Autochtoon jeugdgeweld? Bestaat dat?

Er is te weinig aandacht voor geweld door autochtone jongeren, vindt Thaddeus Müller. Terwijl de cijfers en incidenten er niet om liegen.

Sinds eind jaren negentig staat allochtone jeugdcriminaliteit in het centrum van de maatschappelijke belangstelling. Een meerderheid van de Nederlandse bevolking heeft het gevoel dat Nederland onveiliger is geworden, en relateert dit aan onder andere allochtone hangjongeren. Journalisten, politici en onderzoekers bevestigen elkaar in de ernst van de problemen. Frank Bovenkerk, gerespecteerd criminoloog, wijdde zijn afscheidsrede aan het vaststellen dat allochtone jeugdcriminaliteit een groot probleem is. En wie autochtone jeugdcriminaliteit googlet krijgt de veelzeggende reactie: ‘Bedoelde u allochtone jeugdcriminaliteit?’

Omdat onze aandacht vrijwel volledig hierop gericht is, is er nauwelijks aandacht voor criminele, autochtone jongeren. Ten onrechte, want ook zij zijn crimineel actief. Wellicht past dit niet in het gewenste zelfbeeld van autochtone Nederlanders en tevens valt het moeilijk te rijmen met het populaire, negatieve beeld over moslims en allochtonen. Voor velen zijn zij immers het grootste probleem van onze samenleving. De dagelijkse sociale realiteit heeft een minder eenduidig karakter. Dat wordt ondersteund door cijfers van het CBS en het WODC. Van alle aangehouden verdachten in 2005 (212.000) had 63 procent een autochtone achtergrond.

Dat het gedrag van veel autochtone jongeren uiterst problematisch is, blijkt ook uit nog te publiceren onderzoek van de Universiteit Utrecht: jonge, autochtone veelplegers blijken een hogere recidive te kennen dan jonge, Utrechtse allochtonen. In een recente studie van onderzoeksinstituut Nicis over delinquente jongeren getiteld Marokkaanse jeugddelinquenten: een klasse apart? worden ‘Marokkaanse’ en ‘Nederlandse’ criminele jongens tussen de 13 en 18 jaar met elkaar vergeleken. Autochtone jongeren scoren volgens dit rapport hoog op geweld, zedenmisdrijven en brandstichting. Andere bronnen wijzen ook op een groot autochtoon aandeel in geweldszaken. De toename van geweld op het Leidseplein en het Rembrandtplein sinds begin van deze eeuw is voor een groot deel toe te schrijven aan autochtone jongeren, zo meldt onderzoeksinstituut COT. Dat lijkt ook het geval te zijn bij geweld tegen politieagenten in uitgaansgebieden, zo wees een recent onderzoek uit van de Vrije Universiteit.

In een studie van de Politieacademie naar oud-en-nieuwincidenten 2007/2008 bleek dat de schade (aan scholen, auto’s, huizen en gemeentelijk eigendom) minimaal 46 miljoen euro was. Van de daders die opgepakt waren, bleek 78 procent autochtoon te zijn. Ook kwam uit dit onderzoek naar voren dat in gereformeerde dorpen in de Bible Belt aanzienlijk meer gemeentelijk bezit vernield werd. Als een van de weinige kranten heeft het Reformatorisch Dagblad hier aandacht aan besteed met eigen onderzoek, een onderzoek dat de bevindingen van de Politieacademie overigens bevestigde.

Het strandfeest in Hoek van Holland was een ander tragisch dieptepunt van autochtoon geweld. Opvallend genoeg werd in de eerste berichten over dat incident gerept over allochtone jongeren. Een ander recent voorbeeld van autochtoon geweld is uiteraard de moord op de veertienjarige Dirk Post in Urk. De drie verdachten zijn allen tieners afkomstig uit Urk.

De etnische achtergrond van autochtone jongeren wordt overigens zelden benoemd in de berichtgeving over schop- en knokpartijen. Ook wordt de ‘Nederlandse’ cultuur niet gebruikt als verklaring voor hun wangedrag. Het lijkt te gaan om een leefstijl waarin drank, drugs, geweld, dancefeesten, voetbal en ‘helemaal los gaan’ verweven zijn, zoals sterk naar voren kwam in het recente artikel in NRC Weekblad over ‘de vechtvrienden van Hoek van Holland’.

Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we nog veel te weinig weten van de wereld van gewelddadige autochtone jongeren, die voor de ‘kick’ iemand halfdood schoppen. Gedrag dat overigens door sommige onderzoekers in de jaren tachtig en negentig ‘molesteerlust’ en ‘recreatief geweld’ werd genoemd.

De laatste jaren hebben we ons blind gestaard op Marokkaanse en Antilliaanse criminele jongens. Het wordt hoog tijd voor een verbreding van het perspectief. Ook het criminele gedrag van autochtone jongeren verdient serieuze aandacht van politici, journalisten, beleidsmakers en onderzoekers. Hierdoor ontstaat een gedifferentieerd beeld van autochtone (en allochtone) Nederlanders, waarin wellicht meer plaats is voor zelfkritiek en minder ruimte voor zelfgenoegzaamheid.

Thaddeus Müller is verbonden aan de sectie criminologie van de faculteit der Rechtsgeleerdheid, Erasmus Universiteit Rotterdam.