Zonder digibord ben je ouderwets

De verkoop van digiborden aan scholen is lucratief.

En dat terwijl de kosten van aanschaf en onderhoud hoog zijn. Maar leerlingen en leraren zijn er blij mee.

Schoolkrijtjes gebruikt Myrke Metaal niet meer. Ze is lerares op jenaplanschool Wittevrouwen in Utrecht. Rekensommen worden in haar klas met een digitale pen op een digitaal schoolbord geschreven. Tijdens de biologieles laat ze op het bord zomaar plaatjes van dieren zien. En bij aardrijkskunde gebruikt ze beelden van Google Earth.

Twee jaar geleden had nog maar 10 procent van de basisscholen in Nederland een ‘digibord’, dit jaar al 67 procent. Nog twee jaar en álle scholen hebben het, voorspelt Kennisnet, de ICT-ondersteuningsorganisatie in het onderwijs. In het voortgezet onderwijs heeft intussen 93 procent van alle scholen minstens één digibord.

Met een digibord wordt de lesstof beter overgebracht bij leerlingen die auditief of visueel zijn ingesteld, zegt Wichert Eikelenboom, directeur van scholensamenwerkingsverband BKB in Leusden. Leraren vinden dat een digibord de les verrijkt en hun werk uit handen neemt. Vroeger moesten ze voor een dictee of rekenles alles op het bord schrijven. Myrke Metaal: „Nu kan ik een kant-en-klaarprogramma downloaden. Of zelf iets maken en dat een jaar later weer gebruiken.” Een ander voordeel is het gebruiksgemak. Afhankelijk van het soort bord bedien je het scherm met een speciale pen of met de hand.

Maar het is wel duur, zegt Eikelenboom. „Een krijtbord kost rond de 1.000 euro en gaat twintig jaar mee, een digitaal bord gaat vijftien jaar mee en kost drie of vier keer zo veel.” Daarnaast zijn er extra onderhoudskosten. Doordat de beamerlampen voor het digibord intensief worden gebruikt, gaan die gemiddeld twee jaar mee. „Een nieuwe lamp kost al snel 200 euro.” Het neemt niet weg dat op bijna alle basisscholen in Leusden intussen digiborden voor de klas hangen.

De grootste leveranciers van digiborden komen uit het buitenland en bedienen via Nederlandse agentschappen de onderwijsmarkt. Het Canadese SMART Board en het Engelse ACTIVboard zijn de grootste spelers. Maar ook Nederlandse bedrijven pikken met hun merken een graantje mee: HD-bord van Heutink ICT en Focusboard van Smit Visual Supplies.

Het is een lucratieve markt. Niet alleen de verkoop van digiborden, maar ook de verkoop van accessoires en de onderhoudscontracten zorgen voor stevige inkomsten, beaamt Jolanda Staals, marketing manager van Smit Visual Supplies. Door de recessie is de vraag naar presentatiesystemen vanuit het bedrijfsleven afgenomen, maar dat wordt gecompenseerd door de vraag naar digiborden vanuit het onderwijs. Staals: „We leveren nu ook beamers en software, dat waren nooit kernactiviteiten van ons bedrijf.”

Omdat digitale schoolborden onderhoudsgevoeliger zijn dan de klassieke presentatiemiddelen, kreeg de montage- en serviceploeg van haar bedrijf allerlei nieuwe werkzaamheden. Inmiddels fabriceert en verkoopt het bedrijf wekelijks tientallen digitale schoolborden. De bakens werden op tijd verzet. Drie jaar geleden besloot Smit Visual Supplies om te schakelen van de productie en verkoop van krijtborden naar een eigen digibord. Hoeveel is geïnvesteerd in Focusboard wil het bedrijf niet zeggen, „maar binnen anderhalf jaar heeft de investering zich ruimschoots terugverdiend”, zegt Staals.

Basisschool Wittevrouwen in Utrecht heeft twee jaar geleden bij wijze van proef drie digitale schoolborden aangeschaft. Volgend jaar moeten alle vijftien lokalen in de school van zo’n bord zijn voorzien. Intussen ziet de school ook nadelen aan het nieuwe schoolbord. Krijt en schoolbord kennen geen storing, digiborden wel. „Zodra zich een technisch probleem voordoet, kan ik niets meer doen”, zegt Myrke Metaal.

Daarvoor heeft Ben Hamerling van de lerarenopleiding aan de Marnix Academie in Utrecht de oplossing. Gooi bij de aanschaf van een digibord het krijtbord niet weg, zegt hij. Dat kun je altíjd gebruiken. En: „Een krijtbord is handig om bijvoorbeeld de weekplanning op te schrijven, dat is ook leesbaar als het digibord uit staat.” Ook vervelend blijkt het tegenlicht. Digiborden worden vaak op dezelfde plek als de krijtborden opgehangen. Dat zijn plekken met (te) veel licht. Ook daarover wordt niet altijd goed nagedacht, zegt Hamerling.

Scholen schaffen vaak een digibord aan zonder te weten wat ze er precies mee willen, zegt Frans Schouwenburg van Kennisnet. „Het is ook een hype om zo’n ding te hebben.” Volgens Schouwenburg worden digiborden niet altijd even goed toegepast. Leraren gebruiken ze soms alleen als projectiescherm voor filmpjes en plaatjes. „Dan heb je wel een heel duur projectiescherm.” Bij de levering van een nieuw digibord krijgen leraren een ‘knoppencursus’. „Maar hoe de borden didactisch moeten worden ingezet, is vaak onbekend.” Pabo’s proberen aankomende leraren te trainen in het gebruik van digiborden, maar dat is lastig. Door de grote verscheidenheid aan systemen en software kunnen studenten niet worden getraind in elk type bord.

En gaan dankzij het digibord de prestaties van de leerling erop vooruit? Grootschalige onderzoeken naar het digibord in het Verenigd Koninkrijk concluderen van wel. Maar het verschilt per type leerling. Leerlingen die goed in rekenen zijn bijvoorbeeld, leren sneller met een digibord. Bij scheikunde blijkt het tegenovergestelde het geval.