwerp dat met dezelfde urgentie in China als in westerse landen op de agenda zou moeten staan en in elk geval in China ook herhaaldelijk aan de orde komt vanwege de extreme verschillen tussen rijk en arm. De intellectueel van Tsinghua universiteit in Peking, Yan Xuetong (onlangs geïnterviewd door deze krant) hierover: „We laten ons binnen China te zeer leiden door hebzucht.”

Maar waar haal je maatgevoel vandaan? Wie helpt daarbij? Hoe ontwikkelt zich een gevoel voor verhoudingen?

Op zulke vragen vallen veel antwoorden te geven, maar de civilisatie van het kapitalisme is geen onderwerp voor bancaire commissies die zich buigen over bonussen. Dat zou unfair zijn en te veel gevraagd. Het is een maatschappelijk en cultureel onderwerp in spe. Het is een onderwerp waar de meeste Amerikanen met een grote boog omheen lopen, omdat ze meteen staatsbemoeienis en socialisme vrezen. En het is een onderwerp dat in Europa blijft hangen in radicaal ongenoegen, grote woorden over moraal en overgaan tot de orde van de dag.

En dus draait vooralsnog alles om reputatiemanagement en excuses. Vaak is het op het randje van wat nog integer mag heten. Je hebt bankiers die zich excuseren voor het gedrag van collega’s, hetgeen toch een beetje doet denken aan Christus aan het kruis (‘Heer, vergeef het hun want..’). Weer anderen excuseren zich voor wat ze met de beste bedoelingen vroeger verkeerd hadden gezien. Alsof excuses zouden moeten gaan over een teleurstellend resultaat en niet over tekortschietende integriteit van persoonlijke intenties?

De media maken het er over het algemeen niet beter op. Enerzijds bewonderen ze meestal degenen die succes hebben veel te uitbundig, en verguizen ze gevallenen met een krasje eveneens veel te hartgrondig. De emotie business van veel media maakt ook hen ongeschikter voor maatgevoel. Excuses horen bij deze cynische cyclus van helden en schurken en ze dienen, liefst op tv en met een passend emotioneel voltage, te worden gebracht. Bankiers moeten er ook tactisch mee omspringen want je wilt geen leger advocaten op je dak als bank.

Met excuses is het vaak als met zelfkritiek, waarover Max Frisch ooit schreef: „Wat het zo gemakkelijk maakt is dat het ons het gevoel geeft dat we ons boven onze tekortkomingen verheffen door ze te benoemen en ze zo van hun afschuwelijkheid te ontdoen.”

Voorbij de emoties en de vaak veel te grote woorden over de moraal sluimert een veel wezenlijker vraagstuk inzake de beschaving van het kapitalisme. Blankfein, God en de excuses ten spijt is dat een non-bancaire kwestie.

Reageren kan op nrc.nl/knapen