Alweer onderzoek naar Britse rol in Irak

Het vijfde onderzoek naar de Britse rol in Irak zal zich vooral toespitsen op de aanloop naar de oorlog.

Het rapport wordt pas na de verkiezingen verwacht.

Voor de vijfde keer is een onderzoekscommissie gisteren begonnen met hoorzittingen over de Britse rol bij de oorlog in Irak. Dat alleen al geeft aan dat er nog altijd veel vragen leven over de wijze waarop de toenmalige premier Tony Blair besloot in 2003 naast de Verenigde Staten Irak binnen te vallen. Veel Britten geloven dat ze destijds zijn misleid, onder meer over de dreiging van Iraakse massavernietigingswapens.

De commissie is door de regering opgezet onder druk van de oppositie. Premier Brown hield een nieuw onderzoek steeds tegen omdat dit niet passend zou zijn zolang er nog Britse troepen in Irak zaten. Die zouden zo’n onderzoek als een dolkstoot in de rug hebben kunnen ervaren. Toen de Britten dit voorjaar vertrokken, verviel dat argument.

De onderzoekscommissie staat onder leiding van oud-topambtenaar John Chilcot. Hij zal samen met de vijf andere leden van de commissie – onder wie de historici Lawrence Freedman en Martin Gilbert – de Britse bemoeienis met Irak in de periode tussen 2001 en 2009 onderzoeken. Veel aandacht gaat daarbij uit naar de aanloop naar de oorlog en de wijze waarop Blair zich achter president Bush opstelde. Die laatste stuurde er al in een vroeg stadium op aan om de Iraakse leider Saddam Hussein ten val te brengen. Met belangstelling wordt deze week uitgezien naar het getuigenis van Christopher Meyer, destijds ambassadeur in Washington.

Blair zelf en ook Brown zullen begin volgend jaar voor de commissie verschijnen. Naar verwachting zullen die zittingen grotendeels openbaar zijn. Aanvankelijk wilde Brown het hele onderzoek achter gesloten deuren laten plaatshebben maar toen dat tot een storm van verontwaardiging leidde, zwichtte hij. Op punten waar de nationale veiligheid in het geding is, kan de commissie echter getuigen vertrouwelijk horen.

De regering hoeft zich weinig zorgen te maken dat het onderzoek de verkiezingen, die volgend voorjaar worden verwacht, overschaduwt. De hoorzittingen duren tot in februari. De commissie presenteert echter pas ruim na de verkiezingen haar conclusies. Bovendien treedt er een zekere Irak-moeheid op bij de Britten.

De verwachtingen zijn echter niet hooggespannen dat de nieuwe commissie eens en voorgoed helderheid zal verschaffen. Waarom zou zij slagen waar vier andere onderzoekscommissies faalden?

Die eerdere onderzoeken ontlastten Blair grotendeels, wat tot beschuldigingen van een doofpot leidde. Hoe dan ook is Blair al ruim twee jaar geen premier meer. Daarom zal een rapport-Chilcot naar verwachting niet veel politieke consequenties meer hebben.